Exchange-traded funds (ETF’s), ook wel indextrackers genoemd, zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot een basisbelegging voor elke particuliere belegger.

De aantrekkingskracht zit in de simpele structuur, lage kosten en goede spreiding.

Met een beleggingsrekening bij een grootbank of een broker en een inleg van 10 euro kun je al je eerste ETF aankopen.

Business Insider beantwoordt tien vragen over beleggen in indextrackers.

Eén van de simpelste vuistregels voor beleggen is: spreid je inzet. Aandelen kunnen op de korte termijn behoorlijk schommelen, zowel in positieve als negatieve zin.

Wie niet belegt in één of twee aandelen, maar breed spreidt over sectoren, landen en regio’s, verkleint het risico dat één misser of twee missers tot grote verliezen leiden.

Een simpele manier om zo’n gespreide beleggingsportefeuille met één transactie aan te schaffen is de keuze voor indexfondsen, in de beursgenoteerde variant ook wel exchange traded funds (ETF’s) genoemd.

Lees ook op Business Insider

Business Insider behandelt tien basale vragen over ETF’s:


1. Wat is een ETF?

Een ETF, of voluit exchange-traded fund, is een beursgenoteerd beleggingsfonds dat passief een groep aandelen, obligaties of andere effecten volgt. Ter illustratie, de eerste ETF ooit, de SPDR S&P 500 ETF, bootst het risico en rendement na van de Amerikaanse aandelenindex S&P 500.

ETF’s zijn eind jaren 1980 in de Verenigde Staten bedacht als oplossing voor particuliere beleggers die passief wilden beleggen. In die periode werd het langzaamaan duidelijk dat het simpelweg volgen van een index op de lange termijn beter rendeert dan actief handelen in aandelen of obligaties.

Ter illustratie nemen we een voorbeeld van de Amerikaanse S&P 500-index. Om het risico en rendement van die index te repliceren zijn alle 500 aandelen in die index nodig, met precies de juiste wegingen. Dat is een bijzonder lastige opgave voor een gemiddelde particuliere belegger.

Een ETF lost dat probleem op. De uitgever van de ETF koopt alle aandelen van de S&P 500 op, stopt die in één fonds en geeft ETF’s uit die betaalbaar zijn voor particuliere beleggers.

ETF’s worden trouwens ook wel eens indexfondsen, indextrackers, of simpelweg trackers genoemd.

Belangrijk is dat een ETF per definitie genoteerd is aan de beurs, maar dat dit niet voor alle indexfondsen geldt. Er zijn ook indexfondsen die worden uitgegeven door vermogensbeheerders zonder dat ze een beursnotering hebben. Hierbij vindt de handel doorgaans één of twee keer per dag plaats.

Om in niet-beursgenoteerde indexfondsen te kunnen handelen, moet er een overeenkomst zijn tussen de broker waar je als particuliere belegger een rekening hebt en de uitgever van het indexfonds.


2. Waarom beleggen in ETF’s?

ETF’s zijn interessante producten voor particuliere beleggers die met weinig vermogen een zo gespreid mogelijk portefeuille willen opbouwen.

Zo creëert één ETF, die bijvoorbeeld de wereldwijde MSCI World-index volgt, een portefeuille met blootstelling aan ruim 1.500 aandelen in verschillende landen.

Zo’n brede spreiding zorgt ervoor dat je niet al je eieren in één mandje legt. Gaat het bijvoorbeeld slecht met alle olie- en gasbedrijven, omdat de olieprijs is gezakt? Dat wordt elders in je portefeuille gecompenseerd door een betere gang van zaken bij luchtvaartmaatschappijen die profiteren van lage brandstofkosten.

Het grote voordeel hiervan is dat het niet nodig is om je in de details van elk bedrijf of de kredietwaardigheid van een land hoeft te verdiepen.

Naast diversificatie zijn ETF’s aantrekkelijk vanwege de lage beheerkosten. Een uitgever van ETF’s hanteert een simpele kopen-en-houden-strategie, waardoor een duur team van handelaren of ingewikkelde handelssystemen niet nodig is.

Zo bedragen de beheerkosten van een ETF rond 0,1 tot 0,5 procentpunt van het beheerd vermogen per jaar, terwijl de beheervergoeding van een actief gemanagde beleggingsportefeuille al gauw tot 1 tot 2 procent per jaar bedraagt. Op de lange termijn maakt dat veel uit.


3. Waar kan ik beleggen in ETF’s?

Om te beleggen heb je een broker nodig die tussen jou en de beurs staat. Een broker kan je huisbank zijn of een gespecialiseerde partij.

Een van de mogelijkheden is om een beleggingsrekening te openen bij je huisbank. Grootbanken als ABN AMRO, ING en Rabobank bieden zulke rekeningen aan, waarmee indexfondsen die bijvoorbeeld genoteerd zijn op de beurs Euronext gekocht kunnen worden.

Het aanbod op verschillende beurzen van Euronext in Europa is divers en bestaat uit ruim 800 trackers. Op Euronext Amsterdam worden momenteel 285 ETF’s verhandeld.

Een andere optie is om voor een gespecialiseerde broker te kiezen. Bekende brokers in Nederland zijn DeGiro, BinckBank en beleggingsapp Bux. Deze brokers richten zich op oplossingen voor particuliere beleggers en hebben daardoor concurrerende tarieven en/of een omgeving waar je met gemak kunt beleggen.

DeGiro biedt bijvoorbeeld een ruime selectie van trackers die onder voorwaarden zonder transactiekosten aangeschaft kunnen worden. Bij Bux kun je ook commissievrij beleggen, mits je het oké vindt om aan bepaalde voorwaarden te voldoen.


4. Hoeveel moet ik minimaal inleggen?

Hoeveel geld je minimaal moet hebben als startende belegger hangt van twee dingen af: Vraagt je broker of beleggingsplatform een minimale inleg? En wat is het minimale saldo dat nodig is om minstens één indextracker te kopen?

De populaire brokers DeGiro, Bux en BinckBank bieden de mogelijkheid om zonder een minimale inleg te beleggen in indexfondsen. Je kunt er dus gratis een beleggingsaccount aanmaken, alles rustig bekijken en wanneer het je uitkomt beginnen met beleggen.

Bij deze platforms zijn zijn beleggers volledig vrij in de keuze om elke maand een bepaald bedrag te storten óf in één keer een grote som te investeren.

Maar de voorwaarden verschillen per partij. Zo vraagt broker Meesman een minimum van 100 euro voor maandelijks beleggen. Voor eenmalig storten is zelfs een minimale inleg van 10.000 euro vereist.

Maar zelfs als je broker geen minimale inleg vraagt, heb je voldoende saldo nodig om een ETF te kunnen kopen. De prijzen daarvan lopen per product uiteen.

Bij Bux kun je de goedkoopste ETF (Xtrackers UK FTSE 100 Index ETF) op het moment van schrijven al voor 6,35 euro kopen. Een van de duurste trackers (iShares Germany DAX 30 Index ETF) kost net iets meer dan 100 euro.



5. Met welke kosten moet ik rekening houden?

De bekende Nederlandse uitgever van ETF’s, VanEck, heeft een overzicht gemaakt van drie kostencomponenten van indextrackers.

Het begint bij de transactiekosten. Zoals hierboven al aanstipten, bieden meerdere brokers voor een beperkte selectie van ETF’s en onder bepaalde voorwaarden beleggen zonder transactiekosten aan. Wie meer vrijheid wil, krijgt wel degelijk te maken met transactiekosten.

Volgens VanEck verschillen de kosten behoorlijk per broker en bestaan die vaak uit een combinatie van een vast bedrag en een percentage van de transactiewaarde.

Soms is er ook sprake van een servicevergoeding. Het is belangrijk om deze kosten op te vragen bij je broker voordat je begint met beleggen.

Naast transactiekosten is er ook een beheervergoeding voor de uitgever van een ETF. Zo’n partij moet namelijk het een en ander doen om een indexfonds samen te stellen en bij te houden.

Omdat een ETF een beursgenoteerd product is, komen er mogelijk ook kosten bij voor het verhandelen daarvan. Het gaat dan om de zogenaamde spread, het verschil tussen de aan- en verkoopprijs van een tracker.

De hoogte van deze kosten is afhankelijk van de liquiditeit van een ETF en vraag en aanbod, aldus VanEck. Deze kosten kun je beperken door weinig aanpassingen te doen in je portefeuille en dus niet heel ‘actief’ te handelen.

Dan zijn er nog indirecte kosten in de vorm van een dividendlekkage. Deze kunnen optreden als je in het buitenland een hogere dividendbelasting moet betalen dan in Nederland en het verschil niet kunt terugvorderen via de belastingaangifte. Daarmee krijg je dus minder dividend en minder rendement.


6. Kan ik op elk moment uitstappen?

ETF’s handelen continu op de beurs, net als aandelen. Dat is een belangrijk verschil met beleggingsfondsen die je één keer per dag tegen één koers kunt kopen of verkopen. Dus in principe kun je uit je positie in ETF’s stappen op elk moment dat de beurs open is.

Wel moet je er rekening mee houden dat bij een spontane verkoop hogere transactiekosten in rekening kunnen worden gebracht. Stel dat je bij Bux Zero belegt en alles wil verkopen tegen een van tevoren aangegeven prijs. Dat heet een limietorder en leidt bij sommige producten tot extra kosten.

Een andere overweging, die losstaat van ETF’s maar in de praktijk kan wringen, is hoe je beleggingen fiscaal geregeld zijn.

Veel mensen beleggen voor hun oude dag en kunnen daarvoor uit twee vormen kiezen. Of ze melden hun belegging bij de belastingaangifte in box 3 als vermogen, of ze kiezen voor een fiscaal voordelige pensioenconstructie.

In het eerste geval ben je als belegger vrij om je portefeuille zo vaak als je wilt aan te passen. Het is dan ook makkelijk om spontaan afscheid te nemen van je ETF-portefeuille.

Maar met een fiscaal geblokkeerde pensioenrekening is een volledige, tussentijdse exit financiële zelfmoord.

Het voordeel van deze constructie is dat je tot je pensioen geen belasting in box 3 hoeft te betalen. En in sommige gevallen kan je je inleg zelfs aftrekken van de belasting. Als je uiteindelijk na je pensioen de uitkering van je vermogen ontvangt, gaat daar wel de inkomstenbelasting vanaf.

Het is dus de bedoeling van deze constructie om de belegging tot het pensioen aan te houden.

Tussentijds opnemen wordt dan ook relatief zwaar bestraft door de fiscus. Doe je dat, dan betaal je inkomstenbelasting over het opgenomen vermogen en krijg je een hoge boeterente voor te vroeg opnemen.

Daardoor is het goed mogelijk dat je in het geval van een tussentijdse opname ruim twee derde van je vermogen afstaat aan de fiscus. Wil je dus flexibel kunnen omgaan met je beleggingen in ETF’s, dan is een geblokkeerde spaarrekening geen geschikte fiscale vorm.


7. Wat zijn de populairste ETF’s?

DeGiro deed een paar jaar terug onderzoek naar de meest gewilde ETF’s binnen zijn 200 indextrackers die zonder transactiekosten worden aangeboden.

Indexfondsen van uitgevers iShares van vermogensbeheerder BlackRock (iShares MSCI WOLRD A én iShares S&P 500) en Vanguard (Vanguard FTSE AW én Vanguard S&P 500) die Amerikaanse en wereldaandelen volgen, bleken het populairst onder de klanten van DeGiro.

Bovenaan de top 20 van populairste ETF’s verhandeld bij broker BinckBank staan eveneens indextrackers die wereldwijde aandelenindices volgen. Zo domineren drie wereldtrackers (iShares Core MSCI World, VanEck Global Equal Weight en Vanguard FTSE AW) de top 5.

De overige twee ETF’s in de top 5 zijn de tracker van VanEck die de AEX volgt en het indexfonds van Vanguard voor de S&P 500.


8. Wat zijn de verborgen risico’s?

Het is belangrijk om te beseffen dat niet alle ETF’s op dezelfde wijze in elkaar worden gezet. Bij een fysieke ETF koopt de uitgever de onderliggende aandelen of andere type beleggingen uit de index die het volgt. Dat gebeurt volledig of voor een groot gedeelte.

Maar er bestaan ook synthetische ETF’s. Bij zo’n indextracker wordt een index met behulp van derivaten gevolgd. De uitgever koopt dus de onderliggende beleggingen uit de index niet.

Dat soort ETF’s zijn risicovoller, omdat de uitgever alleen aan zijn verplichtingen aan beleggers kan voldoen als zijn tegenpartij dat ook doet. Dat betekent dat er altijd een kans aanwezig is dat de tegenpartij failliet gaat.

Fysieke ETF’s zijn dus over het algemeen veiliger, maar hebben een ander nadeel. In turbulente tijden op financiële markten kunnen de prijzen van indextrackers die bijvoorbeeld obligatie-indices volgen, behoorlijk afwijken van de onderliggende waarde van obligaties.

Dat gebeurt omdat de liquiditeit in dat soort periodes opdroogt en er niet genoeg marktpartijen zijn die het aandurven om prijsverschillen weg te werken.

Op zich zijn korte periodes van afwijkende prijzen van ETF’s geen probleem. De meeste beleggers zitten immers in indextrackers voor de lange termijn.

Maar als je wel tijdens een crisis wil kunnen verkopen, dan moet je ervan bewust zijn dat je obligatie-ETF opeens een ander rendement kan hebben dan het mandje beleggingen die het volgt.

Verder is het verstandig om nader te informeren of je broker voldoet aan de regelgeving en niet onder verscherpt toezicht staat. Dat kan je risico verlagen.

Zo legde de financiële waakhond AFM broker DeGiro deze zomer een boete van 300.000 euro op. Klanten van DeGiro liepen volgens AFM in het verleden risico als DeGiro failliet was gegaan.

De broker beloofde zich te beteren door cashrekeningen te vervangen door bankrekeningen die onder het depositogarantiestelsel vallen, waardoor het vermogen tot 100.000 euro beschermd is met een overheidsgarantie.


9. Neem ik veel of weinig risico als ik in ETF’s beleg?

Met ETF’s kun je veel of weinig risico nemen, afhankelijk van welk product je kiest. Over het algemeen geldt dat hoe beter gespreid een indexfonds is, hoe minder risico je loopt op koersverliezen. Wereldtrackers zijn in dat geval relatief veilige ETF’s.

Maar er is ook een behoorlijk aantal zeer specialistische ETF’s die bijvoorbeeld één sector van de economie volgen, zoals de aandelen van Europese voedingsmiddelenconcerns of alle ondernemingen in één land, zoals Brazilië.

Beleggers in deze producten hebben blootstelling op specifieke risico’s die vanwege de beperkte spreiding niet gecompenseerd worden.

Wil je toch een exotische ETF aanschaffen, zorg dan dat het niet een te groot deel van je totale portefeuille uitmaakt. Door in veel verschillende ETF’s te zitten, kun je ook spreiding in je portefeuille creëren. Daarmee dek je je in tegen mogelijke klappen.

Beleggers kunnen overigens ETF’s onderling vergelijken op basis van een risicometer, die verplicht is in Europa. Elke tracker wordt beoordeeld op de schaal van 1 tot 7, waar 1 de laagste risicocategorie is en 7 de hoogste.

Het risico wordt voornamelijk ingeschat op basis van de bewegelijkheid van de specifieke belegging. Met andere woorden: hoe harder de koersen van een belegging stijgen of dalen, hoe groter het risico is.

Zo ziet de risicometer eruit, die je in elk prospectus van een ETF voor Europese beleggers kunt vinden:

Bron: AFM
Bron: AFM

10. Wat voor rendementen kan ik verwachten?

Rendementen van ETF’s hangen net zoals de risico’s samen met de samenstelling van een tracker.

Indexfondsen die brede aandelenindices volgen, leveren op de lange termijn het gemiddelde rendement van wereldwijde aandelen op.

Volgens Goldman Sachs is dat 9,2 procent per jaar in de afgelopen tien jaar. De Amerikaanse aandelen deden het in dezelfde periode met 13,6 procent nog beter.

Een recente aflevering over ETF’s bij podcast Jong Beleggen geeft een kijkje in hoeveel rendement je met exotischere trackers kunt behalen.

Ondernemer Pim Verlaan deelt de minder gangbare ETF’s die hem aanspreken, zoals de tracker die S&P groeiaandelen volgt en in de afgelopen vijf jaar gemiddeld 18 procent in het laatje bracht.

Met de ARK Innovation ETF, die Verlaan eveneens aanbeveelt, kon je jaarlijks een rendement van 37 procent in de afgelopen vijf jaar behalen. Een andere favoriet is VanEck Video Gaming en eSports ETF met een jaarrendement van bijna 60 procent sinds de oprichting.

Hoe duizelingwekkend deze rendementen ook zijn, vergeet niet dat er altijd risico’s verbonden zijn aan deze beleggingen. Dat wil zeggen: je kunt met exotische beleggingen ook makkelijk je inleg zien halveren of bijna volledig verdampen.

Voor beleggers die blij zijn met een bescheiden rendement en minder risico willen lopen, zijn ETF’s die overheidsobligaties volgen een prima keuze. Zo rendeerde de ETF van Vanguard die overheidsschuld van de eurozone volgt in de afgelopen drie jaar gemiddeld 3,7 procent. Dat is nog geen feest, maar je hoeft er tenminste ’s nachts niet wakker van te liggen.

Lees meer over beleggen: