Konijn, eend, hert en natuurlijk de klassieke kalkoen: een hoofdgerecht met ‘wild’ is voor veel Nederlanders even onlosmakelijk verbonden met Kerstmis als eieren met Pasen.

Het is traditie en de kerstdagen zorgen dan ook voor topdrukte bij zowel de slager als de vleesschappen van de supermarkten. Vooral supermarkten halen de laatste jaren alles uit de kast om het eigen vleesaanbod van een exclusief kerstimago te voorzien, tot Beau van Erven Dorens in glitterjasje aan toe.

Maar het VN-rapport vol apocalyptische voorspellingen, het klimaatakkoord van Rutte III en de al even veelbesproken klimaattop in Katowice zorgen ervoor dat 2018 tot en met de laatste maand in het teken staat van duurzaamheid.

En kerst of niet, ieder kind weet dat vlees zwaar drukt op het milieu – en daarmee voor sommigen ook op het geweten.

Vegetarisch eten is niet voor niets in. Tegelijkertijd zijn de feestdagen ook een tijd om, juist op het gebied van eten, het even wat ruimer te laten hangen dan normaal. Het geld laten rollen, de broekriem op een wijder gaatje en het wijnglas iets te vol.

Juist voor hen die vlees niet willen laten staan maar zich bij de viering van het heilige ook willen inzetten voor een betere wereld, verzamelden wij deze zes tips voor een duurzamer kerstdiner.


Laat je niet foppen door het ‘wild’ uit de supermarkten.

Goed nieuws! Wild is het duurzaamste stukje vlees. Mooi, zal je misschien denken. Je geweten is gesust, het traditionele kerstmaal is veilig. Maar wacht even voordat je je tanden in een Albert Heijn-konijn laat zinken. Niet alles met het etiket wild is duurzaam. Sterker, niet alles met het etiket wild is ook echt wild.

Juist het kerstkonijn dat je uit de schappen van de lokale buurtsuper plukt, scoort laag op het gebied van duurzaamheid. Niet zo vreemd als je bedenkt dat dit vlees van konijnen komt die in een legbatterij-achtige setting zijn gefokt. Hetzelfde geldt vaak voor eend en hert.

Eigenlijk geen wild dus, vond ook stichting Konijn in Nood, dat een rechtszaak aanspande tegen Albert Heijn en won. De blauwe grootgrutter deed een knieval en maakt bij de labeling van vleeswaren nu onderscheid tussen ‘vrij wild’ en ‘gehouden wild’. Maar wat er aan dat laatste dan nog precies wild is…

Kortom, wees kritisch in de supermarkt. Om je op weg te helpen: in 2016 deed Vrij Nederland al eens onderzoek naar de duurzaamheid van supermarktproducten.


Eet eens ietsje minder vlees.

Arjen Lubach zorgde in november er nog hoogstpersoonlijk voor dat kernenergie uit het taboehoekje van het publieke debat werd gehaald. Maar het was niet de eerste keer dat de satiricus uit Lutjegast het opneemt voor Moeder Aarde. In 2015, jaren voordat het roemruchte Netherlands Second-filmpje Lubach naar internationale roem katapulteerde, deed hij een oproep om ‘ietsje minder’ vlees te eten.

Nederlanders eten jaarlijks gemiddeld zo’n 35 tot 40 kilo vlees en de vleesindustrie is goed voor 13 procent van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Dat hoeft geen reden te zijn om in zijn geheel te stoppen met vlees, zo betoogde Lubach in 2015 – toen nog lid van “teaaaam vlees!”, inmiddels vegetariër. Omdat vlees zo vervuilend is, kan een kerstdiner met wat meer bijgerechten en wat minder dierlijk hoofdgerecht al een hoop schelen.

Ter inspiratie dit menu vol vegetarische bijgerechten.


Of haal je vlees van lekker dichtbij.

En nee, daarmee bedoelen we niet de supermarkt of slager op de hoek. Pak eens de fiets – lekker duurzaam – en peddel de polder in. Bij de biologische boer valt namelijk ook een hoop lekkers te krijgen, variërend van vlees van eigen slacht tot zelfgeschoten wild.

Een goede biologische boer ontstijgt de duurzaamheidskenmerken van de supermarkten met gemak en door er een fietstochtje van te maken stoot je geen extra CO2 uit.

Wie nu denkt: ik zet deze kerst een hertenbiefstukje uit de Oostvaardersplassen op tafel, helaas, dan moet je nog even geduld hebben. De gelukkige slager die dit vlees van Staatsbosbeheer mag verkopen, zetelt in Amsterdam, maar heeft al aangegeven dat de Oostvaarderswild pas in januari verkrijgbaar is.


Verras je gasten eens met paardenbiefstuk.

Natuurlijk heeft niet iedereen tijd voor een fietstocht. Aan zelfgeschoten, biologisch vlees hangt bovendien een prijskaartje. Ook wild uit de supermarkt is relatief prijzig. Genoeg Nederlanders toveren met de kerst een rollade of beenham op tafel.

Voor hen die zowel op het milieu als op de kleintjes willen letten, is er een avontuurlijk alternatief: paard. Paardenvlees haalde enkele jaren geleden de krantenkoppen nadat het in de gehaktballetjes van IKEA was aangetroffen, terwijl op de verpakking van de geel-blauwe meubelgigant viel te lezen dat het om rundvlees zou gaan.

De consument voelde zich, terecht, misleid en misschien zelfs wat ongemakkelijk bij het idee paardenvlees te hebben gegeten. Eigenlijk onterecht. Want paardenvlees is lekker, een stuk duurzamer dan rund en ook nog eens diervriendelijker – vlees van paarden op leeftijd blijft namelijk lekker mals.

Het valt overigens wel aan te raden gasten van tevoren eerlijk te vertellen wat er op het menu staat.


Of compenseer je uitstoot juist op je groente en fruit.

Een creatieve wijze om duurzamer te dineren, zonder aan de vleesconsumptie in te boeten, is door juist bij de bijgerechten een kritischer boodschappenbeleid te voeren. Groente en fruit komt ergens vandaan, en de plaats van herkomst kan een grote impact hebben op je ecologische voetafdruk.

Avocado is de bekende boosdoener onder de groenten. Nederland raakt er zo langzamerhand aan verslaafd, maar de zachte smaakmaker van iedere salade slurpt water en moet bovendien vanuit Zuid-Amerika worden overgevlogen. Weinig duurzaam dus.

Lees meerAvocado’s zijn ‘net als kippen uit de legbatterij’: de enorme hype rond de vrucht zorgt voor de nodige milieuschade

Een fietstochtje naar de boer biedt wederom uitkomst, maar voor wie het stalen ros liever richting supermarkt stuurt bestaat deze handige tool van Milieu Centraal, waar je per seizoen de meest duurzame groenten en fruit kan kiezen. Ook in app verkrijgbaar.

Overigens is dit wel een duurzaamheidstip die wij zien als een beetje smokkelen. Alleen voor de echt verstokte carnivoren dus, want de CO2-uitstoot van fruit en groente valt in het niet bij die van vlees.


Ga verantwoord om met plastic en je kerstboom.

Nee, combineer deze sluiproute dan liever met de duurzame verwerking van plastic en de kerstboom. Veel van wat er bij een Nederlands kerstdiner op tafel staat, wordt in plastic verpakt en al die verpakkingen vormen ook weer een aanslag op het milieu.

Haal dus zoveel mogelijk ingrediënten bij de lokale groenteboer en slager, in plaats van voor de voorgepakte variant te gaan. Combineer het kerstdiner daarnaast alvast met een goed voornemen door nu eens echt serieus werk te maken van afval scheiden. Dat is even wennen en misschien daarom wel op z’n retour. Zonde, want het is een goede manier om bij te dragen aan het milieu.

Maar ook bij de aanschaf van de kerstboom kan je rekening houden met moedertje natuur. Als je voor de echte kerstboom gaat, koop er dan eentje met kluit. Zo kan je de boom meerdere jaren gebruiken. Voor diegenen zonder tuin bestaat er de site adopteereenkerstboom.nl, waar je een boom kan aanschaffen die in januari weer teruggaat naar de kwekerij.

Als je een een kerstboom zonder kluit hebt, kun je ervoor zorgen dat de boom na de feestdagen netjes naar de groencontainer of milieustraat gaat. De traditionele verbranding van kerstbomen zorgt voor flink wat luchtvervuiling.

Hetzelfde geldt trouwens voor vuurwerk. Dus ben je groter fan van vlees dan van knallen, overweeg dit jaar dan eens voor één van deze twee tradities te kiezen.


Lees meer over kerst: