Het belastingcadeau van 5 miljard euro van het kabinet Rutte 2 doet z’n werk. Op de loonstrookjes van 2016 is voor de meeste werknemers koopkrachtverbetering te zien. Alleen hogere inkomens die gebruik maken van de hypotheekrente-aftrek moeten een tegenvaller slikken.

Dat blijkt uit woensdag gepresenteerde berekeningen van salarisverwerker ADP.

De lastenverlichting voor werknemers komt in 2016 van drie kanten: op de eerste plaats zijn tarieven in de tweede en derde schijf van de inkomstenbelasting verlaagd van 42 naar 40,4 procent. Dit gaat over het inkomensdeel tussen 19.923 euro en 66.421 euro.

De derde belastingschijf loopt hierbij van 33.716 euro tot 66.421 euro en dat is ook nieuw, want de derde schijf is flink opgerekt. In 2015 liep de derde schijf nog tot 57.585 euro. Een groter deel van het inkomen valt dus onder het verlaagde tarief van 40,4 procent in plaats van onder het toptarief van 52 procent.

Dit laatste heeft wel een belangrijk gevolg voor hogere inkomens die gebruik maken van de hypotheekrente-aftrek: die kunnen minder rente aftrekken tegen een hoger fiscaal tarief, dat overigens is gemaximeerd op 50,5 procent. Dit alles kan flink schelen in het netto voordeel, waarover hieronder meer.

Het derde fiscale voordeel betreft de verhoging van de algemene heffingskorting voor inkomens tot 34.500 euro. Dit betreft een bedrag dat je mag aftrekken van de te betalen belasting.

Loonstrookje 2016: Tweeverdieners met kinderen in de watten gelegd

Hoe ziet het totaalplaatje er dan uit? Salarisverwerker ADP heeft vier hoofdprofielen gemaakt. De eerste twee betreffen werknemers met kinderen, met een onderscheid tussen respectievelijk tweeverdieners en éénverdieners.

De tabel hieronder geeft het overzicht (klik op uitvergroting)

loonstrookje 2016 met kinderen

Te zien is dat de tweeverdieners met kinderen er netto het meest op vooruit gaan. Zowel voor modale inkomens van 2.816 euro per maand als voor twee keer modaal blijft er onder aan de streep zo’n 2.000 euro méér over voor het hele jaar.

Let wel: naast de lagere belastingtarieven rekent ADP  hier met zowel het voordeel van een hogere kinderbijslag als een hogere kinderopvangtoeslag. Dat laatste geldt per definitie alleen voor ouders met relatief jonge kinderen.

Bij éénverdieners zonder kindersubsidies is het plaatje anders. Een modale eenverdiener gaat er nog wel zo’n 700 euro op vooruit.

Maar wie rond de 5.000 euro bruto per maand verdient als alleenverdiener moet oppassen. ADP heeft hier een berekening gemaakt op basis van een hypotheek en een woz-waarde van de woning van 260 duizend euro en een rente van 3 procent. Het fiscale nadeel van de lagere rente-aftrek weegt nu zo zwaar dat het saldo van maatregelen zorgt voor een achteruitgang van bijna 500 euro op jaarbasis.

De grens luistert vrij nauw, want bij een inkomen van twee keer modaal van 5.633 euro bruto, heeft een alleenverdiener weer net genoeg inkomen in de vierde schijf van de inkomstenbelasting om het negatieve effect van de hypotheekrente-aftrek te beperken. Er blijft dan netto een plus van ongeveer 500 euro over.

Geen kinderen: vooral eenverdieners de klos

Dan de profielenreeks voor een- en tweeverdieners zonder kinderen. Hier valt voor tweeverdieners zowel het voordeel van de hogere kinderbijslag als de hogere kinderopvangtoeslag weg; eenverdieners missen in de optiek van ADP alleen de hogere kinderbijslag.

Onderstaande tabel laat voor verschillende inkomens de effecten zien (klik voor uitvergroting)

loonstrookje zonder kinderen

Ook voor werknemers zonder kinderen is het zo dat tweeverdieners per saldo beter af zijn. Dit komt vooral doordat er twee inkomens zijn die volop profiteren van de verlaging van de belastingtarieven in de tweede en derde schijf. Netto gaat het voor inkomens van modaal tot twee keer modaal om een plus van 1.300 tot 1.500 euro voor het hele jaar.

Voor eenverdieners zonder kinderen met een modaal inkomen is het saldo ook positief. Maar wie rond de twee keer modaal verdient en gebruik maakt van de hypotheekrente-aftrek moet oppassen.

Voor een eenverdiener die precies 5.000 euro per maand bruto verdient en in het nieuwe regime dus geen inkomen meer heeft in de vierde schijf, is er sprake van een achteruitgang van ruim 500 euro. Verdien je twee keer modaal of meer en heb je dus wel inkomen in de vierde belastingschijf, dan blijft het koopkrachteffect op het loonstrookje positief.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl