Hoe overtuig je mensen? Met de juiste statistieken kom je een heel eind, want zoals het adagium luidt: cijfers liegen niet.

Veel hangt af van hoe je de gegevens presenteert. En dan gebruiken instellingen, bedrijven en politieke partijen soms trucjes om de zaken zo voorstellen dat ze hun punt ondersteunen.

Theoretisch natuurkundige en wiskundeliefhebber Hans Wisbrun bedacht er een term voor: lieggrafieken. Twee jaar lang verzamelde hij voorbeelden van grafieken die een loopje met de waarheid nemen.

Ook in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart strooien partijen en politici weer met dubieuze diagrammen. Vier voorbeelden.


Emile Roemer maakt gebruik van een aloude truc: de y-as niet bij nul laten beginnen. Op deze manier lijkt de huurstijging extremer dan-ie in werkelijkheid is.

Dat Roemer deze misleidende grafiek tweet, is niet verrassend: het verlagen van de huren is een van de speerpunten uit het verkiezingsprogramma van de SP.

Maar eerlijk is eerlijk: de grafiek is niet door de SP gemaakt. Hij komt uit een rapport van de Woonbond, ontdekten studenten journalistiek van de Universiteit Leiden. Deze landelijke vereniging komt op voor huurders en heeft er dus belang bij de stijging zo groot mogelijk te laten lijken.

Laat je de y-as bij nul beginnen, dan is de grafiek een stuk minder dramatisch.

Lees ook op Business Insider

Overigens zijn er wel degelijk goede redenen om van de regel af te wijken en te kiezen voor een ander startgetal dan nul, zoals Quartz uitlegt.


Sharon Dijksma kent het foefje van Roemer. In de grafiek die ze deelt op Twitter begint de y-as ook niet bij nul.

Net als Roemer noemt staatssecretaris Dijksma bovendien geen bron. Jammer, want de grafiek roept veel vragen op.

Zo komt het Centraal Bureau voor de Statistiek op een lager werkloosheidspercentage uit voor 2016 dan Dijksma: 6,0 procent in plaats van 6,5 procent. Ook vermeldt Dijksma op de y-as dat de cijfers gecorrigeerd zijn voor seizoensinvloeden, terwijl er daar bij jaarcijfers per definitie geen sprake van kan zijn. En waar haalt ze het percentage voor 2017 vandaan?

Verder heeft Dijksma de jaartallen op de x-as listig gekozen. Als je verder teruggaat zie je dat het werkloosheidspercentage weliswaar flink is gedaald, maar nog steeds hoog is in vergelijking met eerdere jaren.

Tot slot: minder werkloosheid is iets anders dan meer banen. Ook is het maar de vraag of de werkloosheid wel een compleet beeld geeft van de situatie op de arbeidsmarkt, zoals De Nederlandsche Bank vorig jaar opmerkte.


GroenLinks laat de verticale as gewoon weg. Tuurlijk!

In een YouTube-video met kandidaat-Kamerlid Zihni Özdil komt deze opmerkelijke grafiek voorbij. Of: kun je het nog wel een grafiek noemen als een assenstelsel ontbreekt? In elk geval lijkt de daling nu veel heftiger: van linksboven helemaal naar rechtsonder.

Ironisch genoeg bespreekt Özdil in het filmpje de politieke goocheltrucs van Mark Rutte, Geert Wilders en Halbe Zijlstra. Maar zelf kan hij dus ook aardig toveren.

Özdil nam de kritiek van Volkskrant-journalist Maarten Keulemans sportief op. “Grafiek ligt inderdaad niet zo lekker op z’n as”, twitterde hij. “De trend (800 duizend mensen!) is heftig genoeg.”


Volgens Thierry Baudet van Forum voor Democratie is 38,8 procent evenveel als 22,6 procent.

Bovenstaande grafiek komt voorbij in een filmpje op het YouTube-kanaal van de nieuwbakken partij. Het gaat natuurlijk over de uitslag van het Oekraïne-referendum, waarbij 61,1 procent van de stembusgangers tegen het associatieverdrag met Oekraïne stemde en 38,8 procent voor.

De cijfers die Baudet gebruikt, kloppen. Maar de verhouding in het staafdiagram is volledig zoek, zoals Zondag met Lubach signaleerde. Het nee-kamp (rode staaf) lijkt meer dan twee keer zo groot als het ja-kamp (groene staaf), terwijl als je de percentages op elkaar deelt er een ratio van 1,6 uitrolt.

De grafiek is geanimeerd. Spoel je iets terug, dan zie je waar het misgaat. Op het moment dat de staven optisch even lang zijn, zijn de percentages die erbij staan verschillend: 38,8 procent versus 22,6 procent.

En de kaart is trouwens ook misleidend, zoals Chris Rossing opmerkt op Twitter. Niet in elke gemeente is namelijk de opkomstdrempel van 30 procent gehaald. “Nu wekt het kaartje, voor wie niet naar de percentages kijkt, de indruk alsof het nee-kamp een monsterzege heeft behaald”, aldus Rossing.

LEES OOK: Weet je nog niet wat je gaat stemmen? Een overzicht van 16 kieswijzers

MIS OOK NIET: Dit willen Nederlandse politieke partijen met de inkomstenbelasting