Wie onvoldoende pensioen opbouwt, kan zelf een aanvullende pensioenpot opbouwen. Je hoeft dit niet in je eentje te doen: de fiscus betaalt mee. Dit kan behoorlijk veel belastingvoordeel opleveren. Hoe gaat het in zijn werk?

Veel Nederlanders bouwen via hun bedrijf of werkgever minder pensioen op dan ze later nodig hebben. Om dit tekort aan te vullen, kun je zelf sparen of beleggen voor een aanvullend pensioen. Bouw je minder pensioen op dan je van de overheid maximaal zou mogen, dan helpt de fiscus je hierbij een handje.

Wat zijn de fiscale voordelen?

Ten eerste hoef je tijdens de opbouw geen inkomstenbelasting te betalen over het ingelegde bedrag. Als je het geld na je pensionering krijgt uitgekeerd, moet je alsnog afrekenen, maar veel mensen komen dan terecht in een lagere belastingschijf, waardoor ze onder de streep minder betalen.

Betaal je tijdens je werkzame leven een tarief van 49,5 procent (het hoogste tarief dat gaat gelden na invoering van de vlaktaks) en kom je na het bereiken van je AOW-leeftijd in een lagere schijf van 36,93 procent terecht, dan betaal je uiteindelijk 12,57 procentpunt minder belasting over je pensioenpot.

Daarnaast is het opgebouwde vermogen vrijgesteld van vermogensbelasting in box 3. Dit scheelt elk jaar per saldo 0,87 tot 1,65 procent, afhankelijk van de omvang van je spaarpot.

Helaas zijn veel Nederlanders niet op de hoogte van de regels, waardoor ze jaarlijks duizenden euro’s aan belastingvoordeel mislopen.

Hoeveel mag ik opbouwen?

Hoeveel je belastingvrij mag sparen of beleggen, hangt af van de zogeheten fiscale jaarruimte: jouw pensioentekort over het afgelopen kalenderjaar. Je mag ook met terugwerkende kracht gebruik maken van deze regeling, door de jaarruimte van de afgelopen zeven jaren te benutten. Dit wordt reserveringsruimte genoemd.

Veel Nederlanders hebben een pensioentekort. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als je pas op latere leeftijd bent begonnen met werken, vaak van baan bent gewisseld, een variabel inkomen hebt of als je een tijd hebt gewerkt bij een bedrijf zonder pensioenregeling. Ook veel zzp’ers bouwen minder pensioen op dan van de overheid zou mogen.

Let op ongemerkte jaarruimte

Soms heb je zonder het te merken fiscale jaarruimte, zegt Gaston Hendriks, eigenaar van KapitaalMeester in Voorburg en financieel planner van het jaar 2016. “Rijd je bijvoorbeeld in een leaseauto, dan wordt hiervoor bij je aangifte inkomstenbelasting een bedrag bij je inkomen opgeteld. Over dit bedrag betaal je wel belasting, maar bouw je geen pensioen op. Daar zit dus ruimte.”

Ook als je alimentatie ontvangt, bouw je fiscale jaarruimte op. “Maar veel gescheiden ouders hebben niet de middelen om die jaarruimte ook te benutten, omdat ze vaak minder alimentatie ontvangen dan waar behoefte aan is.”

Hendriks adviseert om ook naar je pensioenregeling te kijken. “Ik kom steeds meer werkgevers tegen die niet de volledige opbouwruimte benutten, maar slechts 80 of 90 procent van het maximale bedrag reserveren voor pensioenopbouw. Ook dat is van invloed op je jaarruimte.”

Hoe bereken ik de jaarruimte?

Er zijn op internet allerlei tools te vinden waarmee je de hoogte van jouw jaarruimte kunt berekenen. Denk bijvoorbeeld aan de Rekenhulp Lijfrentepremie van de Belastingdienst. Om de jaarruimte te berekenen moet je je inkomensgegevens en je Universeel Pensioen Overzicht (UPO) bij de hand hebben. Ben je ondernemer, dan is de winst uit onderneming van belang. Deze kun je vinden in je jaarrekening.

Lijfrente of banksparen?

Als je de hoogte van je jaar- of reserveringsruimte weet, kun je dit bedrag zelf storten in een lijfrenteverzekering of op een bankspaarrekening.

Een lijfrente keert uit tot je overlijden, ongeacht je uiteindelijke leeftijd. Bij banksparen maak je afspraken over het aantal jaren waarin het spaartegoed wordt uitbetaald. Leef je langer, dan stopt de uitkering. Maar er zijn nog meer verschillen. Het is verstandig om alle voor- en nadelen van beide productsoorten op een rij te zetten voor je een keuze maakt.

Wanneer is het slim om de jaarruimte te benutten?

Heb je jaarruimte, dan moet je de afweging maken of het slim is om daarvan gebruik te maken.  Om in aanmerking te komen voor belastingvoordeel, moet je namelijk wel aan enkele fiscale spelregels voldoen. Zo geldt het  belastingvoordeel alleen voor je jaar en- reserveringsruimte. Meer inleggen is wel toegestaan, maar dan betaal je het volle pond.

Ook ben je minder flexibel, waarschuwt Hendriks. “Als je spaart of belegt op een privérekening of via je BV, kun je daarmee doen en laten wat je wil. Je betaalt over het saldo dat boven de vrijstelling uitkomt wel vermogensbelasting . Of vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing als je als ondernemer spaart via de BV. Maar daar staat tegenover dat je het geld altijd kunt opnemen; bijvoorbeeld als je het nodig hebt voor een sabbatical of de studie van de kinderen. Staat het geld op een lijfrente, dan kan dat niet, want tussentijds opnemen is niet toegestaan.” Hij adviseert daarom om goed te kijken naar je wensen vóór je pensionering.

Ook de wensen voor de periode erna zijn van belang. “Er is pas echt sprake van een pensioengat als je meer wil uitgeven dan je hebt opgebouwd”, zegt Hendriks. “Heb je bijvoorbeeld je hypotheek afbetaald, dan zijn je woonlasten een stuk lager en heb je dus ook minder pensioen nodig. Het is dan de vraag of het wel nodig is om extra geld opzij te leggen. Maar verwacht je na je pensionering grote uitgaven te doen, voor bijvoorbeeld een wereldreis, dan is het wel verstandig om extra vermogen op te bouwen.”

Verder is het verstandig om een inschatting te maken van jouw fiscale voordeel. “Niet iedereen valt na het bereiken van zijn AOW-leeftijd in een lagere belastingschijf”, meent Hendriks. “Blijft het belastingtarief gelijk, dan is er op dat vlak geen fiscaal voordeel. Kijk dus goed naar de verwachte hoogte van je inkomen na pensionering.”

Sommige mensen hebben volgens Hendriks simpelweg geen keuze. “Veel zzp’ers hebben vaak niet de middelen om een bedrag opzij te leggen. Maar er zijn ook ondernemers die een heel goed jaar hebben en hun jaarrente over deze periode benutten.”

Of het verstandig en mogelijk is om je jaarruimte te benutten hangt dus af van je persoonlijke situatie. Een financieel planner kan je helpen bij deze afweging.

Eerst de reserveringsruimte

Wil je gebruik maken van het fiscale voordeel, dan adviseert Hendriks om eerst de onbenutte jaarruimte over de afgelopen zeven jaar (dus de reserveringsruimte) te gebruiken. “Deze periode verloopt op enig moment. Vervolgens kun je kijken naar de jaarruimte over het afgelopen jaar. Dat is de slimste volgorde.”

Dit is het eerste artikel in de Maand van het Pensioen. De Maand van het Pensioen wordt mogelijk gemaakt door Binck Pensioenbeleggen: een slimme aanvulling op uw pensioen.