ANALYSE – Banken hebben al geruime tijd te maken met negatieve rentes als ze zelf geld stallen bij de Europese Centrale Bank (ECB). Dan krijgen ze geen geld, maar betalen ze een boeterente van 0,5 procent. Maar wat doen banken met de spaarrekeningen van hun eigen klanten?

Op de Nederlandse spaarmarkt ontstaat inmiddels een segmentatie: als particulier met maximaal een ton ben je redelijk beschermd, als zakelijke klant met meer dan 10 miljoen euro zit je in de gevarenzone.

Banken worstelen wat ze aanmoeten met het doorberekenen van negatieve rentes op spaargeld. De ECB zet commerciële banken onder druk om geld te laten rollen met een boeterente op spaargeld.

Het idee is dat dit een extra stimulans geeft om geld niet op deposito’s te laten staan, maar te investeren in de economie. Alleen is het lastig voor banken om dit in de praktijk te brengen.

De ECB ziet graag dat banken als ‘doorgeefluik’ fungeren van het eigen rentebeleid, maar het is moeilijk uit te leggen aan klanten waarom een boeterente op spaargeld goed voor ze is. Voor de economie als geheel kan het gunstig zijn als de consumptie en investeringen toenemen, maar als individuele spaarder ligt die afweging natuurlijk heel anders.

In de praktijk ontstaat er een soort driedeling op de Nederlandse spaarmarkt. Die ziet er als volgt uit.

Particuliere spaarders: tot een ton geen negatieve rente

Uit onderzoek van de Volksbank onder 3.000 consumenten bleek eerder deze week dat een spaarrente onder nul “principieel onaanvaardbaar” is. “Negatieve rente druist in tegen de sterke Nederlandse spaarmentaliteit”, stelt de bank. “Het is ons met de paplepel ingegoten dat sparen loont, en dit is door de Nederlandse banken jarenlang gestimuleerd.”

Lees ook op Business Insider

Voor particuliere spaarders met een saldo tot 25.000 euro op een vrij opneembare rekeningen stelt de Volksbank volgend jaar een minimumgrens van 0,01 procent rente in.

De organisatie achter ASN Bank, RegioBank en SNS belooft verder de rente voor spaarders met maximaal een ton sowieso boven de nul te houden. Kleine spaarders hoeven bij de Volksbank dus nog niet bang te zijn voor een negatieve rente.

Vorige maand deed ABN Amro een soortgelijke belofte. Rabobank verlaagde de rente, maar bleef ook net boven de nul; de variabele spaarrente voor vrij opneembare rekeningen ging van 0,03 naar 0,01 procent.

Rabobank en ING hebben nog geen harde belofte gedaan over de negatieve rente, als het om kleinere spaarders gaat. Maar gelet op de toezeggingen van de Volksbank en ABN Amro wordt het lastig voor Rabobank en ING om voor particulier spaargeld onder de honderdduizend euro wél een negatieve rente te rekenen. De kans op een fors verlies van klanten is dan immers groot.

Particuliere spaarders met een paar miljoen: wél negatieve spaarrente

Als de ECB banken nog lange tijd blijft treffen met een negatieve spaarrente neemt de kans toe dat particuliere tegoeden boven een ton geraakt worden door een negatieve spaarrente.

Nogmaals: dit geldt in eerste instantie alleen voor vrij opneembare rekeningen. Je kunt bij een negatieve rente op een internetrekening nog altijd overstappen op een deposito waarbij spaargeld bijvoorbeeld voor drie maanden tot een jaar vaststaat als de rente daar positief is.

Voorlopig is er een soort schemerzone tussen de honderdduizend euro en pakweg 2,5 miljoen euro waar negatieve spaarrentes dreigen, maar nog niet zijn doorgevoerd.

Boven de 2,5 miljoen euro rekent Van Lanschot Bankiers bijvoorbeeld al wel negatieve rentes: tot 5 miljoen euro geldt een negatieve rente van 0,25 procent en daarboven wordt dit 0,5 procent negatief.

Ook bij ABN Amro en ING moeten spaarders met zeer grote bedragen op hun rekening een boeterente betalen.

Zakelijke spaarders: kasgeld boven de €10 miljoen krijgt negatieve rente

Voor zakelijke spaarders met kasgeld boven de 10 miljoen euro gelden ook steeds vaker negatieve rentes. Zo meldt de Volkskrant woensdag dat zorginstellingen met meer dan 10 miljoen euro kasgeld op grote schaal geconfronteerd worden met negatieve spaarrentes. Bij een negatieve rente van 0,5 procent kost dat op een bedrag van 10 miljoen euro liefst 50.000 euro per jaar.

Omdat zorginstellingen veel kosten alleen achteraf kunnen declareren bij zorgverzekeraars, moeten ze flinke bedragen voorschieten waar ze ook substantiële kasreserves voor moeten aanhouden.

Hoe banken precies bepalen wanneer ziekenhuizen en andere partijen een negatieve rente moeten betalen op kasgeld is niet eenduidig vast te stellen. Tegenover de Volkskrant zegt Rabobank dat klanten met meer dan 12,5 miljoen euro een negatieve spaarrente krijgen. ING spreekt van maatwerk.

Lees meer over negatieve rente voor spaarders: