Gaat Donald Trump olielandenclub Opec splijten? Houdt het verbond tussen Saudi-Arabië en Rusland stand? En wat betekent dit voor olieprijzen en in het verlengde daarvan de prijzen van benzine en diesel aan de pomp?

Genoeg spannende vragen in de aanloop naar de halfjaarlijkse vergadering van olielandenclub Opec van vrijdag in Wenen.

Vooralsnog noteren olieprijzen donderdag licht lager. Een vat Noordzee-olie noteerde bijna 2 procent in de min op iets meer dan 73 dollar.

Begin deze week bleek dat Opec-leider Saud-Arabië samen met Rusland (geen lid van de Opec) het mondiale aanbod van olie wil opvoeren. Maar Opec-leden Iran, Venezuela en Irak voelen daar weinig voor.

Wat betreft Iran en Venezuela heeft dit mede te maken met de dreiging van sancties van de Amerikaanse president Donald Trump, die de exportmogelijkheden van Iran en Venezuela beperken. Dat maakt het lastig voor deze landen om mee te gaan met een productieverhoging.

Tegelijk komt het Trump niet slecht uit als Saudi-Arabië ervoor zorgt dat het olie-aanbod stijgt en prijzen aan de pomp wat dalen, in de aanloop naar de Amerikaanse Congres-verkiezingen van dit najaar.

Drie mogelijke uitkomsten

Energieconsultant Ellen Wald schetst op Forbes drie scenario’s voor de uitkomst van de Opec-vergadering en de gevolgen voor de olieprijs.

Lees ook op Business Insider

1. Geen verandering
De eerste mogelijkheid is dat de Opec beslist om de toegestane productie op hetzelfde niveau te houden als eind 2016 is afgesproken. Dit is wat Venezuela, Iran en Irak willen.

Voor Venezuela en Iran komt dat omdat ze maken hebben met productie- en exportbeperkingen. Venezuela is niet in staat meer te produceren vanwege enorme financiële problemen bij staatsoliebedrijf PdVSA. De huidige productie ligt 610.000 vaten per dag lager dan wat Venezuela volgens afspraak mag produceren.

Iran krijgt te maken met nieuwe sancties van de Verenigde Staten en wil de olieprijs zo hoog mogelijk houden voordat het gedwongen wordt de olie-export terug te schroeven. Irak wil de productie laag houden voor de hele Opec-groep, omdat het het enige Opec-lid is dat sinds 2017 structureel meer produceert dan is afgesproken en wil blijven profiteren van die overproductie.

Een eventuele beslissing van de Opec om de productie niet te verhogen zal zeer waarschijnlijk leiden tot hogere olieprijzen, zeker ook omdat de markt verwacht dat de productie omhooggaat.

2. Geen formele verandering, maar wel flexibele omgang met de productieplafonds
De tweede mogelijkheid is dat de Opec besluit om de productieafspraken wel in stand te houden, maar soepeler omgaat met de toepassing daarvan.

Sommige Opec-leden kunnen hun productieplafond niet halen en dus kan in gezamenlijkheid worden besloten dat landen met overcapaciteit als Saudi-Arabië, Rusland, Ecuador, Kazachstan, de VAE en Irak meer mogen gaan produceren. Dat kan de verminderde productie van Venezuela, Angola en Iran compenseren zonder dat de productie van de Opec als geheel omhoog gaat.

Die beslissing zal de olieprijzen in eerste instantie waarschijnlijk laten stijgen, maar weer laten dalen als de cijfers bekend worden van gestegen productie van genoemde landen.

3. Verhoging van de productieplafonds
De derde mogelijkheid is dat de Opec officieel de productieplafonds verhoogt. De leden hebben zeer uiteenlopende voorstellen in die richting. Van een minieme verhoging van 300.000 vaten per dag voor de Opec-groep als geheel tot 1,5 miljoen vaten per dag voor de hele groep.

Het meest waarschijnlijke scenario ligt ergens in het midden. Saudi-Arabië zou een toename van 600.000 tot 800.000 vaten per dag hebben voorgesteld, waarmee het productieverlies van Venezuela wordt gecompenseerd. Rusland stelt een productieverhoging van 1,5 miljoen vaten voor.

Een aantal ander leden noemt zo’n forse verhoging ondoenlijk en gaat ervan uit dat er een beperktere verhoging zal worden afgesproken.

De centrale rol van Saudi-Arabië

Onderstaande grafiek van databureau Statista laat zien dat Saudi-Arabië veruit de belangrijkste speler is binnen de Opec. Dit land moet balanceren tussen het vinden van consensus tussen verschillende leden van de olielandenclub, en de relatie met Rusland.