De melk, karnemelk en yoghurt van zuivelfabrikant FrieslandCampina hebben sinds kort het keurmerk ‘On the way to PlanetProof’. Dit betekent dat de zuivel geproduceerd is op een manier die beter is voor natuur, dier en klimaat.

“FrieslandCampina is al jaren bezig met het verduurzamen van de productie met kwaliteitseisen en duurzaamheidsprogramma’s, maar daarmee keurt de slager zijn eigen vlees. Daarom hebben we stichting Milieukeur gevraagd een keurmerk te ontwikkelen”, vertelt Bas Roelofs, managing director van FrieslandCampina. “Niet alleen voor ons, ook andere zuivelfabrikanten kunnen aanhaken.”

De certificering kwam in december rond. Op dat moment kon FrieslandCampina voor het eerst het PlanetProof-stempel op de zuivelpakken drukken. Op dit moment gaat het om melk, karnemelk en yoghurt van het merk Campina. In de toekomst zouden meer zuivelproducten en andere labels van FrieslandCampina daarbij kunnen komen. “Maar daarvoor hebben we eerst meer ledenmelkveehouders nodig die willen en kunnen voldoen aan de PlanetProof-voorwaarden.”

Hoeveel melkveehouderijen op dit moment aan de certificering voldoen, kan de zuivelfabrikant niet zeggen. Maar in potentie zou FrieslandCampina een miljard liter PlanetProof-melk kunnen produceren, 10 procent van de totale productie, die 10,7 miljard liter bedroeg in 2017.

De gecertificeerde melk heeft een eigen logistiek en productielijn. “De melk van een PlanetProof-boerderij wordt dus door een andere vrachtwagen opgehaald dan niet-PlanetProof-melk en wordt in een aparte zuivellijn verwerkt, zodat er 100 procent PlanetProof-zuivel in de pakken terechtkomt.”

Retailers betalen enkele centen meer

Op dit moment worden melk, karnemelk en yoghurt met het PlanetProof-stempel aan een deel van de Nederlandse supermarkten geleverd. “Consumenten die Campina willen, kunnen nu kiezen uit de biologische variant van deze producten of PlanetProof”, zegt Roelofs. De PlanetProof-melk komt dus in de plaats van de ‘gewone melk’.  De duurzamere variant kost retailers ‘enkele centen’ meer dan gewone melk. “We weten niet wat zij vervolgens met de prijs doen, dus het is niet zeker of de meerprijs ook wordt doorberekend aan de consument”, zegt Roelofs.

FrieslandCampina verzekert wel dat het merendeel van die extra centen direct bij de melkveehouders terechtkomt. “Zij moeten immers investeringen doen en inspanningen leveren om aan de voorwaarden voor het keurmerk te voldoen”, zegt Roelofs. De rest van de meerprijs gaat naar duurzaamheidsinitiatieven van andere leden in de coöperatie.

Lees ook op Business Insider

FrieslandCampina is een coöperatie van 13.000 melkveehouderijen, waarvan nu een klein deel zuivel levert voor dit duurzaamheidslabel. Om hoeveel bedrijven het gaat kan Roelofs niet zeggen. “Dit proces is volop in beweging, elke dag komen er wel melkveehouderijen bij.”

De gecertificeerde boerenbedrijven werken niet allemaal op dezelfde manier om aan de eisen te voldoen. “Voor het onderdeel klimaat geldt bijvoorbeeld een bovengrens voor CO2-uitstoot per liter melk. Die kan een boer binnen de perken houden met bijvoorbeeld methaan afvangen of met het opwekken van groene stroom”, legt Roelofs uit.

Business Insider ging naar boer Coen Wantenaar in Soest om te zien hoe hij te werk gaat.


Dit is Coen Wantenaar (39). Hij heeft het 80 jaar oude familiebedrijf overgenomen van zijn vader. De boerderij telt 150 koeien en dit is zijn lievelingskoe Vlekje.

Vlekje is helemaal zwart, behalve dat ene vlekje op haar voorhoofd, vandaar de naam. Ze is in 2006 geboren en daarmee de op een na oudste koe op de boerderij. Vlekje heeft bijna 100.000 liter melk geleverd, de oudste koe zit daar al op.


En dit scoort Wantenaar op de eisen van PlanetProof.

Zoals je ziet zijn de eisen verdeeld in natuur, dier en klimaat. Binnen deze categorieën zijn er verschillende onderdelen waarop Wantenaar kan scoren, voor elk onderdeel geldt een basis- en topniveau.

Wat betreft  de eerder genoemde CO2-uitstoot scoort Wantenaar ruim het topniveau, wat hem twee vinkjes heeft opgeleverd. Volgens Roelofs een uitmuntende prestatie. Ook op natuur haalt hij twee vinkjes. Zo zit hij nog ruim onder het basisniveau van ammoniakuitstoot, die omgezet in salpeterzuur kan leiden tot verzuring van bodem en water. De ammoniakuitstoot kunnen boeren onder meer terugdringen met meer uren weidegang.

Alleen voor dierenwelzijn heeft Wantenaar één vinkje gekregen. Dit komt omdat hij één punt mist om het basisniveau van kalfOk te halen. Dit onderdeel gaat over het fokken, de geboorte en de gezondheid van kalveren en jongvee. Daar had de boer even de handen aan vol, waardoor hij lager heeft gescoord dan hij zou willen. “We hadden een babyboom”, verklaart Wantenaar. “Ik baal er goed van, want dierenwelzijn is voor mij het belangrijkst.”


Elke week worden gemiddeld bijna drie kalfjes geboren op de boerderij.

Tegenover de stal van dit kalfje bevindt zich de kraamkamer (niet op de foto) van de boerderij. In dit omheinde gedeelte bedekt met stro heeft de koe alle ruimte om te bevallen. Na de bevalling moet het kalf enigszins van de moeder worden gescheiden om de gezondheid van zowel moeder als kalf te kunnen garanderen. Een hekje in de kraamkamer voorkomt dat moeder het kalf besmet of bevuilt, maar ze kan wel bij het kalf voor de nodige liefkozingen en om haar natuurlijke moedergedrag te tonen.


Deze kalfjes zijn twee maanden oud.

Ze staan in een andere stal. De boerderij telt drie verschillende stallen voor kalveren omdat ze afhankelijk van hun leeftijd bepaald voedsel en een bepaald klimaat nodig hebben. “Een pasgeboren kalf drinkt alleen melk en moet warm gehouden worden, na twee weken krijgen ze een combinatie van vast voedsel en melk. Als ze drie maanden zijn, krijgen ze helemaal geen melk meer en kunnen ze zichzelf warm houden”, legt Coen Wantenaar uit. “Mijn vrouw vindt altijd dat ik koeien te veel met mensen vergelijk, maar het is natuurlijk net als met baby’s. Die gaan ook geleidelijk over op vast voedsel.”

Ook het vaste voedsel verschilt. “Een koe van vier maanden is nog volop in de groei en heeft meer energie nodig dan een koe van zeven maanden.”


Als ze een jaar oud zijn, worden de koeien (ook wel pinken genoemd) geïnsemineerd. Deze dame verwacht een tweeling.


Een open stal is niet per se vanzelfsprekend. Vroeger konden koeien makkelijk hun kop stoten bij het opstaan.

“Vroeger hadden onze stallen muren, waardoor opstaan ongemakkelijk was voor onze koeien. Ze brengen hun kop naar voren als ze overeind komen, waardoor ze hun kop soms stootten”, vertelt Wantenaar. De muren weghalen was misschien een relatief simpele maatregel voor dierenwelzijn, maar niet per se vanzelfsprekend. Je moet er maar op komen. “Het nadeel van een meer dan 80 jaar oud familiebedrijf is dat je de neiging hebt te zeggen: zo deed opa het toch ook.”


Een van de basiscriteria van PlanetProof is dat koeien minimaal 120 dagen per jaar, 6 uur per dag in de wei lopen.

Wantenaar kan makkelijk aan het criterium voor weidegang voldoen. Hij heeft 25 hectare weiland dat zich precies achter de stal bevindt. “Met slechts 5 hectare of een lappendeken aan grond wordt het al veel moeilijker om aan deze eis te voldoen.” In de wei kunnen koeien niet alleen meer hun gang gaan, het zorgt ook voor een vermindering van de eerdergenoemde ammoniakuitstoot.


Binnenkort moeten de koeien hun weiland wel delen met wat meer insecten en andere kleine dieren.

Boeren die aan het PlanetProof-keurmerk willen voldoen, moeten ook hun best doen om de natuur te sparen. “Zes jaar geleden hield ik ervan om het land lekker strak te kortwieken”, vertelt Wantenaar. Nu laat hij het gras in de slootkanten wat hoger groeien, zodat insecten en andere dieren zich daarin kunnen schuilhouden.

Ook is hij in bespreking om de sloten die zijn percelen nu nog in rechte lijn begrenzen, wat meer te laten meanderen. “Op die manier wil ik de natuur de ruimte geven.” Dat mag natuurlijk niet te veel ten koste gaan van de koeien. “Gras is ook hun voer, dus ik kan het niet eindeloos laten groeien voor insecten.”


Dit is het voer voor de koeien, het komt van eigen land.

Bij melkveehouderijen komt een groot deel van het voer voor de dieren van eigen land. De meststoffen komen weer van eigen dieren. Kortom: mest wordt voer en voer wordt mest. Met de Kringloopwijzer, die verplicht is voor alle melkleveranciers, registreert Wantenaar mineralen als fosfor, stikstof en koolstof in de mest. Zo weet hij precies hoeveel daarvan in zijn bedrijf in de omloop is en kan hij dit optimaal benutten. Dit vermindert de uitstoot in het milieu en bovendien bespaart hij daarmee ook. Hij heeft minder voer en geen mest van buiten nodig.

“Dit verlaagt het risico op ziektes. Alleen stro en aanvullend krachtvoer komen van buiten de boerderij. Zelfs alle dieren zijn hier geboren”, aldus Wantenaar.


Het voer komt rechtstreeks terecht in dit karretje, dat op groene stroom een rondje langs de koeien maakt.

“Dit is de keuken”, zegt Wantenaar terwijl hij op de ‘bunkers’ boven het karretje wijst. Die vult hij een keer per dag met verschillende soorten voer als maïs en gras, zodat de koeien een mix krijgen voorgeschoteld.

“Het karretje komt acht keer per dag langs om de koeien te voeren.” Het hangt aan een rail en schuift zo heen en weer langs het vee terwijl van bovenaf voer in de bak wordt gestort. Groene stroom is een van de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot wordt teruggedrongen.

Wantenaar probeert steeds een balans te vinden tussen de verschillende onderdelen van PlanetProof:  “Het zou helemaal goed voor het klimaat zijn als de koeien dag en nacht binnen op de plank zouden staan in een dichte stal. Maar dat is natuurlijk niet goed voor de koeien”, legt hij uit.


De koeien gaan iedere dag de ‘draaimolen’ in om gemolken te worden.

De koeien gaan in een rijtje in de carrousel, en worden door Wantenaar, die in het midden staat, aangesloten op het systeem. “Er gaan 24 koeien in. Als ze een rondje hebben gedraaid, kunnen ze vanzelf weer weglopen.” De koeien zijn goed voor gemiddeld 4.000 liter per dag.

Als Wantenaar Chinezen rondleidt, noemt hij dit ook wel de plek waar de wellness en het restaurant samenkomen. “Restaurant omdat hier de melk wordt geproduceerd bestemd voor consumptie. Wellness omdat goede verzorging resulteert in een gezonde koe en daarmee ook in gezonde melk.”


Daarna is het tijd voor een massage.

In de stal kunnen koeien bijvoorbeeld een wellnessmoment hebben met de drie massageborstels die in de stal hangen. De enorme borstels beginnen te draaien zodra koeien ertegenaan schurken. Hilkje, de ijdeltuit onder het stel, staat er zo’n half uur onder nadat ze een rondje in de melkmolen heeft gelopen.

De borstels zijn niet alleen maar lekker. Ze helpen koeien van hun jeuk af, maar bijvoorbeeld ook van losse haren als ze in de rui zijn. Daarnaast borstelen ze eventueel ongedierte, zand, stof en gedroogde mest weg. En een koe die zich goed voelt, geeft ook meer melk.

Maar de borstels zijn niet het belangrijkste voor dierenwelzijn.


Veel belangrijker is dat de dierenarts eens in de twee weken poolshoogte komt nemen.

“Zeker op een boerderij waar gemiddeld bijna drie kalveren per week worden geboren, zijn controles belangrijk. Want je kunt te maken krijgen met gezondheidswisselingen.  Een mens krijgt na de bevalling of geboorte ook controles en bijvoorbeeld kraamhulp”, aldus Wantenaar.


De melk komt terecht in deze tank.

Met het transport en de opslag van de melk naar de tank zorgt Wantenaar er ook voor dat hij minder energie verbruikt. Melk en water stromen in aparte buizen naast elkaar in tegengestelde richting. Zo wordt warme melk onderweg al gekoeld door koud water. Dit opgewarmde water is dan al bruikbaar als drinkwater voor het vee.


De melk wordt drie keer per week opgehaald.

De melk ligt hier maximaal drie dagen gekoeld opgeslagen. Drie keer per week wordt de melk opgehaald door FrieslandCampina. Vooraf wordt een monster afgenomen ter controle. Daarna wordt de zuivel vervoerd naar de fabriek in Rotterdam. Binnen een dag kan het dan in de supermarkt staan.

 

LEES OOK: Ik mocht kijken in de fabriek waar McDonald’s alle hamburgers voor Nederland produceert – er rollen er gemiddeld zo’n 5 miljoen per dag van de band, zo ziet dat eruit