ANALYSE – Een incassomedewerkster wordt tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden door een hond gebeten en loopt daarbij ernstig letsel op. Zij stelt de eigenaar van de hond aansprakelijk voor een kleine vier ton.

Omdat de eigenaar van de hond betwist aansprakelijk te zijn, wordt de vordering uiteindelijk aan de rechter voorgelegd. Advocaat aansprakelijkheidsrecht Hein Hoogendoorn licht de finesses de uitspraak van de rechtbank toe.

Aansprakelijkheid voor dieren

De rechter moest oordelen over twee zaken: de aansprakelijkheid en de hoogte van schade.

Artikel 6:179 van het Burgerlijk Wetboek roept een wettelijke risicoaansprakelijkheid in het leven die er op neer komt dat de bezitter van een dier aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade.

De grondslag van deze aansprakelijkheid is volgens de toelichting ‘het gevaar dat in de eigen energie van het dier schuilt’. Voor aansprakelijkheid op grond van dit artikel moet het dus gaan om schade die is veroorzaakt door een eigen gedraging van het dier.

Als een dier bijvoorbeeld aanwijzingen van zijn baasje opvolgt, dan kan aansprakelijkheid dus niet op dit artikel gestoeld worden. Degene die schade heeft geleden, moet dan aankloppen bij de eigenaar van het dier zelf.

Hond niet in bedwang, eigenaar niet aansprakelijk?

De advocaat van de eigenaar van de hond voerde in deze procedure aan dat hij niet bij machte was om de gedraging van de hond te controleren. Dat is echter nu juist geen feit of omstandigheid op grond waarvan aansprakelijkheid kan worden uitgesloten. De rechter oordeelde hier dat de eigenaar aansprakelijk was op grond van de eerder genoemde risicoaansprakelijkheid.

Door de advocaat van de eigenaar van de hond werd ook nog aangevoerd dat de schade mede veroorzaakt werd door een handeling van de incassomedewerkster zelf. De eigenaar van de hond zou de incassomedewerkster hebben gewaarschuwd en ook hebben verzocht afstand te nemen.

De incassomedewerkster zou de waarschuwingen van gedaagde in de wind hebben geslagen en met een brillenkoker in haar hand een stap richting de hond hebben gezet. Toen zou de hond hebben toegeslagen.

De rechter vond echter dat het hier niet om een gedraging ging die eigen schuld bij de incassomedewerkster kon impliceren. Het verweer van de eigenaar van de hond dat sprake was van ‘eigen schuld’ ging hier dus niet op.

Gevorderde schade niet betwist

Vervolgens moest de rechter zich uitlaten over de gevorderde schade en over de hoogte daarvan. Dat was in dit geval voor de rechter niet moeilijk. Door gedaagde was namelijk tegen de hoogte van de gevorderde schade in het geheel geen verweer gevoerd.

Nu deze vorderingen en de hoogte daarvan dus niet waren betwist, wees de rechtbank gevorderde schade om die reden toe.

Geen verweer voeren tegen hoogte van gevorderde schade kan catastrofale gevolgen hebben. In dit geval moet de eigenaar van de hond bijna vier ton aan schadevergoeding aan de incassomedewerkster betalen.

Hein studeerde Nederlands recht en Fiscaal recht en is sinds 2008 advocaat. Sinds november 2013 is hij verbonden aan AMS Advocaten. Hein legt zich voornamelijk toe op het procederen en adviseren op het gebied van ondernemingsrecht, insolventierecht, verbintenissenrecht en incasso