De fabrikant van de Stint is bankroet. Het bedrijf van de elektrische bolderkar vraagt maandag faillissement aan bij de rechtbank. Dat zegt eigenaar Edwin Renzen in een interview met RTL Nieuws en de Volkskrant.

Volgens Renzen was afgelopen vrijdag voor hem duidelijk dat het zo niet langer meer ging.

“Ik heb naar de cijfers gekeken: er komt al weken niets meer binnen. En er gaat alleen maar geld uit, alleen maar meer. Extra kosten, geen inkomsten”, aldus Renzen. “We hebben nog net de salarissen er een keer uit kunnen persen. Maar dit is niet vol te houden.”

Het voertuig kwam negatief in het nieuws toen een Stint onder een trein terechtkwam op een overweg in Oss. Bij het ongeluk kwamen vier kinderen om het leven en raakten nog een kind en een begeleidster gewond. Daarna werd het voertuig voorlopig niet meer op de weg toegelaten.

Minister Cora van Nieuwenhuizen nam haar besluit op basis van voorlopig onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), politie en het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) naar de veiligheid van de elektrisch aangedreven kar.

Renzen is het nog altijd niet eens met dat besluit en vindt dat het bedrijf geen kans heeft gekregen. “De Stint is niet onveilig. We weten nog niet wat de oorzaak van het ongeluk in Oss is.”

Lees ook op Business Insider

Hij neemt het vooral ILT kwalijk. “In de bijna 7 jaar dat de Stint op de weg is, hebben we geen enkele inspectie gehad. Niets. Niemand heeft ooit gezegd wat er beter kon of moest. Niemand. Als je dat kapotmaken noemt: ja.”

De rechtbank besluit dinsdag of de aanvraag wordt goedgekeurd. “Ik kan me niet voorstellen dat de aanvraag niet wordt toegewezen. De rek is eruit”, aldus Renzen tegenover RTL Nieuws. Ook een doorstart heeft volgens hem geen zin. “Het is schroot. Daar heb je recyclebedrijven voor. Daar zijn er al genoeg van.”

Structurele ontwerpfouten

Onafhankelijk onderzoeker Peter Coppes uit Helmond kwam in september tot de conclusie dat de Stint structurele ontwerpfouten bevat en daarom in de kern onveilig is om kinderen mee te vervoeren. “Het is gewoon een kunststof badkuipje, uitgerust zonder kooi of rolbeugel, dat bovendien vastzit met twee centrale bouten. Ik maak me er zorgen over dat zo’n bak kan los trillen.”

Ook verbaasde Coppes zich over hoe je moet remmen. “Onlogisch en onnatuurlijk is dat je om snel te kunnen remmen het rechter handvat, tevens de gashendel, helemaal moet loslaten. In een spannende situatie is het de natuurlijke reflex dat je het stuur met beide handen vasthoudt.”

Coppes wees erop dat er weliswaar aan de linkerzijde van het stuur een handrem zit, maar dat deze niet sterk genoeg werkte om het apparaat vlug stil te zetten.

Naast de rem-problematiek verbaast Coppes zich erover dat de bestuurder achterop het voertuig staat. “Dit zie je nog bij boten, traditioneel omdat het roer achterin ligt. Maar bij moderne vervoersmiddelen zitten piloten of machinisten allemaal voorin.”