COLUMN – Deze week maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend dat Nederlanders het afgelopen jaar ruim 12 miljard euro hebben toegevoegd aan hun spaarrekeningen. Het totale spaarsaldo loopt daarmee op tot een bedrag van liefst 368 miljard euro en is zo’n 30 procent hoger dan tien jaar geleden.

Gemiddeld gaat het bij het spaargeld om 20.000 euro per Nederlander. Een gemiddelde zegt echter niet zoveel, want grote spaarders vertekenen het beeld, ze trekken het gemiddelde stevig omhoog.

Toch blijft de enorme berg aan spaargeld een vreemd gegeven, aangezien spaarrentes de afgelopen jaren richting nul procent zijn gedaald voor vrij opneembare rekeningen. Sinds kort rekenen sommige banken voor vermogende particulieren zelfs een negatieve spaarrente.

De aanhoudende populariteit van sparen is volgens DNB te verklaren uit de neiging om méér geld opzij te zetten om financiële doelen te bereiken, juist omdat de rente zo weinig oplevert. Verder sparen huishoudens ook uit voorzorg vanwege de onzekerheid over de economie.

We zijn een spaarzaam volkje, dat is wel duidelijk. Het is ook verstandig om een buffer aan te houden voor mindere tijden of onvoorziene uitgaven. Zo’n buffer is erg persoonlijk en afhankelijk van je situatie. Zo kun je bijvoorbeeld een buffer opbouwen voor als je een paar maanden zonder baan komt te zitten, of als reserve als je huis plotseling extra onderhoud nodig heeft.

Budgetinstituut Nibud heeft een BufferBerekenaar op haar website waarmee je een schatting kunt maken voor je persoonlijke spaarbuffer. Overigens houdt die geen rekening met het wegvallen van inkomen.

Een spaarbuffer is op zich een prima reden om snel opvraagbaar geld op een spaarrekening aan te houden. De vraag is wel of het handig is om daarnaast nog substantiële bedragen op een spaarrekening te laten staan.

Lees ook op Business Insider


Volledig bij blijven over hypotheken en al je geldzaken? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief over personal finance.


Waarde spaargeld kalft af door inflatie en belasting

Een spaarrente van 0 procent, of zelfs een negatieve spaarrente, is in combinatie met de inflatie en de vermogensrendementsheffing in box 3 geen prettig vooruitzicht voor je vermogen: je spaargeld wordt hierdoor minder waard. Je toekomstige koopkracht neemt dus af.

Op korte termijn zal dit misschien weinig effect hebben, maar op langere termijn kan dit er flink inhakken.

Een voorbeeld: iemand van 50 jaar heeft 100.000 euro op een spaarrekening staan als appeltje voor de dorst over 18 jaar (pensioendatum). Stel dat daar nauwelijks spaarrente bijkomt en de inflatie en de vermogensrendementsheffing snoepen samen 3,5 procent per jaar van de waarde van het vermogen af. Na 18 jaar is deze 100.000 euro dan nog maar 52.000 euro aan koopkracht waard. Bijna een halvering.

In de belastingplannen voor box 3 van het kabinet Rutte betalen spaarders vanaf 2022 geen vermogensrendementsheffing meer over de eerste circa 440.000 euro spaargeld (voor fiscaal partners het dubbele: circa 880.000 euro). Dat wil zeggen: als de spaarrentes op de huidige zeer lage niveaus blijven.

Beleggers in box 3 gaan volgens de kabinetsplannen echter juist meer belasting betalen. Je zou dus kunnen denken dat het over een paar jaar fiscaal voordeliger wordt om vooral te blijven sparen. Echter, ook als je alleen rekening houdt met het effect van de inflatie op de koopkracht van spaargeld, dan hou je van 100.000 euro spaargeld na 18 jaar maar 69.000 euro over, gemeten in koopkracht.

De mogelijk lagere fiscale heffing op sparen is in mijn ogen dan ook geen argument om geld dat je niet voor een spaarbuffer nodig hebt, op een spaarrekening aan te houden.

Beleggen of investeren is een alternatief waarvan je niet per se rijk wordt, maar het houdt je wel rijk. Met andere woorden: op de lange termijn is er een redelijke kans dat beleggen voldoende rendement oplevert om je vermogen in ieder geval waardevast te houden. Na aftrek van de belasting in box 3 en rekening houdend met het effect van de inflatie, is het fijn als je je koopkracht behoudt, met soms wat extra’s.

Ralf op de Weegh is oprichter en managing partner van BeSmart Vermogensbeheer. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen. De auteur bezit voor eigen rekening posities in ETF’s.

Lees ook: