ANALYSE – In Nederland kun je alleen levenslang met pensioen. In de meeste landen kun je ook kiezen voor een tijdelijk pensioen. Bijvoorbeeld tot je 80ste.

Nederland roemt graag het eigen pensioenstelsel. Vrijwel nergens hebben gepensioneerden zo’n hoog inkomen als hier. Maar er is een keerzijde: het stelsel van werkgeverspensioenen is erg star.

Voor de duidelijkheid: het gaat niet om de verplichte deelname die in veel bedrijfssectoren geldt. In veel rijke landen bouwt het gros van de werknemers verplicht pensioen op via de werkgever. Dit is een beproefde manier om te zorgen voor risicospreiding tussen jonge en oudere deelnemers, en gezonde en minder gezonde werknemers.

Het punt waarop Nederlandse pensioenen afwijken van de rest van de wereld, is de verplichting om pensioen levenslang te laten uitkeren in plaats van tijdelijk – bijvoorbeeld gedurende tien jaar.

Die levenslange uitkeringsplicht geldt ook als je krakkemikkig bent en een lage resterende levensverwachting hebt.

Nederlandse pensioenstelsel is star

Zoals uit onderstaande tabel blijkt, gaan de meeste landen flexibeler om met hun pensioen.

Overigens ontbreken landen als Duitsland en Frankrijk in deze tabel, omdat de financiering van pensioenen via de werkgever zeer beperkt is – het gros van de pensioenvoorziening in Duitsland en Frankrijk komt van de staat via AOW-achtige uitkeringen.

Lees ook op Business Insider

Dat mensen in Angelsaksische wereld zelden kiezen voor en levenslang pensioen, is misschien niet zo opmerkelijk. Maar ook in maatschappijen die in cultureel opzicht meer lijken op de Nederlandse, en die ook een meer vergelijkbaar pensioenstelsel hebben, zijn pensioenuitkeringen met een beperkte duur populair.

Denemarken en Zweden

In Denemarken wordt maar de helft van het pensioengeld levenslang uitgekeerd; de rest wordt of in één keer opgenomen of gedurende een vaste periode uitgekeerd.

In Zweden kun je pensioengeld niet in één keer opnemen, maar je mag wel kiezen voor een tijdelijke uitkering. De minimale uitkeringsduur is vijf jaar. In de praktijk kiezen de meeste Zweden – exacte cijfers zijn er niet – voor een uitkeringsduur van tien tot twintig jaar.

Alleen in Zwitserland is levenslange uitkering van het pensioen nog erg populair: 70 procent van het pensioengeld wordt levenslang uitgekeerd, hoewel een levenslange uitkering niet verplicht is. “Wellicht vanuit een culturele behoefte aan zekerheid”, schrijft Netspar, de pensioendenktank van de Universiteit van Tilburg in een lezenswaardig internationaal vergelijkend onderzoek tussen pensioenstelsels.

Uit dit onderzoek blijkt ook dat in sommige landen de pensioenpot nog vóór de pensioendatum mag worden opengebroken om bijvoorbeeld de hypotheek af te lossen. Dit idee werd nog in 2015 door het toenmalige kabinet Rutte II afgeschoten.

Het Nederlandse werkgeverspensioen mag dan verplicht levenslang lopen, dit geldt niet voor alle oudedagsvoorzieningen in Nederland.

Wie zelfstandig pensioen opbouwt met een lijfrente – ook wel banksparen genoemd – mag wel kiezen voor een tijdelijke uitkering. De minimale looptijd is dan vijf jaar. Alleen als de uitkering hoger wordt dan 21.312 euro (normbedrag 2017) moet worden gekozen voor een langere looptijd.

Hoewel er geen harde cijfers zijn, laten tussenpersonen weten dat de meeste rekeninghouders hun lijfrente gedurende vijf tot vijftien jaar laten uitkeren. Slechts een enkeling kiest voor een levenslange uitkering. Wie een werkgeverspensioen heeft, krijgt die keuze niet.

Paul van der Kwast is onafhankelijk financieel planner en verdient geen geld aan de verkoop van financiële producten. Voor Business Insider volgt hij de pensioenontwikkelingen op de voet.