Meer vrijheid is meestal goed, maar niet als het gaat om je pensioen. Ondernemers en werknemers zijn vaak te risicomijdend, als ze zelf beslissen hoe ze beleggen voor hun pensioen, stelt Paul van der Kwast.

Onlangs vroeg een middelgroot bedrijf of ik hun pensioenstelsel wilde doorlichten. Het was een beschikbarepremieregeling. Daarbij staat de hoogte van de jaarlijkse pensioenpremie vast, maar het pensioen zelf niet. De hoogte daarvan hangt af van het beleggingsresultaat en van de rentestand op het moment dat er, op de pensioendatum, pensioen moet worden aangekocht bij een verzekeraar.

De werknemers van dit bedrijf mochten binnen bepaalde grenzen zelf bepalen hoe hun premie werd belegd. Ze konden kiezen tussen (zeer) defensief, neutraal en offensief. Bij de meest behoudende variant wordt de inleg helemaal in obligaties en kortlopende leningen belegd, bij de meest offensieve variant wordt hooguit een kwart van de inleg in obligaties belegd en de rest in aandelen, vastgoed en andere meer riskante beleggingen.

Voor welke variant kozen de werknemers? Negen van de tien kozen voor de (zeer) defensieve variant.

Zelf keuze maken pensioen? Ondernemers en werknemers te risicomijdend

Ik moest hieraan denken toen de discussie over het loslaten van de gedwongen winkelnering van deelnemers aan pensioenregelingen de afgelopen maanden weer op gang kwam. De klacht is dat werknemers, en ook sommige ondernemers (namelijk fysiotherapeuten, apothekers en anderen die verplicht in een beroepspensioenfonds zitten), niet zelf kunnen bepalen hoe ze pensioen opbouwen.

Inderdaad hebben de meeste werkenden in Nederland geen keuze voor wat betreft hun pensioen. En dat is maar goed ook. Uit bovenstaand (n=1) voorbeeld blijkt dat mensen als het om hun pensioen gaat zeer risicomijdend zijn.

Dat blijkt ook uit onderzoek uit 2014 van het CBS. Driekwart van de Nederlanders is tegenstander van het risicovol beleggen van de pensioenpremies. En uit onderzoek van Maurice de Hond bleek enkele jaren geleden dat driekwart van de Nederlanders meer invloed wil hebben op het beleggingsbeleid van zijn pensioenfonds en dat daarbij vooral minder risico’s moeten worden genomen.

Zelfs ondernemers zijn als het om hun pensioen gaat zeer risicomijdend. Ondernemers die een fiscale oudedagsreserve opbouwen en die te zijner tijd omzetten in een bancaire lijfrente/banksparen, zetten dat geld bijna altijd op een spaarrekening. Volgens Moneywise, een vergelijkingssite voor banksparen, belegt misschien 5 procent van haar klanten voor zijn pensioen. De rest spaart tegen één of hooguit twee procent rente.

Pensioenfondsen nemen wel risico

Pensioenfondsen durven wel risico te nemen, omdat zij op (zeer) lange termijn denken. En op de lange termijn zijn aandelen en vastgoed helemaal niet zo risicovol. Bijna de helft van het vermogen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is belegd in aandelen, private equity, vastgoed en andere risicovolle categorieën. Met als gevolg een beleggingsrendement op lange termijn van zeven procent.

Ook bij andere pensioenfondsen, die vaak een vergelijkbaar rendement behalen, is gemiddeld bijna de helft van het pensioenvermogen geïnvesteerd in risicovolle beleggingen.

Ik kan mij voorstellen dat de verplichte winkelnering voor wat betreft pensioenen paternalistisch aandoet. Maar zolang de meeste Nederlanders een voorkeur hebben voor ultraveilige beleggingen, leidt meer keuzevrijheid op pensioengebied vrijwel zeker tot een karige oude dag. En dat is vast niet wat we willen.

Paul van der Kwast is financieel planner en lid van de Vereniging Onafhankelijke Financieel Planners. Voor Z24 volgt hij de fiscale ontwikkelingen op de voet. Ook schrijft hij tweewekelijks een column over personal finance.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl