Economie is de studie van de armoede, stelde de beroemde economisch geschiedkundige Max Hartwell ruim vijftig jaar geleden. Econoom Martin Ravallion wil die gedachte nieuw leven in roepen. 

Tweehonderd jaar geleden leefde 80 procent van de wereld van minder dan 1 dollar per dag, nu is dat nog geen 20 procent. Dat is een enorme vooruitgang, stelt Martin Ravallion, economieprofessor van Georgetown University.

Zeker met de discussie over ongelijkheid, die twee jaar geleden oplaaide door het boek van de Franse econoom Thomas Piketty, is het volgens Ravallion belangrijk om het grote plaatje niet uit het oog te verliezen. En dat is dat we het gemiddeld genomen veel beter hebben dan in de achttiende eeuw.

“Als je ziet dat er vooruitgang is, weet je ook dat het nog beter kan”, aldus Ravallion. “Ontwikkelingslanden zijn ook veel verder gevorderd dan 20 of 30 jaar geleden.”

Ondergeschoven kindje

Desondanks blijft het frustrerend om zoveel arme mensen te zien in de wereld. Temeer omdat de studie van armoede tegenwoordig een ondergeschoven kindje is in de economische wetenschap. Dat wil Ravallion veranderen met zijn boek ‘The Economics of Poverty’.

Daarmee wil de professor twee groepen bij elkaar brengen. “Wie interesse heeft in armoede moet de economie bestuderen, en economen die weinig weten over armoede moeten daar kennis van nemen”, aldus Ravallion. “Ik wil dat economie veel meer gericht is op het verhelpen van de armoede.”

Bekijk het gesprek dat Ravallion had met MeJudice, het discussieplatform voor economen.

1

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl