Hadden de Nederlandse vrouwen zonder Sari van Veenendaal ook in de WK-finale gestaan? Dat is maar de vraag, want de 29-jarige keepster zorgde er woensdag voor dat geen enkele kans van Zweden een doelpunt werd. In de 99ste minuut lukte het Jackie Groenen om te scoren, en dus staan de Oranjevrouwen zondag tegenover het Amerikaanse team.

Dat juist Van Veenendaal ervoor zorgde dat Nederland de wedstrijd won, is opmerkelijk. Ze begon namelijk relatief laat met professioneel voetbal en is op dit moment zelfs clubloos. Haar contract bij Arsenal liep na vier jaar af, werd niet verlengd en een nieuw contract bij een andere club heeft ze nog niet getekend.

Ze hoeft zich weinig zorgen te maken, want de kans is groot dat ze binnenkort een hoop aanbiedingen krijgt. De afgelopen weken heeft namelijk de hele wereld kunnen zien hoe Van Veenendaal met haar 1,80 meter gemakkelijk ballen uit het doel weet te houden.

Dit zijn zes dingen die je misschien nog niet over haar wist:


Sari van Veenendaal begon pas laat met voetballen.

Sari van Veenendaal staat de pers te woord voor de halve finale tegen Zweden. Bron: Robin van Lonkhuijsen/ANP

Waar veel andere speelsters van Oranje al vroeg met de sport begonnen, ging Van Veenendaal pas op haar twaalfde bij een voetbalclub. Pas op haar zeventiende maakte ze de overstap van de amateurs van SV Saestum naar eredivisieclub FC Utrecht. “In het begin wist ik niet dat ik profvoetbalster wilde worden”, zegt ze daarover tegen Voetbalshop.

Natuurlijk, ze droomde er wel van. Als ze vroeger aan de hand van haar vader meeging naar een wedstrijd van FC Utrecht, wilde ze daar keeper worden. Maar verder had ze een normale jeugd, vertelt ze de Volkskrant: “Mijn ouders hebben me normen en waarden meegegeven, discipline bijgebracht. Wilde ik voetballen? Prima. Maar school moest ook afgerond. Geen concessies. Ik ben niet opgegroeid in een topsportgezin, maar als kind. Buiten spelen, laat in het voetbal rollen. Mijn jeugd heb ik helemaal vrij beleefd. De topsportwereld kwam er pas later bij en dat paste goed.”

Lees ook op Business Insider

Tegen Voetbalshop: “Het is misschien een heel andere weg dan de meiden uit het Nederlands elftal hebben afgelegd, maar dit is de manier waarop ik het heb gedaan.”


Ze kan niet goed tegen haar verlies en is heel perfectionistisch.

Sari van Veenendaal tijdens de halve finale tegen Zweden. Bron: Srdjan Suki/EPA

Dat ze keepster wilde worden, was al snel duidelijk voor haar toen ze op haar zeventiende prof werd. “Ik kon niet zo goed tegen mijn verlies, dus toen vond ik het minder erg om de ballen zelf door te laten in plaats van dat iemand anders dat deed”,

Dat perfectionisme komt in haar spel wel vaker naar voren. Houdt ze een bal een keer niet tegen, dan wil ze dat doelpunt het liefst voor het einde van de wedstrijd al analyseren. Tijdens de wedstrijd tegen Kameroen wilde ze dat in de rust al doen. “Mij werd gezegd: dat kan niet”, zegt ze tegen de Volkskrant, maar bij haar club Arsenal doet ze dat wel altijd.

Dus na de wedstrijd tegen Kameroen zat ze al snel in de bus, geparkeerd onder het stadion, waar ze zag waar het mis ging met de bal. Daar wil ze van leren. “Er zijn geen excuses. Als die bal daar komt, moet ik hem beter inschatten. Punt.”


Sari van Veenendaal vond het heel moeilijk om voor haar carrière naar Engeland te verhuizen.

Voordat Van Veenendaal bij Arsenal speelde, voetbalde ze vijf jaar bij FC Twente. Daar had ze “alles gewonnen wat er te winnen viel” en daarom besloot ze dat ze het ergens anders moest proberen. “Ik wilde heel graag bij het Nederlands elftal keepen en ik dacht niet dat ik dat ging bereiken door bij Twente te blijven. Ik werk elke dag zo hard om een bepaald doel te bereiken, en ik wist dat ik dat doel beter kon bereiken als ik bij een betere club zou zitten en mezelf uit mijn comfortzone zou halen”, zegt ze tegen Vice.

Maar dat betekent niet dat het makkelijk was om in het vliegtuig te stappen. “Ik weet nog heel goed dat mijn vader en mijn zus me wegbrachten naar Schiphol, toen ik naar Engeland ging verhuizen”, zegt ze. “Heel moeilijk vond ik dat. Het was ook lastig inschatten waar ik terecht ging komen – je weet niet zeker waar je voor kiest en hoe dingen gaan lopen.”


Voor iedere wedstrijd jongleert ze even.

Sari van Veenendaal van het Nederlands vrouwenelftal tijdens een training in Stade du Merlo. Bron: Robin van Lonkhuijsen/ANP

Om de spanning bij zo’n nieuwe club wat te verminderen, ontwikkelde Van Veenendaal bij Arsenal een opmerkelijke gewoonte: voor iedere wedstrijd gaat ze even in de kleedkamer jongleren. Met jongleerballen, rolletjes tape, flesjes of appels, om zo te kunnen ontspannen. “Ik moest me daarbij zo focussen op wat ik deed dat ik weinig tijd had om na te denken. Het hielp me serieus om met de spanning om te gaan”, zegt ze tegen Trouw.

“Natuurlijk keken mijn ploeggenoten mij in het begin vreemd aan. Maar later vonden ze het wel leuk en begonnen ze dingen erdoorheen te gooien of ballen af te pakken. Zo kreeg ik ook een goede binding met hen.”

Inmiddels kan ze vier ballen in de lucht houden en probeert ze het nog voor iedere wedstrijd te doen. “Ik zie het als een soort gereedschap of bijgeloof. Het is niet zo dat er op het veld niets lukt als ik het een keer oversla. Als er niet veel tijd is, schiet het er weleens bij in. Maar het is iets vertrouwds geworden dat bij mij past.”


Het jaar na het EK was het moeilijkste uit haar carrière.

In 2017 won Van Veenendaal met het nationaal vrouwenelftal het EK. Je zou misschien verwachten dat zo’n winst het spel leuker zou maken, maar voor haar gold dat niet. Het jaar na het EK vond ze een van de moeilijkste jaren uit haar carrière.

“Ik wist niet of er ooit een nieuw doel zou komen dat kon overtreffen wat wij hadden behaald. Heel Nederland stond achter ons, de supporters hadden mijn moment van ‘mooi’ naar ‘fantastisch’ getild. Daarna dacht ik: en nu? Ik heb daar lang mee geworsteld, had dagen waarop ik dacht: waar doe ik het eigenlijk voor? Terwijl ik die drive juist nodig had – en heb – om elke dag het beste uit mijzelf te kunnen halen”, zegt ze tegen Vice.

Maar het werd beter: ze sprak met andere topsporters die zeiden hetzelfde te ervaren, en ze las over het gevoel in kranten. “Toen dacht ik: dit heeft iedereen. Dat heeft uiteindelijk voor een omslag gezorgd.”


Het was maar de vraag of Sari van Veenendaal dit WK mocht spelen.

Dominique Bloodworth, Sari van Veenendaal en Daniëlle van de Donk. Bron: ANP

Tijdens dit WK is Van Veenendaal de eerste keeper van Oranje, maar vanzelfsprekend was dat niet. Tijdens de play-offs tegen Denemarken en Zweden zat ze op de bank, haar collega Loes Geurts mocht spelen. De reden: coach Sarina Wiegman vond het verschil tussen de twee nihil en Van Veenendaal zat bij Arsenal ook op de bank.

Pas eind mei besloot Wiegman dat Van Veenendaal tóch wel mocht spelen, deels omdat ze bij Arsenal ook al een paar weken in het doel stond dankzij een blessure van een concurrente. Tegen het AD zei ze daarover: “De keuze is laat genomen. Natuurlijk ben ik opgelucht en is het moeilijk geweest. Ik heb leukere tijden meegemaakt. Maar ik heb altijd gedacht: laat ik me afleiden of spreek ik met mijn handen? Dat laatste dus. Ik ben topsporter, ik wil spelen en ik wil winnen. Dat zijn mijn kenmerken.’’


Lees meer over voetbal: