Het vertrek van Hudson’s Bay eind 2019 is een hard gelag voor de winkelcentra waar de warenhuisketen is gevestigd, aangezien er enorme gaten vallen. Toch zijn er verschillende manieren om de grote panden weer gevuld te krijgen.

Hudson’s Bay telt 15 vestigingen in Nederland, veelal in de oude panden van V&D dat failliet ging. Maar sinds 2015, toen de Canadese warenhuisketen hier neerstreek, heeft het de Nederlandse consument niet kunnen bekoren. En dus neemt Hudson’s Bay Company (HBC) eind 2019 de benen. Dit betekent niet per se meteen inkomstenverlies voor de vastgoedeigenaren. Zij hebben in ruil voor investeringen langlopende huurcontracten met HBC afgesloten.

Maar het vertrek van Hudson’s Bay betekent wel hoofdpijn voor de winkelcentra in steden als Rotterdam, Enschede en Amstelveen waar het warenhuis straks een gat achterlaat. Een leeg winkelpand is niet alleen ongezellig, het heeft ook effect op de omliggende winkels. Een groot warenhuis als Hudson’s Bay trekt veel publiek, dat ook de andere winkels aandoet. Valt zo’n warenhuis weg, dan kan dat minder traffic betekenen en dus minder omzet. Er mist als het ware een schakel in de winkelstraat.

Niet voor niets noemde een wethouder van de gemeente Enschede het vertrek van Hudson’s Bay in het Financieele Dablad een ‘leegstandsverdubbelaar’. Hij moet straks een pand van tienduizend vierkante meter zien te vullen. Volgens retaildeskundige Paul Moers wordt het op korte termijn moeilijk om nieuwe huurders te vinden: “Niemand wil die panden hebben. Veel en veel te groot”, zei hij tegen het FD.

Toch zijn er wel opties waar gemeenten en vastgoedeigenaren aan kunnen denken in de zoektocht naar nieuw huurders. ABN Amro noemt in een rapport drie mogelijkheden voor de panden van Hudson’s Bay. Dit zijn ze:

De spekkoek

Net als een spekkoek die uit verschillende laagjes bestaat, kun je elke verdieping van een pand met een andere functie vullen. “Sommige warenhuizen worden mogelijk als een ‘spekkoek’ met nieuwe functies ingericht”, schrijft ABN.

Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld een supermarkt en andere winkels op de begane grond. De eerste en hogere verdiepingen zijn dan bestemd voor andere functies, zoals een fitnesscentrum, kantoren en spelcentra met bijvoorbeeld poolen en gokken. Tot slot is de bovenste verdieping bestemd voor wonen, met bijvoorbeeld senioren- of studentenwoningen.

Lees ook op Business Insider

Voorbeelden van spekkoekpanden zijn De Markies in Den Haag, waar vroeger Marks & Spencer in zat, en Cool63 in Rotterdam, waar Saturn was gevestigd.

Shop-in-shops

Een andere mogelijkheid is om van het pand een verzamelplek te maken voor verschillende “onderscheidende aanbieders”, schrijft ABN. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Magna Plaza in Amsterdam, waar je op de tweede verdieping een foodhall vindt met verschillende horecagelegenheden.

De ‘mall’

Een grote locatie zou ook ingevuld kunnen worden met een ‘mall’. Hier vind je ook een diversiteit aan winkels en ‘beleving’, maar rond een bepaald thema. Dit vergt volgens ABN echter wel de nodige investeringen “in bijvoorbeeld vides, scheidingswanden, puien en het verleggen van roltrappen”. En dat terwijl “succes allerminst verzekerd is”.

Lees meer over Hudson’s Bay en retail: