ontslagvergoeding, vut, vrijwillig vertrek, Hof Den Bosch, Belastingdienst, Wiebes

De Belastingdienst legt zich niet neer bij een vonnis van het Hof in Den Bosch over vrijwillige vertrekregelingen voor werknemers die gezien kunnen worden als een verkapte vorm van vervroegde uittreding.

De woordvoerder van het ministerie van Financiën bevestigde dat er een cassatieverzoek is ingediend bij de Hoge Raad, zo meldt DFT dinsdagochtend. Er is nog geen inhoudelijke motivering van de fiscus.

Vergoeding werknemer bij vrijwillig vertrek

De zaak draait om de fiscale behandeling van vrijwillige vertrekregelingen bij reorganisaties. Bij een vrijwillige vertrekregeling kan een werknemer een vergoeding meekrijgen. Daarbij is soms de vraag of die vergoeding eigenlijk bedoeld is als een overbrugging tot de pensioenleeftijd, waarbij dit neer zou komen op een verkapte vorm ven vervroegd uittreden (vut).

De fiscus oordeelt doorgaans pas na de uitvoering van een sociaal plan over vrijwillige vertrekregelingen en kan boetes opleggen tot 52 procent van de ontslagvergoeding. Dit schept onzekerheid bij werkgevers en vakbonden.

De uitspraak van het Hof in Den Bosch ging over een vrijwillige vertrekregeling die door de fiscus als vervroegde uittreding werd aangemerkt, maar dat achtte het Hof niet terecht.

Zowel werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland als vakbond FNV zijn blij met de uitspraak, zo meldt het Financieele Dagblad. Die geeft volgens de sociale partners houvast bij toekomstige regelingen, zodat werkgevers niet achteraf met extra kosten worden geconfronteerd.