Hamburgers zijn enorm populair. In de Zuid-Duitse fabriek van McDonald’s, waar ook de burgers voor de Nederlandse restaurants worden geproduceerd, rollen er dagelijks 5 miljoen stuks van de band.

Maar de ecologische voetafdruk van al dat (rund)vlees is schrikbarend hoog.

Grootschalige vleesproductie leidt tot uitstoot van veel broeikasgassen, een hoog waterverbruik en het verdwijnen van regenwoud. Wil je iets doen voor het milieu, dan is een biefstuk of hamburger minder eten zeker een goed begin.

Maar een mens heeft toch vlees nodig? Het klopt dat vlees past in een gezond eetpatroon, omdat het veel eiwitten, vitamines en mineralen bevat, zegt het Voedingscentrum. Maar dan wel onbewerkt mager vlees, zoals kipfilet, magere runderlappen of varkenshaas. En je kunt er beter niet te veel van eten, vooral als het gaat om rood en bewerkt vlees, want dat zorgt voor een hoger risico op ziekten als kanker, diabetes type 2 en een beroerte.

Kortom: een weekje zonder vlees is helemaal zo slecht nog niet – voor jezelf en voor het klimaat. Om dat duidelijk te maken, kijken we naar de impact van een hamburger op de planeet. Daarbij gaan we ervan uit dat een doorsnee burger bestaat uit 100 gram rundvlees.


Als je 16 kilometer in een auto rijdt, stoot je evenveel broeikasgassen uit als voor de productie van een hamburger.

Auto rijden

Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat 100 gram rundvlees goed is voor de uitstoot van 1,8 kilo broeikasgassen (uitgedrukt in CO2-equivalenten).

Lees ook op Business Insider

De gemiddelde uitstoot van nieuwe personenauto’s bedroeg in 2017 in Nederland 109 gram CO2 per kilometer, aldus het Compendium voor de Leefomgeving.

De impact van een hamburger is dus vergelijkbaar met een ritje van ongeveer 16 kilometer in een nieuwe personenauto uit 2017. Let wel: de uitstoot verschilt enorm per type. Veel oudere, tweedehands auto’s zijn minder zuinig. In de Volkswagen Golf R uit 2012 zit je bijvoorbeeld al na ruim 9 kilometer aan de uitstoot van een hamburger.


Voor de productie van een hamburger is net zo veel water nodig als een maand lang iedere dag 6 à 7 minuten douchen.

Vleesproductie vergt veel water

Voor de productie van rundvlees is heel veel water nodig. Ga maar na: een koe moet drinken, het voedsel voor de koe moet worden verbouwd en de stallen hebben regelmatig een schoonmaakbeurt nodig.

Onderzoekers van de Universiteit Twente hebben het complete waterverbruik van vleeskoeien op een rij gezet. Voor de productie van 100 gram rundvlees is 1.540 liter water nodig, is de uitkomst van hun studie.

Let wel: dit gaat niet alleen om leidingwater uit de kraan, maar om de totale watervoetafdruk. Het regenwater dat op weilanden en veldgewassen valt, heeft hierbij verreweg het grootste aandeel (zo’n 90 procent).

Hoe verhoudt zich dat met douchen? De vergelijking is niet helemaal juist, want met een keer geen hamburger eten bespaar je maar een paar procent drinkwater. Maar om een gevoel te krijgen voor de aantallen is de vergelijking nuttig.

De gemiddelde Nederlander verbruikt 51,2 liter water tijdens het douchen, becijferde waterbedrijf Vitens. Als je elke dag doucht – al is dat volgens de wetenschap helemaal niet nodig – komt dat per maand uit op net iets meer dan 1.500 liter, vergelijkbaar met het watergebruik voor het maken van een hamburger.


Voor een hamburger van 100 gram rundvlees is 2,5 kilo voer nodig.

Een koe moet natuurlijk eten om te groeien. En helaas verloopt de omzetting van voer in spiermassa bij rundvee niet zo efficiënt.

Volgens onderzoek van de Canadese milieuonderzoeker Vaclav Smil is er 25 kilo voer nodig om 1 kilo rundvlees te maken. Leon Sebek en Liesbeth Temme van de Wageningen Universiteit komen zelfs uit op ruim 35 kilo voer voor duizend gram koeienvlees.


Al dat voer moet ergens groeien, en dat gaat ten koste van regenwouden. In onder meer Brazilië rukken de sojavelden op ten koste van het Amazonegebied.

Regenwoud wordt gekapt om soja te verbouwen.

Het merendeel van de wereldwijde sojateelt is bestemd voor veevoer. De soja die we in Nederland gebruiken, komt vooral uit Zuid-Amerika.

In Brazilië is de impact van de toenemende vraag naar soja duidelijk merkbaar. Werd in 1970 nog 2 miljoen hectare grond gebruikt voor de sojaproductie, in 2018 is dat gestegen tot ruim 36 miljoen hectare.

Die landbouwgrond is niet zomaar ontstaan. Er wordt tropisch regenwoud gekapt, zodat wij hier een hamburger kunnen eten. Bovendien zijn duizenden Braziliaanse boeren van hun grond verdreven door producenten die op grote schaal soja telen.

En het is nog erger: Nederland werkt al meer dan een decennium mee aan de bouw van een nieuwe spoorlijnen en asfaltwegen dwars door de Amazone, zodat de soja sneller de havens kan bereiken – en uiteindelijk sneller via Rotterdam in de monden van Nederlandse koeien belandt.


En dan is er nog het mestoverschot. De Nederlandse veeteelt produceert zoveel mest dat boeren het niet kwijt kunnen op het land.

Mest

Mest bevat fosfaat, nitraat en ammoniak. Deze stoffen komen door bemesting van het land in het oppervlaktewater terecht, wat er onder meer voor zorgt dat algen en waterplanten als een dolle groeien, ten koste van andere plantensoorten.

Het Planbureau voor de Leefomgeving is in het meest recente rapport over het mestbeleid weinig positief. De omvang van de veehouderij verkleinen blijft volgens de onderzoekers nodig. “Hoe kleiner de veestapel, hoe kleiner de druk op het milieu en de mestmarkt. Veel veehouderijbedrijven streven echter naar uitbreiding.”

Een hamburger minder is uiteindelijk dus goed voor de biodiversiteit in Nederland.


Als je toch vlees wil blijven eten, let dan hier op.

Vleeskuikens

Milieu Centraal heeft eiwitrijke producten in de supermarkt gerangschikt op CO2-uitstoot.

Wat blijkt? Rund- en lamsvlees hebben de hoogste milieu-impact en kun je beter mijden als je je eigen voetafdruk wilt verkleinen. Bij de productie van een kilo kip of varken komt heel wat minder CO2 vrij: twee tot drie keer zo weinig als bij een hamburger. Dat zijn dus betere keuzes.

Het voedsel met de laagste milieu-impact? Dat zijn bonen en peulvruchten. Een portie hummus op z’n tijd is dus niet alleen lekker en gezond, maar ook een duurzame keuze.

Lees meer: