De Europese hoofdonderhandelaar voor de Brexit, Michel Barnier, heeft de EU-lidstaten geïnformeerd dat het Verenigd Koninkrijk nog 48 uur heeft om de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen succesvol af te ronden.

Deze eerste fase gaat over de rechten van Britten en EU-burgers na de Brexit, de regeling voor de Ierse grens en de kosten van de boedelscheiding. Overeenstemming is op hoofdpunten noodzakelijk voordat begonnen kan worden met de tweede fase van de onderhandelingen: de toekomstige handelsrelatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

Brexit en de Ierse grens

Volgens Barnier probeert de Britse regering met een nieuw voorstel te komen voor de Ierse grenskwestie, zo heeft hij aangegeven tegenover Europese ambassadeurs van EU-lidstaten. Hiermee wil premier Theresa May de Noord-Ierse protestanten – die via de DUP-partij gedoogsteun verlenen aan de Conservatieve Britse regering – tevreden stellen. Het aanbod moet echter ook acceptabel zijn voor de Ierse regegering, aldus The Guardian.

Voor aanstaande vrijdag is een spoedzitting ingelast van vertegenwoordigers van 27 EU-lidstaten, voor het geval May zowel de DUP als de Ierse regering kan overtuigen.

Beide partijen hebben gezegd dat de Britse premier met betere voorstellen moet komen. Anders onthouden ze hun steun aan een regeling voor de Ierse grenskwestie. De Ierse premier Leo Varadkar verwacht dat May hem donderdag al een nieuwe voorstel doet.

Risico voor bedrijven

Als er vrijdag geen potentiële overeenkomst ligt, zullen de 27 EU-lidstaten waarmee de Britten onderhandelen over de Brexit vrijwel zeker oordelen dat er “onvoldoende vooruitgang” is geboekt. In dat geval kunnen de onderhandelingen over de toekomstige handelsrelatie niet op korte termijn van start gaan. Dit betekent verhoogde onzekerheid voor het Britse bedrijfsleven.

Uit een peiling van de Britse werkgeversorganisatie CBI van november blijkt dat 60 procent van de Britse bedrijven in maart 2018 noodplannen in werking wil stellen, als er dan geen zich is op een overgangsdeal voor de Brexit.  Dit kan ook betekenen dat er begin 2018 al knopen worden doorgehakt over het verplaatsen van personeel uit het VK en aanpassing van het wervingsbeleid.

De kwestie rond de grens met Ierland escaleerde begin deze week. DUP-leider Arlene Foster blokkeerde toen een voorstel van premier May, die had voorgesteld om de regelgeving voor Noord-Ierland en de EU “af te stemmen”  na de Brexit.

In de praktijk zou dit betekenen dat regelgeving in Noord-Ierland sterk bepaald zou worden door de Europese Unie, om te zorgen dat personen, goederen en diensten zonder problemen de grens over kunnen. De protestantse DUP-partij wil echter niet dat Noord-Ierland zich conformeert aan EU-regelgeving, omdat dat juist weer handelsbelemmeringen kan opleveren met de rest van het VK.

Ierland daarentegen wil dat het VK onderdeel blijft van de Europese douane-unie en accepteert niet dat er een ‘harde grens’ komt tussen de Ierse republiek en Noord-Ierland. De regering van premier May heeft echter aangegeven zowel de Europese interne markt als de douane-unie te willen verlaten.