OPINIE – Werknemers die pensioen opbouwen via het pensioenfonds van hun werkgever, moeten vrezen dat ze kortingen voor de kiezen krijgen bij de pensioenopbouw, zo bleek maandag. Dat is natuurlijk pijnlijk, maar de voordelen van pensioenopbouw via een pensioenfonds zijn nog altijd groot.

Dit geldt zeker als je kijkt naar de mogelijkheden om zelf pensioen op te bouwen, als je niet bent aangesloten bij een pensioenfonds. Die mogelijkheden worden vanaf 2022 drastisch beperkt door de brute plannen van het kabinet Rutte 3 om beleggers in box 3 veel zwaarder te belasten.

De regering ontvouwde begin deze maand plannen om zzp’ers en anderen die zelfstandig een pensioenbuffer opbouwen, hard te straffen als ze dat doen in box 3 van de inkomstenbelasting

Hoe nadelig de beoogde hervorming van box 3 uitpakt voor zelfstandige pensioenbeleggers, kun je hier in detail lezen. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat Rutte vanaf 2022 een effectieve belasting van ruim 1,6 procent wil invoeren op beleggingen boven de 30 duizend euro.

Dit betekent dat als je elke maand 400 euro opzij zet tegen een jaarlijks rendement van 5,3 procent, er na dertig jaar niet bijna 350 duizend euro vermogen is opgebouwd, maar ruim 80 duizend euro minder. Dat is te zien in onderstaande grafiek.

Nu kun je denken: een vermogen van 266 duizend euro is nog best veel geld. Maar als je dit kapitaal met een levensverwachting van ruim 20 jaar vanaf je 65e in twee decennia wil opmaken, dan is er geen sprake van een enorme vetpot.

Hier kun je berekenen wat er gebeurt als je opgebouwd vermogen aan jezelf uitkeert, uitgaande van conservatief rendement van 2 procent in de uitkeringsperiode.

Lees ook op Business Insider

Stel dat je nog 2 procent rendement per jaar boekt en dat dit na aftrek van de nieuwe belasting in box 3 nog 0,4 procent is, dan kun je met 266 duizend euro gedurende 21 jaar ongeveer 900 euro per maand uitkeren aan jezelf. Bovenop de AOW-uitkering van bijna 850 euro die je krijgt als je een partner hebt, levert dat een redelijk maar geenszins riant pensioen op.

Pensioen in box  3 of banksparen?

Het alternatief voor zelf pensioen opbouwen in box 3 is dat je kiest voor een fiscaal vriendelijke regeling zoals banksparen. Daarbij betaal je geen belasting in de opbouwfase van het vermogen. Maar daar zit wel een belangrijke voorwaarde aan.

Op het moment dat je met pensioen gaat, moet je het opgebouwde vermogen in een uitkeringsproduct stoppen bij een verzekeraar. Die garandeert dan gedurende een bepaalde periode (van bijvoorbeeld 20 jaar of voor de rest van je leven) een maandelijkse uitkering.

De hoogte van die uitkering is echter afhankelijk van het renteniveau op het moment dat je met pensioen gaat. Als de rente erg laag is, zoals nu, heb je pech en krijgt je bij eenzelfde vermogen een fors lagere uitkering.

De opzet van de regeling voor fiscaal vriendelijk beleggen als zelfstandige heeft dus ook duidelijke nadelen.

Vraag is dus hoe dat beter zou kunnen. Daarvoor is het zinnig om te kijken hoe individueel een pensioenpot opbouwen zich verhoudt tot de opbouw van pensioen bij een pensioenfonds.

Pensioenfonds versus individuele belegger

Een pensioenfonds heeft met beleggen een aantal voordelen vergeleken met een zelfstandige die zelf op de beurs geld wegzet voor z’n pensioen.

Tot een jaar of tien geleden was het zo dat pensioenfondsen een duidelijk schaalvoordeel genoten: met een miljardenvermogen is het makkelijker om geld efficiënt te beleggen tegen lage kosten. Dit schaalvoordeel is echter minder duidelijk aanwezig, sinds de opkomst van zogenoemde indexfondsen. Daarmee kun je ook als individuele belegger tegen lage vergoedingen met één aankoop een breed gespreide aandelenportefeuille opbouwen.

Wat blijft is dat een pensioenfonds in principe een oneindige beleggingshorizon heeft. Elk jaar leggen werknemers premies in en krijgen gepensioneerden uitkeringen van het fonds. Maar de beleggingsstrategie van een pensioenfonds hoeft daarbij niet drastisch te worden aangepast.

Een pensioenfonds kan er bijvoorbeeld voor kiezen om consistent 40 procent van het vermogen in aandelen te stoppen en 60 procent in obligaties. Op de korte termijn kunnen aandelen weliswaar heftiger schommelen, en loop je een groter risico risico op verliezen. Maar op de langere termijn leveren aandelen ook meer rendement op.

Een pensioenfonds dat continu een serieus deel van het vermogen in aandelen steekt, heeft op de lange termijn een enorm rendementsvoordeel.

Afbouw risicovollere beleggingen als je pensioen nadert

Voor een individuele belegger die op een specifieke pensioendatum het vermogen moet gaan inzetten om uitkeringen aan zichzelf te doen, ligt dat anders. De pensioenbelegger kan het zich niet veroorloven dat een beurscrash vlak voor de pensioendatum een flink gat slaat in het vermogen.

De zelfstandige pensioenbelegger zal in de loop van de tijd dus noodgedwongen ‘defensiever’ moeten gaan beleggen. Dat wil vaak zeggen: minder beleggen in aandelen naarmate de pensioendatum nadert, en een groter deel van het vermogen beleggen in veilige obligatieleningen, met een lagere maar meer zekere opbrengst (als de rente ten minste niet negatief is)

De keuze voor veiligheid betekent dat de zelfstandige pensioenbelegger vooral rond de uitkeringsfase een structureel nadeel heeft, vergeleken met pensioenfondsen.

Zelf pensioen opbouwen: vrije keuze over moment van uitkering

Dit alles pleit ervoor om te zoeken naar een alternatieve oplossing voor zzp’ers en werknemers die niet zijn aangesloten bij pensioenfondsen. Een oplossing die beter aansluit bij de manier waarop een pensioenfonds opereert.

Je zou dan kunnen denken aan een geblokkeerde rekening die je als zelfstandige pensioenbelegger in de opbouwfase kunt gebruiken om belastingvrij vermogen op te bouwen in box 3. Net zoals nu met regelingen voor banksparen gebeurt. Maar als je met pensioen gaat, zou je het opgebouwde vermogen naar eigen inzicht moeten kunnen uitkeren –  waarbij je dus niet per se op de AOW-datum het opgebouwde vermogen in een uitkeringsproduct bij een verzekeraar hoeft te stoppen.

Wel kun je vasthouden aan de regel dat geld dat je aan je persoonlijke pensioenpot ontrekt, wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting – net zoals dat nu gebeurt met een uitkering die via een pensioenfonds loopt.

Alleen als je controle houdt over de aanwending van je persoonlijke pensioenpot in de uitkeringsfase, kun je nog enigszins compenseren dat je geen oneindige beleggingshorizon hebt, zoals dat voor een pensioenfonds in principe wel geldt.

Het kabinet Rutte 3 zou dus nog eens goed moeten nadenken over de aangekondigde aanpassing van de fiscale heffing in box 3 voor spaargeld en beleggingen. Zeker omdat zzp’ers en anderen die aanvullend pensioen opbouwen in box 3, weinig anders kunnen dan beleggen op de beurs. Want pensioenvermogen laten groeien met sparen…dat is voorlopig een lastige zaak.

Lees meer over pensioen, sparen en beleggen: