Ben jij onderdeel van het groeiende leger aan zelfstandigen? Maar ben je van plan te stoppen als zzp’er? Dan moet je een aantal zaken in de gaten houden.

Als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) ben je ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, ben je ondernemer voor de inkomstenbelasting en wellicht ook voor de omzetbelasting. Misschien ben je zelfs één van de zzp’ers met arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) en spaar je voor je pensioen.

Kortom, je hebt een hele kerstboom aan regelingen opgetuigd om te kunnen ondernemen.

En nu komt er een mooie baan voorbij. Je besluit te stoppen als zzp’er en in loondienst te gaan. Je moet de kerstboom aftuigen voor een nieuw leven in dienstverband.

In dit geval moet je jezelf een aantal vragen stellen en stappen ondernemen. Dit zijn ze:


1. Ga na of je echt wil stoppen als zzp’er

Stoppen met ondernemen betekent niet voor iedereen hetzelfde. Het kan ook zijn dat je in dienstverband gaat maar daarnaast nog hier en daar een klusje wilt blijven doen: je geeft af en toe een lezing of schrijft enkele keren per jaar een stuk.

Ben je in dat geval voor de fiscus en andere instanties nog ondernemer?

Lees ook op Business Insider

Om dit te achterhalen is het zogenaamde urencriterium voor ondernemers van de Belastingdienst leidend. “Dit criterium bepaalt of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting en of je recht hebt op de fiscale voordelen die daarmee gepaard gaan”, zegt Wouter Dijkstra, fiscalist bij IFS Lancers Fiscaal.

Besteed je tenminste 1225 uur per kalenderjaar aan een of meer ondernemingen waaruit je als ondernemer winst geniet, dan ben je een IB-ondernemer. “Let wel, van het totaal aantal uren dat je maakt, in loondienst, voor je onderneming en eventueel overige werkzaamheden, moet je meer dan 50 procent aan je onderneming besteden”, waarschuwt Dijkstra.

“Het addertje onder het gras is dus dat als je in een jaar bijvoorbeeld 1230 uur aan jouw onderneming hebt besteed en 1300 uur in loondienst, je dus de grens van 1225 uur hebt gehaald, maar niet 50 procent aan je onderneming hebt besteed. In dit geval voldoe je dan niet aan het urencriterium”, legt Dijkstra uit.

Is hiervan geen sprake en voldoe je aan het urencriterium, dan hoef je alle onderstaande stappen niet te nemen. In dat geval blijf je ondernemer. Maar 1225 uur komt neer op zo’n drie dagen per week. Dat haal je waarschijnlijk niet als je in loondienst bent.

“Haal je het urencriterium niet, dan ben je geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. Blijf je als werknemer wel klusjes daarnaast doen, dan is daar een speciale vraag voor in de aangifte inkomstenbelasting, genaamd: Inkomsten uit overig werk”, aldus Dijkstra.


2. Begin bij de Kamer van Koophandel (KvK)

Als je voor de fiscus niet voldoet aan het ondernemerscriterium, betekent dit niet dat je meteen naar de Belastingdienst moet stappen.

Stoppen als zzp’er begint bij de Kamer van Koophandel (KvK) waar alle bedrijven van Nederland geregistreerd staan. Dit gebeurt met een digitaal formulier.

Ga naar de website van het handelsregister, zoek je onderneming op en kies voor opheffen eenmanszaak. De KvK geeft de beëindiging van je onderneming door aan de Belastingdienst waarvan je een bevestiging krijgt. Komt die bevestiging niet, dan moet je wél bij de Belastingdienst aan de bel trekken.


3. Belastingdienst: weg ondernemersvoordelen

Ondernemers hebben een heel andere status bij de Belastingdienst dan mensen in dienstverband. Zo heb je als ondernemer recht op aftrekposten die jouw omzet verlagen, waardoor je dus minder belasting hoeft te betalen. Denk eraan dat deze fiscale voordelen wegvallen als je stopt met ondernemen.

Je krijgt bijvoorbeeld geen zelfstandigenaftrek meer, die in 2018 ruim 7.000 euro bedraagt. Ook een eventuele startersaftrek van 2123 euro is van de baan, net als andere aftrekposten als de meewerkaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk.

Aan de andere kant is het wel iets makkelijker om een betalingsregeling te treffen met de Belastingdienst als werknemer. In dat geval kun je, als je voldoet aan de voorwaarden, vier maanden uitstel krijgen.

Als ondernemer kun je alleen uitstel van betaling krijgen als je zekerheid kunt geven over de belastingschuld, bijvoorbeeld met een bankgarantie. Uiteraard is het te hopen dat je uitstel van betaling niet nodig hebt.


4. Belastingdienst: Denk aan de stakingswinst en eventuele oudedagsreserve

Ondertussen is het goed om alvast stil te staan bij de stakingswinst en een eventuele oudedagsreserve.

Stakingswinst

Dit is het verschil tussen de balanswaarde en de werkelijke waarde van je bedrijf op het moment dat je stopt. De berekening hiervan is erg ingewikkeld en de Belastingdienst raadt aan dit samen met een adviseur te doen. Over de stakingswinst betaal je belasting, maar daarvoor geldt ook stakingsaftrek. Deze is gelijk aan de stakingswinst maar bedraagt maximaal 3.630 euro.

Is stakingswinst vaak van toepassing op zzp’ers?

Wouter Dijkstra van IFS Lancers Fiscaal komt ze niet heel vaak tegen. “Maar je kunt er van tevoren weinig zinnigs over zeggen. Bij heel kleine ondernemingen zullen er niet zo snel meerwaarden zijn. Echter, als bij het opheffen van een onderneming een zakelijke auto naar privé gaat, kan daar een meerwaarde in schuilen. Daarover is dan belasting verschuldigd.”

Oudedagsreserve

Met de oudedagsreserve is menig ondernemer de mist in gegaan. Wat is het? Als ondernemer krijg je van de Belastingdienst de mogelijkheid om een deel van je winst (ongeveer 9,44 procent met een maximum van 8775 euro in 2018) te reserveren. Over dit deel van de winst hoef je dan geen belasting te betalen. Althans, niet meteen.

En daar zit ‘m de crux. Sommige ondernemers zien uitstel van betaling als afstel van betaling. Hopelijk ben jij er daar niet één van, want uiteindelijk wil de Belastingdienst wel geld zien: als je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt of als je stopt met je onderneming, wat jij nu dus gaat doen. Heb je gebruikgemaakt van de oudedagsreserve, dan is het te hopen dat je de verschuldigde belasting hierover achter de hand hebt.

Mocht je je nu afvragen waar die oudedagsreserve in hemelsnaam goed voor is, een tijdelijk belastingvoordeel kan handig zijn als je wilt investeren in je bedrijf. Dat is in veel gevallen goedkoper dan een lening. Tegen de tijd dat je moet afrekenen, heb je misschien de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en val je in een lager tarief voor de inkomstenbelasting. In dat geval levert de oudedagsreserve werkelijk voordeel op. Voor jou is het te hopen dat je niet in een hoger tarief voor de inkomstenbelasting valt nu je stopt met ondernemen en de oudedagsreserve eventueel moet afrekenen.

Overigens kan het zijn dat je als ondernemer pensioen opbouwt in de derde pijler, bijvoorbeeld met een lijfrenteverzekering of met banksparen. In dat geval neemt de oudedagsreserve af met het deel dat je in een van deze pensioenpotjes hebt gestopt. Daar staat tegenover dat je de premies hiervoor hebt kunnen aftrekken.

Belastingdienst: het afscheid als ondernemer

Wanneer je ben uitgeschreven bij de KvK, kan het zijn dat de Belastingdienst extra informatie vraagt in verband met de staking. Die moet je dan geven.

Vervolgens moet je de administratie van je eenmanszaak afsluiten. De eindbalans en de jaarrekening maak je op tot en met de einddatum van je bedrijf. Hierop is ook de stakingswinst gebaseerd. De stakingswinst en de eventuele oudedagsreserve komen bovenop de jaarwinst en hierover moet je dus belasting betalen, voor zover dit bedrag boven de stakingswinst uitkomt.

“Bij de aangifte over het jaar waarin je de onderneming staakt, vul je de gegevens over gestaakte onderneming aan, waaronder dus de balans en winst- en verliesrekening”, zegt Wouter Dijkstra van IFS Lancers Fiscaal.

5. Stoppen als zzp’er: wat doe je met je pensioen?

Je gaat stoppen als zzp’er en wordt werknemer, waarbij je aanvullend pensioen moet of mag opbouwen via de werkgever. Ofwel, je kan pensioen opbouwen in de tweede pijler. Maar nu ben jij een van de weinige zzp’ers die ook al pensioen opbouwt in de derde pijler, met bijvoorbeeld een lijfrentepolis of banksparen.

Het is wettelijk niet toegestaan om deze (bancaire) lijfrente over te hevelen naar het werkgeverspensioen. Deze pensioenpot opheffen gaat ook niet zomaar, omdat je het pensioen dan zou moeten afkopen. En dat mag ook niet. “Tenzij de lijfrente niet meer dan 4.351 euro (2018) bedraagt. In dat geval mag je wel afkopen”, zegt pensioenadvocaat Theo Gommer.

Het afkopen gebeurt op ongeveer dezelfde manier als een minipensioen via een werkgever. Lees hier hoe dat werkt.

Heb je meer opgebouwd, dan rest er niets anders dan de lijfrente te laten bestaan. Dat kan op twee manieren:

  1. Premievrije lijfrente
    In dit geval laat je de lijfrente staan, maar je legt geen premie meer in. De lijfrente blijft wel rendement opleveren, al weet je natuurlijk niet precies hoe groot de uitkering zal zijn als je eenmaal de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
  2. Lijfrente laten staan en doorgaan met premie inleggen
    Je kunt er ook voor kiezen om de pensioenpot ongemoeid te laten. Je laat de lijfrente staan en blijft inleggen. Uiteraard moet je dit wel kunnen leien. Immers, als zzp’er genoot je nogal wat belastingvoordelen, die zijn er onder meer om je te verzekeren voor je oude dag en arbeidsongeschiktheid. Die belastingvoordelen vallen nu weg.”Wel kun je de nieuwe werkgever vragen of hij de premie aan jou wilt uitbetalen, in plaats van het in het werkgeverspensioen te storten. Zo kun je verder sparen op je huidige lijfrente”, werpt Gommer op.

Je bent niet alleen geld kwijt aan de eventuele premie die je blijft betalen, maar ook aan kosten die banken en verzekeraars inhouden om de kosten te denken. Die kunnen uitkomen op enkele tientjes per maand. Dat is natuurlijk niet aantrekkelijk, zeker niet als je voor premievrije lijfrente kiest en nog niet zoveel hebt opgebouwd.

Kies je voor afkopen als je minder dan 4.351 euro hebt opgebouwd, bedenk dan dat ook dat niet gratis is. “Je betaalt progressief belasting over het uitgekeerde bedrag en daarna moet je het nog ergens stallen. Kost ook geld”, waarschuwt Gommer, doelend op de inkomstenbelasting in box 1 en de vermogensrendementsheffing in box 3.

Uiteraard kun je het geld ook uitgeven aan een mooie vakantie, dan betaal je alleen inkomstenbelasting en blijft de vermogensrendementsheffing buiten bod.

Lees in dit verband ook: Fiscale jaarruimte: Hoe de Belastingdienst een deel van je pensioen betaalt


6. Wat te doen met de arbeidsongeschiktheidsverzekering?

Je bent een voorbeeldige zzp’er. Naast een pensioen heb je ook nog een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten, iets wat lang niet elke zzp’er doet. Als je wil stoppen als zzp’er, moet de AOV dan overboord als je verplicht verzekerd bent voor ziekte en arbeidsongeschiktheid via je werkgever?

Niet per se.

De verzekering via de werkgever dekt in veel gevallen namelijk niet je hele inkomen. Word je als werknemer ziek, dan moet je werkgever moet minstens 70 procent van je loon doorbetalen. In veel cao’s staat echter dat het eerste jaar 100 procent geldt en in het tweede jaar 70 procent.

Ben je na twee jaar nog ziek, dan gaat de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) gelden. De wet bestaat uit twee onderdelen: voor gedeeltelijke en (bijna) volledige arbeidsongeschiktheid. Kun je tijdelijk of deels niet werken door ziekte, dan treedt de WGA (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten) in werking. Hierbij ontvang je nooit meer dan 70 procent van je laatstverdiende loon.

Bovendien heeft de overheid een grens gesteld. Verdien je meer dan een bepaald bedrag (4.598 euro bruto per maand, 2018/2019), dan krijg je geen WIA over het inkomen dat boven de grens ligt. Daarbij neemt het UWV het sociale verzekeringsloon als uitgangspunt. Dit is het loon waarover je belasting en sociale premies betaalt en kan lager zijn dan je brutoloon.

Is er geen kans meer op herstel en kun je niet of nauwelijks werken, dan gaat de IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) gelden. De IVA-uitkering is in ieder geval 75 procent van de WIA-uitkering. En ook de IVA-uitkering is gemaximeerd.

Lees ook: Tegen welke risico’s moet je je als zzp’er verzekeren?

AOV gaat uit van je beroep

Als je meer verdient dan de door de overheid gestelde loongrens voor WIA, kan het interessant zijn je AOV aan te houden, of een AOV af te sluiten speciaal voor het inkomensdeel waarvoor je niet verzekerd bent via je werkgever.

Dit betekent niet dat de AOV geen grenzen kent.  Bij de meeste verzekeraars kun je 80 tot 90 procent van je bruto jaarinkomen verzekeren. Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid, dan krijg je het percentage waarvoor je arbeidsongeschikt bent uitgekeerd. Er zijn AOV’s die uitkeren op het moment dat je arbeidsongeschikt bent, ongeacht of je daardoor ook minder inkomen ontvangt.

Een ander verschil is dat de AOV’s uitgaan van je beroep. Zowel de WIA als een AOV is mede gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid. Maar als de arbeidsdeskundige in de WIA bepaalt dat je nog in staat bent om als accountant koekjes in te pakken, dan is uitkering deels gebaseerd op welk loon je daarmee kunt verdienen. Een AOV gaat alleen uit van je eigen beroep bij het bepalen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.


Lees meer over zzp’ers: