April is vooralsnog de maand van de anticlimax. Het had spannend kunnen worden, als het Verenigd Koninkrijk zonder deal uit de Europese Unie was gevallen en financiële markten in paniek waren geraakt. Maar het Brexit-dossier is doorgeschoven naar dit najaar.

Toch is april allerminst een saaie maand voor je portemonnee. Zo bereikten hypotheekrentes voor lange rentevaste perioden absolute bodemniveaus. Tegelijk lopen olieprijzen verder op, zodat je aan de pomp 11 cent extra betaalt voor een liter benzine vergeleken met eind 2018.

Een opvallende kentering is dat huizenprijzen niet meer ongebreideld stijgen. Op de korte termijn zijn in veel regio’s zelfs lichte dalingen te zien.

Business Insider houdt, in samenwerking met nieuwsapp Upday, elke maand zeven prijzen bij die van belang zijn voor de waarde van je bezittingen en die je maandelijkse uitgaven beïnvloeden.

Hoe staat het met de waarde van je huis, de hypotheekrente, energierekening, benzine- en dieselprijzen, aandelen en je spaargeld? Bekijk hieronder de Blik op je Geld van april 2019.

Download hier de app voor Upday Nieuws


Huizenmarkt koelt af

De gemiddelde huizenprijs laat in Nederland bij de start van dit jaar een minieme daling zien vergeleken met het topniveau van eind 2018, blijkt uit eerder deze maand gepubliceerde cijfers van makelaarsclub NVM.

In het eerste kwartaal van dit jaar lag de gemiddelde huizenprijs 8,1 procent hoger vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Maar vergelijk je de ontwikkeling van de eerste drie maanden van dit jaar met het slotkwartaal van 2018, dan is sprake van een daling van 0,1 procent.

De gemiddelde huizenprijs lag in Nederland in het eerste kwartaal van dit jaar op 294 duizend euro.

Achter die vrijwel vlakke ontwikkeling van kwartaal-op-kwartaal gaan grote verschillen schuil. Want in ruim de helft van de NVM-regio’s in Nederland is de huizenprijs op kwartaalbasis gedaald.

Lees in dit verband ook: Dit doet de huizenprijs bij jou in de buurt in het eerste kwartaal van 2019.

Opvallend bij de regionale verschillen is dat in voorheen ‘overkokende’ steden als Amsterdam de marktvertraging duidelijker zichtbaar is dan in bijvoorbeeld aanpalende gemeenten, zoals Almere. Die stad heeft door de forse prijsstijgingen in de afgelopen jaren zijn eerste buurt waar meer dan de helft van de huizen méér dan 1 miljoen euro waard is.


Hypotheekrente op bodemniveau

De gemiddelde hypotheekrente voor looptijden van 5, 10, 20 en 30 jaar vast heeft in april een absoluut laagterecord bereikt. Dit heeft vooral te maken met de zeer lage rentes op kapitaalmarkten waar centrale banken met goedkoop geld blijven strooien.

Wel is het zo dat geldverstrekkers relatief zuinig zijn met verlagingen van de hypotheekrente, als je dat vergelijkt met de rentedaling op de kapitaalmarkt. “Sinds begin van dit jaar zien we met name voor de meest populaire rentevaste periodes van 10 en 20 jaar vast dat geldverstrekkers steeds heel kleine verlagingen doorvoeren”, signaleerde financieel intermediair Van Bruggen Adviesgroep eerder deze maand.

De gemiddelde hypotheekrente voor 10 jaar vast met NHG-verzekering is sinds eind 2018 met 0,11 procentpunt gedaald tot 1,77 procent; voor 20 jaar vast bedraagt de gemiddelde daling 0,09 procentpunt tot 2,35 procent.

Overigens is de duur van de rentevaste periode niet de enige factor die invloed heeft op de hoogste van de hypotheekrente. Lees in dit verband ook op Business Insider: 7 manieren waarop je rentekorting kunt krijgen op je hypotheek: van NHG tot stapelkorting


Spaarder moet hoop vestigen op lagere belastingdruk

Spaarders worden slapend armer. De hoogste variabele spaarrente bedraagt sinds begin deze maand nog maar 0,25 procent, terwijl de inflatie is opgelopen naar 2,8 procent. Dat drukt de koopkracht van spaargeld.

Niet alleen de inflatie is een bedreiging voor spaarders, ook de fiscus neemt een flinke hap uit je spaargeld. Maar wellicht gloort er op dat front enige hoop: het kabinet Rutte 3 wil bekijken of er voor huishoudens die niet beleggen en alleen wat spaargeld hebben iets gedaan kan worden aan de vermogensbelasting in box 3.

Business Insider bekeek wat er zou gebeuren als spaargeld werd belast op basis van het werkelijke rendement dat je kunt halen, in plaats van het huidige fictieve rendement van bijna 2 procent voor kleinere spaarders. Lees in dit verband: Belasting voor kleine spaarders gaat mogelijk omlaag: dit zou je kwijt zijn in box 3 als de werkelijke rente voor sparen telde


Beurs blijft optimistisch

Recessie op komst? Op de beurs lijken aandelenbeleggers zich nog geen zorgen te maken, zeker nu centrale banken de markt blijven voorzien van goedkoop geld.

Wereldwijd is het economische beeld bovendien vrij divers. Zo staat de Amerikaanse economie er redelijk voor, zeker als je afgaat op de cijfers voor de arbeidsmarkt. Duitsland lijkt daarentegen af te stevenen op een serieuze groeivertraging.

Waarschijnlijk de belangrijkste plus van deze maand voor beleggers was het hernieuwde uitstel van de Brexit. Met de nieuwe Brexit-datum van 31 oktober dit jaar is een chaotische no deal-Brexit voorlopig afgewend.

Voor Nederlandse beleggers geldt dat de opgaande lijn van de AEX-index vooralsnog doorzet. Sinds de start van dit jaar staat een plus van 16 procent op de borden.


De benzineprijs schiet omhoog, diesel gaat minder hard

Het is nog niet over met de stijging van olieprijzen en dat betekent dat ook de prijzen van benzine en diesel omhoog kruipen.

Vooral geopolitieke factoren wegen op de korte termijn zwaar mee. Zo zorgt geweld in het olierijke Libië voor onzekerheid van het aanbod uit dat land.

Belangrijke vraag is nu of landenclub Opec vasthoudt aan eerder afgesproken productiebeperkingen.

Kijk je naar de prijzen aan de pomp in Nederland dan valt op dat de benzineprijs sterker reageert op de stijgende prijs van ruwe olie dan de dieselprijs.

In bovenstaande grafiek is te zien dat de gemiddelde benzineprijs voor een liter euro ongelood sinds begin maart met 11 cent is gestegen tot 1,71 euro; voor de dieselprijs geldt dat die in dezelfde periode met slechts 2 cent is gestegen tot 1,38 euro.


De vaste stroomprijs daalt

De trend bij stroom- en gasprijzen is duidelijk anders dan die bij benzine- en dieselprijzen. Waar benzine en diesel min of meer een-op-een reageren op de ontwikkeling van de ruwe olieprijs, geldt voor stroom en gas dat deze markten een eigen dynamiek kennen.

Online consumentenadviseur Pricewise.nl constateert dat stroomtarieven voor één en drie jaar vast inmiddels 10 procent onder de variabele tarieven liggen.

“Tegelijkertijd is het – gezien het grillige verloop op de inkoopmarkt en invloeden van de Brexit, vraag en aanbod, en het weer – nog niet duidelijk of deze trend van dalingen verder zal voortzetten en of de variabele tarieven deze daling zullen volgen in juli 2019”, aldus Pricewise.

In de bovenstaande grafiek is de gemiddelde ‘kale’ stroomprijs per kilowattuur weergegeven. Het gaat om de prijs voor 1 jaar vast zonder de energiebelasting, de Opslag Duurzame Energie (ODE) en de btw. Deze kale stroomprijs bedraagt per april 2019 gemiddeld 6,5 cent per kilowattuur.

Ter vergelijking: de gemiddelde variabele stroomprijs bedraagt 7,15 cent per kilowattuur.

Belastingen zorgen voor extra kosten van ongeveer 15 cent per kilowattuur, bovenop de kale stroomprijs.


… en de vaste gasprijs daalt harder

Gasprijzen laten hetzelfde patroon zien als stroomprijzen, maar dan nog wat sterker. “De vaste tarieven voor gas voor 1 en 3 jaar zitten 20 procent onder de actuele variabele halfjaarstarieven”, constateert Pricewise.

Dit betekent dat gasprijzen voor langere tijd vastzetten momenteel relatief voordelig is.

De ‘kale’ gasprijs voor 1 jaar vast, zoals weergegeven in de grafiek hierboven, bedraagt per april 2019 25,8 cent per kuub. Ter vergelijking: de gemiddelde variabele gasprijs (die sinds 1 januari dit jaar geldt) bedraagt 31 cent per kuub.

Bij de kale gasprijs moet je nog ongeveer 40 cent optellen aan energiebelasting, de ODE-heffing en btw om op de prijs per kuub inclusief alle belastingen te komen.


Lees meer over geldzaken: