Apple is een van de bekendste en meest waardevolle bedrijven ter wereld. Elk jaar is er weer veel opwinding als Apple nieuwe producten presenteert.

Maar geen enkel techbedrijf is perfect. Er zijn altijd wel de nodige flops.

Apple is daar geen uitzondering op. Hieronder een aantal toepassingen en producten die Apple probeerde te hypen als ‘The Next Big Thing’, maar die al snel in de vergetelheid raakten.


Ping moest het nieuwe grote sociale netwerk worden, maar viel uit de toon.

Foto: Ian Waldie/Getty Images

Ping werd in 2010 geïntroduceerd en was een poging om van iTunes een sociaal netwerk te maken.

Het idee was simpel: het moest een makkelijke manier zijn om muziek te delen met vrienden en je favoriete artiesten te volgen. Het netwerk kreeg in eerste instantie positieve recensies en binnen 24 uur na de lancering hadden zich al een miljoen gebruikers ingeschreven voor de nieuwe dienst van Apple.

Ondanks die vliegende start hield Ping binnen twee jaar op te bestaan. Het concept was al vanaf het begin verwarrend. Dat toonde Steve Jobs zelf het beste aan door te zeggen dat Ping een soort “Facebook and Twitter meets iTunes” was, maar dat het “geen Facebook” was en “geen Twitter”.

Lees ook op Business Insider


3D Touch werd als revolutionair aangeprezen, maar veel mensen merkten helemaal niet dat het iets bijzonders was.

Foto: Steve Kovach/Tech Insider

“Apps en games zullen nooit meer hetzelfde zijn”, zei Apple in 2015 bij de lancering van 3D Touch. De toepassing gebruikte drukgevoelige schermtechnologie die het onderscheid tussen een simpele aanraking en steviger indrukken kon maken.

Het had een nieuwe toekomst moeten zijn voor navigeren op de iPhone. Maar op de nieuwste iPhones ontbreekt de toepassing: 3D Touch is vervangen door het minder gecompliceerde Haptic Touch, waarbij je een trilling voelt als je een knop op het scherm ingedrukt houdt.

Het grootste bewijs dat 3D Touch geen hit was? Veel mensen wisten niet eens dat het bestond en zullen de recente verandering dan ook helemaal niet hebben opgemerkt.


De draadloze oplaadmat AirPower moest de toekomst van opladen worden, maar is nooit op de markt gekomen.

Foto: Justin Sullivan/Getty Images

In 2017 kregen drie nieuwe producten veel aandacht van Apple op het jaarlijkse event van de techreus: de iPhone 8, de iPhone X en de AirPower-oplaadmat. Daarmee zou er een einde komen aan alle kabels die nodig zijn om apparaten op te laden: gewoon je telefoon en andere apparaten erop leggen en opladen maar. Het maakte zelfs niet uit waar op de mat de apparaten neergelegd zouden worden.

Het bleek te mooi om waar te zijn. Een jaar na de aankondiging van de draadloze oplaadmat ging de releasedatum zonder enig woord van Apple voorbij en nog eens zes maanden later zei Apple dat de oplaadmat niet op de markt zou komen. Het was voor het eerst dat al wel publiekelijk aangekondigde hardware van Apple nooit de klant zou bereiken.


Animoji zou het versturen van berichten totaal moeten veranderen, maar veranderde alleen maar de gezichten van gebruikers.

Foto: Justin Sullivan/Getty Images

Toen Apple de iPhone X presenteerde zat daar ook gezichtsherkenningstechnologie bij waarmee gebruikers hun telefoon konden ontgrendelen door er alleen naar te kijken.

Aan het eind van de presentatie liet marketingdirecteur Phil Schiller een andere toepassing zien: animoji, geanimeerde emoji die kunnen bewegen en praten. Ze zouden de manier waarop mensen berichten naar elkaar sturen ingrijpend moeten veranderen.

De animoji waren een leuke gimmick op de peperdure telefoon van 1159 euro, zeker toen ze een upgrade kregen naar ‘memoji’, waarmee gebruikers animaties met hun eigen gezicht konden opnemen. Maar ze namen lang niet zo’n vlucht als Apple had gehoopt.

Direct na de lancering kraakte TechCrunch de toepassing en wees op allerlei nadelen van de animoji, met als belangrijkste dat je naar berichten moest luisteren in plaats van dat je ze kon lezen. Nieuwssite Slate benadrukte de gevaren van het openbare gebruik van gezichtsherkenning.

Misschien is het meest sprekende bewijs voor het gebrek aan succes dat mensen twee jaar na de introductie nog steeds artikelen publiceren met als centrale vraag: “wat zijn animoji?


Toen iedereen een iPod had, was Apples iPod Hi-Fi speakerset veel te duur om aan te slaan.

Foto: Wikimedia Commons

Hoewel het bij Apple zelden voorkomt dat aangekondigde hardware nooit op de markt komt, kan het bedrijf de productie wel snel stoppen. In 2006 was de iPod de onbetwiste koning onder muziekspelers. Apple zag een heel ecosysteem van gerelateerde producten opduiken omdat fabrikanten probeerden mee te liften op het succes van de iPod.

In 2007 verkocht Apple zijn 100 miljoenste iPod na slechts zes jaar productie. Apple wilde natuurlijk zelf ook profiteren van de populariteit en bracht zijn eigen accessoire, de iPod Hi-Fi, uit. Dat was een speakerset die de beste geluidskwaliteit zou bieden. De iPod hoefde je alleen maar bovenop te plaatsen.

Hoe logisch en vanzelfsprekend het systeem ook was, de Hi-Fi werd een jaar na de lancering al geannuleerd. De sprekers werkten prima, maar de prijs was nogal absurd.

Met 350 dollar per set (369 euro in Nederland) waren de luidsprekers op dat moment misschien goedkoper dan andere systemen – vooral gezien het gebruiksgemak – maar dat maakte de luidsprekers duurder dan de iPod zelf, die slechts 300 dollar kostte.


Apple probeerde ook de gamemarkt te betreden met de Pippin-console, maar niemand speelde mee.

Foto: YouTube/Snazzy Labs

Een vroeg voorbeeld van innovatie en ambitie van Apple was de Pippin, een gamingplatform dat Apple halverwege de jaren negentig ontwikkelde. Het systeem zou een online speloptie krijgen en zou de eerste console worden die internet gebruikte om de spelervaring te verbeteren. Een van de meest gehypete spellen, Super Marathon, werd ontwikkeld door Bungie, de makers van Halo.

De console is in licentie gegeven aan externe ontwikkelaars, waardoor MacOS zou kunnen worden verspreid naar meer huishoudens op meer producten. Bandai was de hoofdontwikkelaar van de console.

Als een voorloper van het latere beleid van Apple kwam de Pippin de markt op ruim boven het prijsniveau dat destijds acceptabel was: 599 dollar vergeleken met 299 dollar voor de PlayStation en 199 dollar voor de Nintendo 64.

Er werden slechts 42.000 stuks van de console verkocht. De licentiebenadering paste ook niet goed bij Steve Jobs, die in 1997 terugkeerde bij Apple en het project onmiddellijk stopte om alle Mac-productie weer in eigen huis te brengen.


De Newton wilde zorgen voor een meer persoonlijke benadering van technologie, maar leed onder vertragingen en bugs.

Foto: Travis Isaacs/Flickr

Voordat iedereen smartphones bij zich had, droegen veel mensen personal digital assistants. Voor Apple-fans is het misschien niet verrassend, maar de term PDA is bij Apple ontstaan toen het in 1992 de Newton MessagePad uitbracht.

De Newton was vooruitstrevend. Naast het gebruikelijke planningsbeheer en de contactlijsten bevatte het de mogelijkheid om een ​​fax te verzenden vanaf waar je ook was. Dat was in de vroege jaren 90 een wereldschokkende mogelijkheid. Het meest onderscheidende kenmerk was de handschriftherkenning, waarmee gebruikers met een stylus op het scherm konden schrijven of tekenen.

De prijs was net zo ambitieus als het apparaat zelf: de vanafprijs voor de MessagePad was 699 dollar, wat vandaag de dag meer dan 1.200 dollar zou zijn. Mensen konden die prijs misschien nog verdragen, maar dat gold niet voor de duizenden bugs die het apparaat had – zoveel bugs dat Apple het apparaat drie keer uitstelde. Hoewel latere modellen kleine verbeteringen op deze punten lieten zien, was de Newton-lijn een van de producten die Jobs annuleerde bij zijn terugkeer naar Apple.


Ondertussen moest de Apple III zorgen voor een meer zakelijke benadering, maar kon het de concurrentie niet bijhouden.

Foto: Flickr/Mark Mathosian

Na het succes van de Apple II ging Apple de jaren 80 in met een plan om ook de dominante kracht te worden in kantoren, zoals het dat bij mensen thuis al was.

De nieuwe machine moest voldoen eisen van het bedrijfsleven. Dat betekende toetsenborden in typemachine-stijl die hoofdletters en kleine letters konden tikken. Dat was een functie die ontbrak in de oorspronkelijke productielijn van de voorganger, de Apple II. Daarnaast moest het apparaat bijvoorbeeld ook een uitgebreidere schermweergave van 80 kolommen hebben.

De III was de eerste computer die Steve Wozniak niet had ontworpen. In plaats daarvan werd de III ontworpen door een commissie die bestond uit vertegenwoordigers van de ontwikkelings- en marketingafdelingen van Apple.

Zoals bij de meeste ontwerpen van commissies is het niet verwonderlijk dat de Apple III met een aantal problemen kampte. Een stabiliteitsprobleem dwong Apple om de eerste 14.000 exemplaren terug te roepen. Een ander probleem was dat Jobs zo geïrriteerd was door het geluid dat hij weigerde ventilatoren of openingen op te nemen in het ontwerp. Daardoor zou de Apple III steeds ernstig oververhit raken. Ondanks pogingen om deze en andere problemen op te lossen, werd de productie van de Apple III in 1984 stopgezet.


De Lisa moest de revolutie op de pc-markt voor consumenten worden, maar interne onenigheid zorgde ervoor dat de Macintosh elke kans op succes wegkaapte.

Foto: Victor R. Ruiz/Flickr

De Apple III was niet de enige poging om de Apple II te vervangen. De ontwikkeling van de LISA (wat staat voor Local Integrated Software Architecture) begon eind jaren 80 en probeerde het idee van een computer een andere richting op te sturen. Het meest opvallende was dat het een grafische interface introduceerde. Dat zag Steve Jobs als de toekomst van elke computer.

De Lisa heeft in Lisa Office verschillende programma’s die tegenwoordig als standaard zouden worden beschouwd, zoals LisaWrite en LisaGraph, en programmeertools in de Lisa Workshop. Het systeem gebruikte ook een muis, dat was op dat moment zeldzaam voor computers.

Ondanks een dergelijke visie en al die innovatie leed de Lisa onder drie grote misstappen: de eerste was het prijspunt, vastgesteld op maar liefst 10.000 dollar; de tweede was de keuze om een ​​exclusief bestandssysteem te gebruiken, bekend als Twiggy, dat te inefficiënt en te groot was voor de 5,25 inch floppy’s. Ten slotte haalden ze Steve Jobs van het project toen in het eerste jaar slechts een paar duizend modellen van de computer verkocht werden.

Als Jobs het Lisa-team echter niet had verlaten, had hij misschien niet alle innovatieve ideeën overgenomen en ook op een ander apparaat gezet dat echt baanbrekend was: de Macintosh.


De Performa moest Apple tot nieuwe hoogtes brengen, maar bracht het merk op de knieën.

Foto: Remko van Dokkum/Flickr

De Performa-serie had vanaf het begin last van problemen. Apple produceerde zo’n 70 verschillende modellen van de Performa-serie, met alleen de processorsnelheden als onderscheid tussen de meeste modellen. Die verwarrende line-up wordt meestal de x200-serie genoemd.

De x200 werd verkocht met de belofte van hogere snelheden, compatibiliteit met cd-roms en de mogelijkheid om verbinding te maken met internet. De Performa kwam ook terug in klaslokalen als de toekomst van educatief computergebruik, waardoor studenten nieuwe programma’s en software konden gebruiken.

Het probleem, dat niemand aanvankelijk helemaal besefte, was dat het apparaat alleen goed werkte voor relatief kleine taken zoals tekstverwerking of het gebruik van cd-roms. Bij een poging om verbinding te maken met internet of een andere computer op het netwerk, haperde de Performa. Daarbij ontbraken steeds letters tijdens het typen van de internetadressen.

De problemen waarmee de Performa te maken kreeg, zouden het idee dat Macs niet zo stabiel of snel waren als andere pc’s verder versterken. Door die opvatting werden Macs sowieso al meer dan tien jaar geplaagd. De Performa moest op extra accessoires vertrouwen om de problemen goed te maken, waardoor het apparaat nog duurder in gebruik werd dan het al was.


Met de PowerMac G4 Cube moest de consumentenmarkt opnieuw gekraakt worden. Maar vooral de behuizing van het systeem kraakte.

Foto: Getty Images

Als we naar de G4 Cube kijken, is het makkelijk om veel van de problemen waar Apple van is beschuldigd terug te zien. Met name de nadruk op het ontwerp boven de prestaties. Het ontwerp was elegant en zijn tijd ver vooruit. De Mac Mini kan worden gezien als een spirituele opvolger – zozeer zelfs dat na de release van de Mini mensen probeerden hem op de G4 Cube te laten lijken.

De Mini had echter geen last van het soort problemen dat de Cube had, met name de vele kabels die duidelijk zichtbaar waren en daardoor de elegantie van het ontwerp verminderden. Het meest beruchte probleem van de Cube was hoe delicaat het apparaat was. De behuizing had vaak last van haarscheurtjes. Apple verklaarde dat die scheuren een bijproduct waren van het productieproces.


Apple bracht de Powerbook 5300 uit als “de betere laptop”, maar veroverde nooit de markt.

Foto: Druaga1/YouTube

De PowerBook was bedoeld als een sprong voorwaarts voor draagbare computers, laptops dus. De laptops kwamen met een voor die tijd al respectabele 8 MB RAM, maar dat was uit te breiden tot 64 MB. Dat is meer dan veel laptops vandaag de dag hebben. De Powerbook 5300 had daarnaast uitbreidingspoorten voor floppy- of zip-drives, waardoor de PowerBook een vrij veelzijdig apparaat werd.

De PowerBook had ook een van de meest indrukwekkende marketingpushes voor een laptop ooit. Het apparaat verscheen in een aantal hitfilms in de jaren 90, waaronder ‘Liar, Liar’, ‘My Best Friend’s Wedding’ en, de meest bekende, ‘Independence Day’.

Ondanks de publiciteit en de mooie hardware had de PowerBook twee belangrijke problemen. Het eerste, en nog minst belangrijke probleem, was dat het goedkoopste model – het model dat het meest aantrekkelijk is voor consumenten – niet zo snel was. Apple had extra cache voor de processor laten vallen om de prijs met 200 dollar te drukken.

Erger was dat de batterijen de gewoonte hadden om in brand te vliegen. Daardoor was Apple gedwongen een terugroepactie uit te voeren.

Lees meer over Apple: