ANALYSE – De Britse premier Theresa May heeft na een volle nacht onderhandelen overeenstemming bereikt over de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen met voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie, de Noord-Ierse DUP partij en de Ierse regering.

May was vrijdag met Brexit-minister David Davis in Brussel om de deal te bezegelen. Die werd vervolgens gepubliceerd door de  Europese Commissie.

In de toelichting zei May dat het een kwestie van “geven en nemen” was geweest.  Maar als je de tekst doorleest, lijkt het erop dat er van Britse zijde forse concessies zijn gedaan om te zorgen dat de onderhandelingen door kunnen naar de volgende ronde. Die gaat over de toekomstige handelsrelatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Hieronder volgen drie punten waarop de Britse onderhandelaars zijn teruggekrabbeld.

1. De scheidingsrekening: zo’n 50 miljard euro

Theresa May

Foto: REUTERS/Yves Herman

In het vrijdag gepubliceerde document staat geen specifiek bedrag ten aanzien van de Britse financiële verplichtingen. Wel staat er dat het Verenigd Koninkrijk zijn aandeel van het EU-budget zal nakomen voor de periode tot 31 december 2020. Dit betekent dat het VK betalingen blijft doen voor de Europese Unie die bijna twee jaar na de officiële Brexit-datum van maart 2019 blijven doorlopen.

De omvang van deze financiële verplichtingen komt neer op een bedrag van ongeveer 50 miljard euro. Dat is fors meer dan wat volgens diverse Britse ministers acceptabel was.

Eerder dit jaar noemde minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson een bedrag van ruim 50 miljard pond “afpersing” en zei hij dat de EU naar z’n geld “kon fluiten”.

Afgelopen september probeerde Brexit-minister David Davis fervente Brexiteers binnen de Conservatieve Partij te kalmeren, door berichten over een Brexit-rekening van 40 miljard pond af te doen als “verzonnen”.

Davis suggereerde dat het daadwerkelijke bedrag veel lager zou liggen. “Ik ga geen specifiek bedrag noemen, dat zou absurd zijn. Maar we hebben een behoorlijk scherp idee waar dit op uit gaat komen”, aldus Davis.

2. Lidmaatschap interne markt en douane-unie kan nog jaren duren

Boris Johnson David Davis

Foto: Boris Johnson en David Davis.  REUTERS/Hannah McKay

Theresa May heeft diverse malen gezegd dat het Verenigd Koninkrijk uit de interne Europese markt stapt en de douane-unie verlaat in 2019.

Maar in de tekst van de Brexit-deal van vrijdag staat iets heel anders. Punt 49 (zie hieronder) zegt dat als de Britse onderhandelaars er niet in slagen om te voorkomen dat er een harde grens ontstaat tussen Noord-Ierland en de republiek Ierland, het VK “vasthoudt aan volledige overeenstemming met de regels van de interne markt en de douane-unie”.

Brexit deal single market customs union

Foto: Europese Commissie

Anders gezegd: als het Ierse dilemma niet wordt opgelost tegen het eind van de onderhandelingen, dat blijft het VK gewoon onderdeel van de interne Europese markt en de douane-unie.

Dit uitgangspunt zou een enorme beperking betekenen voor de mogelijkheden van het VK om zelfstandig handelsdeals te sluiten met landen buiten de Europese Unie. Fervente Brexiteers zullen dan ook niet blij zijn met deze afspraak.

3. Invloed Europees Hof: nog 8 jaar

Theresa May, Donald Tusk and Claude Juncker

Foto: Matt Cardy / Getty

Theresa May heeft de Brexit herhaaldelijk voorgesteld als een manier om te zorgen dat Europese rechtsspraak geen invloed meer heeft op het VK. “We zijn pas echt uit de EU vertrokken, als we controle hebben over onze eigen wetten”, zei May tijdens een toespraak in Londen begin dit jaar.

De tekst van vrijdag stelt echter dat het Europese Hof van Justitie zich wat betreft burgerrechten nog acht jaar na de Brexit mag buigen over beslissingen van Britse rechters. De Britse rechtsspraak blijft in die periode ondergeschikt aan het Europese Hof.

Eerder verklaarde de Britse premier – net als talrijke Britse ministers – dat het Europese Hof na de Brexit-datum van maart 2019 niets meer te zeggen zou hebben over zaken die in het Verenigd Koninkrijk spelen.

LEES OOK: Brexit-minister geeft toe: we hebben geen onderzoek gedaan naar het effect van de Brexit