Steeds meer werkenden zullen er de komende jaren aan moeten: zelf iets opbouwen voor je pensioen, naast de AOW-uitkering van de staat of pensioen van de werkgever. Waar moet je dan zoal op letten?

De meeste werknemers bouwen pensioen op via een fonds van de werkgever. Maar met dreigende pensioenkortingen is het steeds meer de vraag of je wel voldoende pensioen opbouwt. Wellicht is het handig zelf ook wat geld opzij te zetten voor later.

Zelf pensioen opbouwen is sowieso een must voor de 1,1 miljoen zzp’ers die Nederland rijk is. Voor de lange termijn ontkom je er dan vrijwel niet aan om een deel van je geld te beleggen.

Uiteraard bieden rendementen uit het verleden geen garantie voor de toekomst, maar het is hierbij wel goed om een aantal scenario’s te maken. Zo krijg je een indruk van wat een bepaalde jaarlijkse inleg bij een hoger of een wat lager beursrendement kan opleveren tegen de tijd dat je met pensioen gaat.

Verstandig is uiteraard om elke paar jaar te kijken of je nog ‘op koers’ ligt en scenario’s die je eerder hebt gemaakt nog realistisch zijn.

In ieder geval is het hierbij handig om de volgende drie zaken in het achterhoofd te houden.


1. Vergeet de inflatie niet

Als je nog een jaar of dertig te gaan hebt tot je pensioen, realiseer je dan eens dat de totale inflatie in Nederland tussen 1990 en 2018 maar liefst 77 procent bedraagt. In die periode zijn de consumentenprijzen dus met 77 procent gestegen. Leg dat naast jouw pensioenvermogen over dertig jaar, en je koopkracht ziet er tegen die tijd ineens heel anders uit.

Lees ook op Business Insider

Gelukkig kun je zelf het nodige doen om je pensioen in de tussentijd eigenhandig op te krikken, waarbij vooral geldt dat je nooit te vroeg kunt beginnen.

In mei rekenden we al eens voor wat je opzij moet zetten om jezelf later 1.000 euro per maand (extra) uit te kunnen keren. Schrik niet: zelfs met een jaarlijks rendement van 5 procent op het geld dat je opzij zet, gaat het om 520 euro per maand als de eindstreep nog veertig jaar weg is.

De twee redenen waarom je dan maar liefst 620.000 euro bij elkaar moet sparen en beleggen: leeftijdsverwachting en inflatie. Tegen die worden we gemiddeld 89,5 jaar oud, en die 1.000 euro moet over veertig jaar 2.208 euro zijn als je er hetzelfde mee wilt kunnen kopen als nu (uitgaande van 2 procent inflatie per jaar).


2. Begin meteen: een paar jaar uitstel kost je later veel geld

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met geld opzijzetten voor je pensioen. Hoe langer je spaart en belegt, hoe meer je later overhoudt, dat is logisch. Maar veel mensen verkijken zich toch op de gevolgen van een paar jaar uitstel.

Neem bijvoorbeeld de vuistregel van David Bach, auteur van de bestseller The Automatic Millionaire. Bach adviseert om vanaf je 20ste per decennium steeds een wat groter percentage van je inkomen opzij te zetten. Business Insider rekende al eens uit hoeveel je met een middeninkomen tot je 60ste bij elkaar kunt harken, uitgaande van een nettorendement van 4 procent per jaar.

In dit voorbeeld begin je op je 23ste met het opzijzetten van 10 procent van je middeninkomen. Verhoog je dat als dertiger naar 12,5 procent, als veertiger naar 15 procent en als vijftiger naar 20 procent, dan heb je ruim 435.000 euro op je zestigste.

Maar begin je op je 30ste, dan is dat bedrag al een kleine 80.000 euro lager. Begin je op je 40ste, dan moet je zelfs 2 ton van het totaal aftrekken. Je hebt jouw niet-gespaarde geld dan ongetwijfeld aan leuke dingen uitgegeven, maar van het appeltje voor de dorst is dan minder terechtgekomen.


3. Met een eenmalige inleg kun je een achterstand flink inlopen (als je het geld hebt)

Misschien kon het simpelweg niet uit, dat opzijzetten als twintiger en dertiger. Geef dan de moed niet op. Als je later in je carrière toch veel gaat overhouden, of bijvoorbeeld eens een flinke som erft, ontstaan er ineens weer mogelijkheden.

Een eenmalige, maar aanzienlijke inleg kan vanaf je 40ste namelijk toch nog behoorlijk renderen. Zet je op dat moment 20.000 euro opzij, en gaan we uit van hetzelfde nettorendement van 4 procent, dan heb je 43.822 euro op je 60ste. Laat je het nog tien jaar langer staan, omdat je die periode toch nog werkt, dan gaat het om 64.867 euro.

Misschien wil de Belastingdienst ook nog wel een handje helpen. Als je zogenoemde fiscale jaarruimte hebt, en dus volgens de Belastingdienst te weinig pensioen opbouwt, kun je belastingvriendelijk pensioen opbouwen met een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening.

Je betaalt dan pas na je pensionering inkomstenbelasting en vermogensbelasting. Omdat de meeste mensen na hun pensioen in een lagere belastingschijf terechtkomen, betaal je over het algemeen minder belasting over het geld dat je opzij hebt gezet. Je mag met terugwerkende kracht gebruik maken van deze regeling, door de jaarruimte van de afgelopen zeven jaren te benutten.

Zo kun je dus nooit te vroeg beginnen met sparen en beleggen voor je pensioen, maar eigenlijk ook nooit te laat.

Lees meer over sparen en beleggen voor je pensioen: