De inflatie schiet in maart opnieuw omhoog naar gemiddeld 2,8 procent, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

De verhoging van het lage btw-tarief van begin dit jaar doet zich onder meer voelen in de voedingsprijzen: die stegen maart gemiddeld met 3,8 procent.

Lees ook: Zoveel duurder zijn 56 dagelijkse boodschappen na de btw-verhoging

Het CBS merkt overigens op dat andere prijsindicatoren, zoals bijvoorbeeld huurprijzen, prijzen van koopwoningen en aandelenprijzen niet zijn meegenomen in de mandje van goederen en diensten dat het statistiekbureau volgt.

Sinds de start van dit jaar is het lage btw-tarief opgeschroefd naar 9 procent. Zoals aangegeven is dit terug te zien in voedingsprijzen Maar er speelt meer.

In maart was de stijging van brandstofprijzen duidelijk voelbaar. Zo lag de gemiddelde benzineprijs 5 procent hoger vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder.

Sparen: inflatie tast koopkracht aan

Terwijl de inflatie aantrekt, zien spaarders rentes niet meebewegen. De hoogste variabele spaarrente voor vrij opneembare rekeningen lag in maart op 0,35 procent, volgens gegevens van de site Spaarinformatie.nl. Deze rente is van LeasePlan Bank die overigens per 1 april een renteverlaging heeft doorgevoerd van 0,1 procentpunt.

Lees ook op Business Insider

Veel spaarrentes liggen nog een stuk lager. Voor basisrekeningen op internet zitten grootbanken ING, ABN Amro en Rabobank bijvoorbeeld allemaal op een variabele spaarrente van 0,03 procent. Triodos biedt zelfs helemaal geen rente op de internetspaarrekening van de bank.

Onderstaande grafiek laat zien dat de kloof tussen de inflatie en de hoogste variabele spaarrente fors is toegenomen en in maart een nieuw record bereikte.

Spaargeld dat op vrij opneembare spaarrekeningen staat, wordt door de inflatie minder waard, omdat de zogenoemde reële rente (de spaarrente minus de inflatie) negatief is.

De situatie voor spaarders is behoorlijk dramatisch, omdat ook de spaarrentes voor deposito’s waarbij het spaargeld langer vaststaat, laag zijn.

Als je spaargeld minimaal 20 jaar vastzet, krijg je maximaal 1,8 procent per jaar. Ook dat is bij lange na niet genoeg om de gemiddelde prijsstijging van inmiddels zo’n 2,8 procent te compenseren.

Belasting op vermogen

Naast de inflatie moet je als spaarder ook rekening houden met de belasting op vermogen in box 3. Het startpunt voor spaargeld en beleggingen die in box 3 worden belast, is een vrijstelling van 30.360 euro per persoon in 2019.

Vervolgens betaal je over het vermogen tot iets meer dan 100.000 euro (een bedrag van ruim 70.000 euro dat boven de vrijstelling van 30.650 euro uitkomt) effectief 0,58 procent belasting; over het bedrag tussen de ruim 100.000 euro en ruim 1 miljoen euro is de effectieve heffing 1,34 procent; boven de (ruim) 1 miljoen euro wordt de heffing 1,68 procent.

Om vermogen dat onder de heffing in box 3 valt waardevast te houden, is bij een spaarvermogen tot ruim een ton een rendement van minimaal 3,4 procent nodig (optelsom van de inflatie van 2,8 procent in maart 2019 en de vermogensbelasting). Dat is voor spaarders niet te doen.

Leer meer over geldzaken: