Het is over met de extreme stijging van Nederlandse huizenprijzen. Maar de onderlinge verschillen tussen steden en provincies zijn enorm. En die kloof wordt groter.

Dat komt naar voren uit een rapport over de woningmarkt van de Rabobank dat maandag is gepubliceerd.

De stijging van de huizenprijzen is in het tweede kwartaal van dit jaar opnieuw iets afgezwakt, en zal dit jaar naar verwachting uitkomen op 6 procent en in 2020 op 4 procent.

Het aantal transacties zal dit jaar en komend jaar naar verwachting stabiliseren rond de 205.000 verkopen, denken economen van de Rabobank.

Huizenprijs: grote verschillen per provincie

De kloof op de huizenmarkt tussen de goedkoopste en duurste provincie is flink toegenomen. In de jaren voor de crisis was een woning in de goedkoopste regio zo’n 100.000 euro goedkoper dan in de duurste provincie. Nu is een huis in Noord-Holland gemiddelde ruim 174.000 euro duurder dan in Groningen.

Specifiek voor Noord-Holland geldt dat ook het 'Amsterdam-effect' een rol speelt. Gemiddeld ligt de verkoopprijs van een woning in Amsterdam 1,5 keer boven de landelijke verkoopprijs.

De groeiende kloof tussen regio's leidt ertoe dat de kansen van starters op de woningmarkt in de duurste provincie, Noord-Holland, meer zijn geslonken dan in Groningen, waar huizen het goedkoopst zijn. De inkomens zijn namelijk minder snel gestegen dan de woningprijzen.

Lees meer over de huizenmarkt: