Ongeveer 40 procent van alle huwelijken eindigt in een scheiding.

Veel ondernemers stellen huwelijkse voorwaarden op als ze gaan trouwen, om ervoor te zorgen dat het vermogen van de partner bij een faillissement buiten schot blijft.

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen kunnen schuldeisers ook bij de partner aankloppen. Door de vermogens te scheiden, wordt dit voorkomen.

Maar huwelijkse voorwaarden zijn ook van belang om een andere reden, meent Emma Kostense, partner van Van Hilten Advocaten & Mediators, een kantoor dat is gespecialiseerd in familie- en erfrecht, met vestigingen in Den Haag en Amsterdam.

Je kunt voorkomen dat je bedrijf door een echtscheiding wordt verzwakt.

Valkuil 1: ‘Redelijke vergoeding uit arbeid’

Wie vóór 2018 is getrouwd en geen huwelijkse voorwaarden heeft opgesteld, is standaard gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.

Dit betekent dat in principe beide partners alle bezittingen, maar ook schulden, delen en dat bij een scheiding alles fifty-fifty wordt verdeeld, ook als je het bedrijf al voor het huwelijk bezat. Je partner heeft dan dus ook recht op de helft van het ondernemingsvermogen. Dat kan zomaar het faillissement van je bedrijf betekenen.

Lees ook op Business Insider

Sinds 1 januari zijn de regels veranderd. Stap je nu in het huwelijksbootje of ga je een geregistreerd partnerschap aan, dan geldt een ‘beperkte gemeenschap van goederen’.

Dit betekent dat alle bezittingen en schulden die je vóór je huwelijk had, buiten de gemeenschap vallen en dus bij een echtscheiding niet bij je ex-partner terecht komen. Gemeenschappelijke bezittingen en schulden van voor het huwelijk vallen wel in de gemeenschap.

Maar bezittingen en schulden die je tijdens je huwelijk opbouwt vallen wél in de gemeenschap. Deze moeten bij een echtscheiding worden verdeeld.

Dit geldt ook voor je bedrijf, ongeacht of het een bv is of een eenmanszaak.

Ben je na 1 januari 2018 getrouwd en had je voor je huwelijk al een eigen onderneming, dan valt deze buiten de gemeenschap en hoeft de waarde ervan bij een echtscheiding dus niet te worden verdeeld. Maar richt je tijdens het huwelijk een bedrijf op, dan valt dat wel in de gemeenschap, als je niets hebt geregeld.

Sinds de nieuwe wet kan je (ex-)partner geen aanspraak maken op een deel van de winst of de waarde van je bedrijf, zou je zeggen, indien je het bedrijf al voor het huwelijk bezat.

Maar dat is niet zonder meer het geval, zo waarschuwt Kostense. Je bent namelijk wettelijk verplicht om tijdens je huwelijk een ‘redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid’ toe te rekenen aan de gemeenschap – en dus ook aan je partner.

Zo moet worden voorkómen dat je al je verdiende geld oppot in je bedrijf, waardoor je partner, die ook een steentje heeft bijgedragen door bijvoorbeeld te werken al dan niet in het bedrijf of voor de kinderen te zorgen, met lege handen achterblijft.

Over de hoogte van die vergoeding staat niets in de wet, dus jurisprudentie moet nog uitwijzen wat redelijk is. Daarin zit het venijn, want als je een te laag bedrag aan salaris uitkeert, loop je het risico op een vordering wegens achterstallig inkomen.

“Heb je dat geld niet op een bankrekening staan, maar geherinvesteerd in je bedrijf, dan kun je in financiële problemen komen”, waarschuwt Kostense.

Ze adviseert daarom om vooraf goed na te denken welke arbeidsbeloning passend is in de branche waarin je actief bent. Ook kun je in de huwelijkse voorwaarden bijvoorbeeld vastleggen, of en zo ja, welk percentage van de winst van je bedrijf in de gemeenschap valt.

Valkuil 2: Verrekenbeding

Een andere venijnige regeling is het zogeheten ‘periodieke verrekenbeding’, dat in veel huwelijkse voorwaarden is opgenomen.

Dit houdt in dat je aan het eind van elk kalenderjaar alles wat in het afgelopen jaar is gespaard (dus alle inkomsten die niet zijn uitgegeven aan vaste lasten, vakanties en dergelijke) moet optellen en vervolgens fifty-fifty moet verdelen.

Het idee hierachter is dat beide partners recht hebben op de helft van het vermogen dat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd, ongeacht wie het heeft verdiend.

Dit leidt vaak tot misverstanden, merkt Kostense. In de praktijk verrekent bijna niemand tijdens het huwelijk. In dat geval gaat de wet ervan uit dat het gehele aanwezige vermogen moet worden verrekend, tenzij het niet uit overgespaard inkomen is verkregen. Jij zal dit dan moeten bewijzen.

Hierdoor kan het gehele vermogen – inclusief de waarde van je bedrijf – alsnog moeten worden verdeeld; bijna vergelijkbaar met een huwelijk in gemeenschap van goederen.

Alleen bezittingen die aantoonbaar niet verrekend hadden hoeven worden, vallen buiten schot, zoals een erfenis, schenking, of vermogen dat je al had voor je ging trouwen.

“Veel mensen schrikken hiervan”, zegt Kostense. “Zij dachten dat het vermogen op eigen naam niet verdeeld zou hoeven worden omdat ze hadden gekozen voor koude uitsluiting. Maar ze zijn het verrekenbeding vergeten, dat even verder in de huwelijkse voorwaarden is verwerkt.”

Valkuil 3: eenmanszaak

Hoe groot de gevolgen van een echtscheiding zijn hangt niet alleen af van de wet, maar ook van de ondernemingsvorm, zegt Kostense.

“Heb je een eenmanszaak of VOF, dan ben je extra kwetsbaar. Er geldt geen onderscheid tussen privé en je bedrijf, waardoor per saldo alles de gemeenschap in gaat, als je geen huwelijkse voorwaarden hebt opgesteld.”

Valkuil 4: man-vrouw-firma

Heb je samen met je echtgenoot of geregistreerd partner een eigen bedrijf, dan kun je kiezen voor een zogeheten man-vrouw-firma, bijvoorbeeld: een gezamenlijke vennootschap onder firma (VOF).

Ook deze bedrijven kunnen bij een echtscheiding in problemen komen, waarschuwt Kostense.

Bij dit samenwerkingsverband zijn beide partijen aansprakelijk voor alle schulden van de VOF, waardoor schuldeisers het privévermogen van beide echtgenoten kunnen aanspreken, ook als ze onder huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd.

Daarnaast loopt het bedrijf zelf gevaar, omdat het voor de meeste partners na een scheiding niet meer mogelijk is om het bedrijf samen voort te zetten. Meestal zet één van beiden de VOF voort, maar hij of zij moet dan wel de ex-partner uitkopen en dus de helft van de waarde van het bedrijf uitkeren.

Kostense: “Dat kan tot financiële problemen leiden, indien de liquide middelen niet voldoende zijn.”

Stel goede huwelijks voorwaarden op

Wil je onaangename verrassingen bij een echtscheiding voorkomen, dan is het zaak om in overleg met een notaris of een familierechtadvocaat goede huwelijkse voorwaarden op te stellen, waarin je vastlegt wat er met je bedrijf moet gebeuren bij een echtscheiding, overlijden of een faillissement. Volgens Kostense is maatwerk de oplossing.

Daarnaast adviseert ze om de huwelijkse voorwaarden minimaal om de vijf jaar tegen het licht te houden.

Ook bij veranderingen in je bedrijf (zoals de overstap naar een andere rechtsvorm), je privéleven (zoals de komst van een kind) of wetgeving is het verstandig om te checken of alles nog up to date is en overeenkomstig jouw bedoeling.

LEES OOK: Trouwen vanaf 2018: Niet meer automatisch alles delen, maar pas wel op