Bij de keuze voor een specifieke hypotheekrente speelt niet alleen de looptijd een rol. Het soort hypotheek dat je hebt, is ook van belang bij rente-opslagen die geldverstrekkers toepassen.

Zo zijn er duidelijk verschillen tussen annuïtaire hypotheken aan de ene kant, en aflossingsvrije hypotheken en spaarhypotheken die tot zes jaar geleden veel werden afgesloten.

Het jaar 2013 is een belangrijk omslagpunt geweest op de Nederlandse hypotheekmarkt. De overheid heeft toen ingrijpende maatregelen genomen om hypotheekvormen waarbij je niet aflost tijdens de looptijd, te ontmoedigen.

Zo heb je sinds 2013 bij nieuwe hypotheken alleen nog recht op de hypotheekrenteaftrek als je gedurende de looptijd meteen aflost. Huiseigenaren zijn daarom om fiscale redenen vaak gedwongen om een annuïtaire of lineaire hypotheek af te sluiten. Voor een nieuwe aflossingsvrije hypotheek krijg je immers geen hypotheekrenteaftrek.

Wel is het zo dat hypotheekvormen zoals banksparen, spaarhypotheken, beleggingshypotheken en aflossingsvrije hypotheken die vóór 2013 zijn afgesloten, het recht op hypotheekrenteaftrek behouden. Dus als je met één van deze hypotheken de rente aanpast, heeft dat geen gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek.

Maar er zit wel een ander addertje onder het gras. Als de rentevaste periode van een aflossingsvrije hypotheek of een bankspaarhypotheek afloopt en je opnieuw de hypotheekrente moet afspreken, ben je wat betreft de hoogte van de rente in het nadeel vergeleken met annuïteitenhypotheken.

Geldverstrekkers rekenen voor oudere hypotheekvormen vaak een hogere rente. Doorgaans geldt immers: hoe minder risico voor de bank, des te lager de rente. Met bijvoorbeeld een aflossingsvrije hypotheek is de kans dat de schuld niet wordt afgelost nu eenmaal groter dan bij een annuïteitenhypotheek. Daarom rekent de geldverstrekker hiervoor een hogere risico-opslag.

Lees ook op Business Insider

Maar hoeveel meer ben je extra kwijt? Business Insider bekeek de rentes van verschillende hypotheeksoorten op actuelerentestanden.nl.

Hieronder vind je de laagste en hoogste aanbiedingen van verschillende hypotheekvormen. Het gaat om twee situaties: een rentevaste periode van tien jaar mét NHG-garantie en een rentevaste periode van tien jaar waarbij je 100 procent van de woningwaarde leent.

Hypotheekrente 10 jaar vast: verschil per soort hypotheek

Hieronder starten we met de tabel voor 10-jaarsrentes mét NHG-verzekering.

Van alle hypotheekvormen heeft de annuïteitenhypotheek het scherpste tarief met 1,49 procent. Voor de andere hypotheekvormen betaal je bij de laagste tarieven 0,14 tot 0,2 procentpunt meer, behalve bij de spaarhypotheek waar het verschil met de annuïteitenhypotheek relatief klein is.

De spaarhypotheek heeft bij de duurste aanbiedingen zelfs een lagere rente dan de annuïteitenhypotheek. Dat geldt ook voor de beleggingshypotheek, ook wel bekend als levenhypotheek. Bij de hoogst geboden tarieven is er nauwelijks tussen de hypotheeksoorten.

Kijken we naar de hypotheken waarbij je 100 procent van de marktwaarde leent, zonder NHG-garantie, dan komt de annuïteitenhypotheek bij zowel de laagste als hoogste tarieven als goedkoopste uit de bus.

Hoewel de hypotheekrente van de aflossingsvrije hypotheek, net als de andere overige vormen, iets hoger uitvalt, betekent dit niet automatisch dat de maandlasten ook hoger zijn vergeleken met de annuïteitenhypotheek.

Specifiek voor de aflossingsvrije hypotheek geldt dat je alleen rente betaalt en geen aflossing. Daarom zijn de totale maandlasten bij een vergelijkbare rente voor een aflossingsvrije hypotheek toch fors lager dan bij een annuïteitenhypotheek.

Op de website berekenhet.nl kun je de maandlasten uitrekenen van verschillende hypotheeksoorten tegen verschillende rentes. Als we daar de laagste rentepercentages van de annuïteiten- en aflossingsvrije hypotheek met NHG invullen, zie je het verschil in maandlasten.

De (bruto) maandlast van een annuïteitenhypotheek piept veelal boven de duizend euro uit, terwijl de aflossingsvrije hypotheek bij een paar honderd euro blijft. Dit effect wordt verstrekt als je ook rekening houdt met de hypotheekrenteaftrek.

Verder is ook de spaarhypotheek een geval apart. De huidige rentetarieven in het bovenstaande overzicht zijn ongetwijfeld lager vergeleken met bijvoorbeeld tien jaar geleden. Maar dat zegt lang niet alles over de maandlasten.

De spaarhypotheek is eigenlijk een aflossingsvrije hypotheek waarbij je tegelijkertijd spaart om de lening aan het einde van de looptijd af te lossen. De maandlast bestaat dus uit rente voor de hypotheek en uit inleg voor de spaarpot.

Lees in dit verband ook: Spaarhypotheek: onvolledige informatie kan voor een nare verrassing zorgen als je denkt te profiteren van de lage hypotheekrente

Bij de spaarhypotheek zijn de rentes voor de lening en de spaarpot gelijk. De lagere hypotheekrente van vandaag betekent in het geval van een spaarhypotheek ook een lagere rente op het vermogen dat aan het eind van de looptijd beschikbaar moet zijn voor de aflossing.

Met andere woorden: de spaarpot groeit bij een lagere rente minder snel en dus zul je meer spaarpremie moeten inleggen, wil je aan het eind van de looptijd kunnen aflossen. Wat betreft de maandlasten is dus sprake van communicerende vaten: een rentedaling betekent minder hypotheekrente, maar een hogere spaarpremie. Dit is lang niet altijd duidelijk voor woningeigenaren.

Dus als je kijkt naar de hypotheekrente, zorg dan dat je adviseur of geldverstrekker een overzicht geeft van de totale maandlasten. Want ook daar zitten grote verschillen per hypotheekvorm.

Lees meer over hypotheken: