• Bij de belastingaangifte van 2019 kunnen werknemers profiteren van heffingskortingen en aftrekposten voor vervoer.
  • Wie met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag een vast bedrag aftrekken.
  • Maar woon je korter dan 10 kilometer van je werk, dan heb je pech
  • Ga je met je eigen auto naar je werk, dan heb je geen recht op aftrek. Wel mag je baas maximaal 19 cent per kilometer onbelast vergoeden.
  • Rijd je in een auto van de zaak, dan geldt een bijtelling, tenzij je in 2019 minder dan 500 privékilometers hebt afgelegd

Bij de belastingaangifte zijn er voor werknemers enkele interessante aftrekposten. In een eerder deel van deze serie over de belastingaangifte 2019 hebben we de studiekosten onder de loep genomen.

In dit artikel staan we stil bij diverse heffingskortingen en reiskosten die je als werknemer als aftrekpost kunt opvoeren.


Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn vaste bedragen die je in mindering kunt brengen op de belasting die je moet betalen. Hoe hoger de korting uitpakt, hoe minder belasting je hoeft te betalen. De meeste heffingskortingen zijn in 2019 omhoog gegaan en dat is natuurlijk gunstig.

De algemene heffingskorting is inkomensafhankelijk. Deze bedraagt 2.477 euro voor de laagste inkomens (tot 20.384 euro) en 1.268 euro voor mensen met een AOW-uitkering. Ligt jouw inkomen tussen de 20.384 en 68.507 euro, dan is het een lager bedrag, afhankelijk van je inkomen. Boven de 68.507 euro vervalt de korting.

Daarnaast zijn er nog andere heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting, de werkbonus en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

… zoals de arbeidskorting

De arbeidskorting is een heffingskorting waar iedere werkende die niet meer dan 90.710 euro verdient aanspraak op maakt. De hoogte hiervan hangt af van je leeftijd en de hoogte van je inkomen.

Ben je in loondienst, dan houdt je werkgever bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting. Je hoeft de arbeidskorting dus niet apart aan te vragen als je aangifte doet.

Lees ook op Business Insider

… en de inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is bedoeld voor ouders die een kind tot twaalf jaar in huis hebben. Dat hoeft niet je eigen kind te zijn; het mag ook de zoon of dochter van je fiscaal partner zijn. Om hier gebruik van te kunnen maken moet je een inkomen hebben van minimaal 4.993 euro of als ondernemer aanspraak maken op zelfstandigenaftrek.

De hoogte van deze korting is – zoals de naam al aangeeft – afhankelijk van je inkomen. Welk bedrag jij in mindering kunt brengen, kun je checken op de site van de Belastingdienst.


Reiskosten: met het OV

Wie in loondienst is en met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag hiervoor onder voorwaarden een vast bedrag aftrekken. De hoogte van dat bedrag hangt af van de afstand die je moet overbruggen en de reisfrequentie. Het is maximaal 2.116 euro. De tabel met de bedragen vind je hier.

Krijg je van je baas een tegemoetkoming in de reiskosten, dan moet je deze vergoeding van dit bedrag aftrekken.

Om voor deze aftrekpost in aanmerking te komen, moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De reisafstand moet minimaal tien kilometer zijn en je reist minimaal één dag per week naar je werk (of minimaal 40 dagen per jaar). Woon je dicht bij je werk, dan mag je de kosten voor je busritjes naar kantoor dus helaas niet aftrekken van je inkomen.

Verder moet je zelf een flinke bijdrage leveren aan de reiskosten (minimaal 70 procent van de kostprijs). Heb je de vervoersbewijzen (zoals bus- of treinkaartjes) van je werkgever gekregen? Dan heeft hij je reiskosten betaald en kun je dus geen reiskosten aftrekken.

Bewaar je bewijsmateriaal

Om de reiskosten te kunnen aftrekken, moet je uiteraard wel bewijsmateriaal kunnen overhandigen. De fiscus eist een openbaarvervoerverklaring (die je aanvraagt bij het vervoerbedrijf) of reisverklaring van je werkgever (als je losse kaartjes koopt of met je OV-chipkaart reist).

Sommige vervoersmaatschappijen, zoals de NS, geven abonnementsgegevens (van maand- en jaarkaarten) al automatisch aan de Belastingdienst door. In dat geval heb je geen openbaarvervoerverklaring nodig.

Heb je een reisverklaring, zorg dan wel dat je kunt bewijzen dat je echt met de bus of trein hebt gereisd; bijvoorbeeld via betalingsgegevens van je OV-chipkaart of een overzicht van reizen die je met die kaart hebt gemaakt.

Let wel op: overzichten van een anonieme OV-kaart gelden niet als bewijs!

Maak tijdig een uitdraai van de reizen die je hebt gemaakt, want deze gegevens worden na 18 maanden vernietigd.

Reizen naar verschillende plekken

Sommige werknemers moeten op één dag naar verschillende plekken reizen. Zij mogen alleen de reiskosten aftrekken naar de plaats waar ze het vaakst naartoe gaan. Is de verdeling fifty-fifty, dan mag je uitgaan van de locatie met de langste reisafstand.


Reiskosten: met je eigen auto of fiets

Ga je met je eigen auto of de fiets naar je werk, dan heb je geen recht op reisaftrek. Wel mag je baas maximaal 19 eurocent per kilometer onbelast vergoeden.

Reis je met zowel het openbaar vervoer als met de auto of fiets, dan kun je – als je aan de voorwaarden voldoet – in aanmerking komen voor reisaftrek voor het gedeelte dat je aflegt per bus, tram, metro of trein.

Carpoolen

Wie besluit te carpoolen, mag hiervoor een vergoeding van zijn baas krijgen. Als de werkgever dit organiseert, mag hij 19 cent per kilometer onbelast vergoeden, inclusief omrijkilometers. Maar organiseer jij het zelf, dan vallen de kilometers die je moet omrijden helaas buiten de vergoeding.


Reiskosten: Met een auto van de baas

Rijd je in een auto van je werkgever, dan moet je werkgever een fictief bedrag als loon bij je salaris tellen, voor het voordeel dat je hebt van het privégebruik van de auto: de bijtelling. Je moet hierover belasting betalen. De hoogte van de bijtelling hangt af van de catalogusprijs en de datum waarop voor het eerst een kenteken is afgegeven.

Betaal je een eigen bijdrage voor het privégebruik auto van de werkgever, dan trekt je werkgever deze af van de bijtelling. Mocht jouw eigen bijdrage de bijtelling overtreffen, dan wordt de bijtelling teruggebracht naar nul. Een negatieve bijtelling is helaas niet mogelijk.

Ziekte of verlof heeft overigens geen invloed op de bijtelling als je in die periode de auto van je werkgever tot je beschikking had. Je mag voor deze periode dus geen bedrag in mindering brengen; tenzij je de auto hebt ingeleverd bij je werkgever.

Verder is het belangrijk om je te realiseren dat je inkomen omhoog gaat door de bijtelling. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag.


Let op: bijtelling voor privé-gebruik geldt vijf jaar

De bijtellingstarieven voor privé-gebruik worden elk jaar tegen het licht gehouden. Voor auto’s waarvan het kenteken voor het eerst in 2019 is afgegeven, gelden er twee tarieven: 4 procent voor volledig elektrische auto’s en 22 procent voor alle overige auto’s; inclusief hybride auto’s.

Heb je in 2019 een elektrische auto genomen met een catalogusprijs boven de 50.000 euro, dan ben je over het bedrag dat boven die prijsgrens uitkomt 22 procent bijtelling verschuldigd. Gaat het bijvoorbeeld om een elektrische auto van 80.000 euro, dan bedraagt de bijtelling 8.600 euro (4 procent over 50.000 euro plus 22 procent over 30.000 euro).

Voor auto’s waarvan het kenteken eerder is afgegeven, moet je uitgaan van de tarieven van het betreffende jaar. Deze bijtelling moet je vijf jaar achter elkaar toepassen. Daarna geldt een nieuw percentage, volgens de dan geldende normen.

Is bijvoorbeeld het eerste kenteken van de benzineauto waarin jij rijdt in februari 2017 afgegeven, dan moet je tot januari 2022 de toenmalige bijtelling (van 15 procent) hanteren. Daarna wordt een nieuw percentage vastgesteld, volgens de dan geldende normen.

Maar is jouw benzineauto in maart 2019 voor het eerst op de weg toegelaten, dan moet je tot en met februari 2024 uitgaan van een bijtelling van 22 procent.

Lagere bijtelling voor youngtimers

Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een ander tarief. Hiervoor moet je 35 procent van de waarde van het auto in het economisch verkeer hanteren, ofwel de dagwaarde. Die is lager dan de cataloguswaarde.

Meer informatie over de youngtimerregeling en de vraag of die regeling voor jou interessant is, vind je in dit artikel.

Weinig privéritten: geen bijtelling

Als je met de auto van je werk niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt, is een bijtelling niet nodig. Je moet dat wel duidelijk kunnen bewijzen met een sluitende kilometeradministratie. De ritten van je werk naar huis en vice versa gelden als zakelijke ritten.

Heb je de auto niet het hele kalenderjaar tot je beschikking, dan moet je het aantal privékilometers verrekenen tot een heel jaar. Had je bijvoorbeeld vier maanden (dus een derde kalenderjaar) een auto van de zaak en legde je in die periode 150 privékilometers af, dan komt het totale aantal privékilometers uit op 450 (150 x 3): net voldoende om de bijtelling te ontlopen.

Maar zou je in die periode 200 kilometer privé hebben gereden, dan zou je volgens de rekensom uitkomen op 600 privékilometers en moet er dus wel een bedrag bij je loon worden opgeteld.

Ben je vorig jaar van baan veranderd en had je bij beide werkgevers een auto van de zaak, dan moet voor elke auto de bovenstaande rekenexercitie worden uitgevoerd.

Twee auto’s van de zaak

Heb je meer dan één auto van de zaak, dan moet je per auto bekijken of er sprake is van een bijtelling. Rijd je met geen enkele auto meer dan 500 privékilometers, dan hoeft er geen bedrag bij je inkomen te worden opgeteld. Leg je met één van beide auto’s meer dan 500 privékilometers af en kun je dat aantonen, dan geldt de bijtelling ook slechts voor één auto.


Lees meer over slimme aftrekposten voor de aangifte 2019: