De Partij voor de Dieren bestaat dit jaar 10 jaar, en staat op een voorzichtige winst in de peilingen voor de verkiezingen van maart.

De partij – de enige partij in de Kamer met een vrouwelijke lijsttrekker – heeft een behoorlijk idealistisch verkiezingsprogramma. Dat heeft de PvdD bewust niet laten doorberekenen door het Centraal Planbureau.

Lijsttrekker Marianne Thieme verwijt de ‘traditionele partijen’ beleid te voeren zonder idealen. Volgens Thieme hebben klassieke partijen zo wel macht, maar bereiken ze uiteindelijk weinig omdat ze volgens haar alle idealen overboord hebben gegooid.

Business Insider bezocht Thieme in Den Haag, om haar te vragen over de idealen in haar eigen partijprogramma, en het ontbreken van de rekensommetjes van het CPB.


U verwijt de VVD en de PvdA dat ze te weinig idealen hebben. Is het gek dat die partijen hun idealen overboord gooiden toen ze middenin de grootste crisis in decennia zaten?

“Ja, want een land verdient een partij met een duidelijke visie over waar het naartoe moet, en daar een eenduidige visie op heeft. Dat kan je met gelijkgestemde partijen doen, en die zijn er voldoende in de Tweede Kamer.”

“Maar als je elkaar eerst uitmaakt voor het rode gevaar en voor rechts rotbeleid, en dan gaat samenwerken, dan breng je de kiezer natuurlijk in verwarring. Dan blijft er niets over van visie en idealen. Zo krijg je een vierjarig beleid waar iedereen een zwevende kiezer van wordt. De partijen lijken allemaal op elkaar, ze zijn uitwisselbaar. Wat moet de stemmer dan nog? Zo gaan ze naar een populistische partij, of ze gaan niet stemmen.”

Hoe bedoelt u dat precies?

“Het zijn allemaal technocratische politici tegenwoordig. Ten eerste omdat ze het programma door het CPB laten doorrekenen, zodat ze allemaal in dezelfde mal worden gepropt. Ze moeten passen binnen de parameters van economische logica, waardoor ze allemaal op elkaar gaan lijken en ook anticiperen op hoe het CPB op hun programma’s omgaat.”

“Daarnaast zijn we als coalitieland de afgelopen tien tot vijftien jaar steeds meer vanuit een compromis de onderhandelingen ingegaan. Dus niet vanuit een standpunt, maar vooraf al voorsorterend op de onderhandelingen. Zo kalven idealen te sterk af om nog serieus genomen te worden aan de onderhandelingstafel.”

Andere partijen zullen hierop zeggen dat ze realistisch zijn, omdat ze hun standpunten toch moeten afzwakken op een bepaald moment.

“Ik denk dat idealisme het nieuwe realisme is. Als je kijkt naar wat deze technocratische manier van politiek bedrijven ons heeft opgeleverd, zie je vooral dat er een grotere kloof is tussen publiek en politiek. Zo krijgt het publiek de neiging om zich af te zetten tegen de politiek, waardoor een partij zonder enkele visie – de PVV – groot kan worden. Hetzelfde geldt voor Trump.”

Voor een hoop mensen komen de PVV en Trump juist met hele idealistische plannen.

“Dit soort partijen voelt haarfijn aan dat mensen beseffen dat economische groei niet de oplossing is van alle problemen. Als het bruto binnenlands product omhoog gaat, voelen mensen dat niet. Mensen zien alleen onthechting. Ze voelen zich onveilig, voelen zich onzeker of hun kleinkinderen het wel beter gaan krijgen. Dat gevoel kennen de populistische partijen heel goed, en zij zoeken vervolgens een zondebok.”

“Traditionele partijen, aan de andere kant, hebben het idee dat ze het de mensen nog maar een keer moeten uitleggen. Daar hebben mensen zo ontzettend tabak van gekregen. Dit zal een wake-up-call voor veel traditionele partijen zijn, wanneer ze eindelijk zien waarom zoveel mensen zich van hen afwenden.”

Waarom kan je idealisme niet laten doorrekenen door het CPB?

“Van een politieke visie laat je door een Centraal Planbureau rekensommetjes maken, om overal de prijs van te bepalen. Maar niet alles van waarde heeft een prijs. Als je alles laat doorrekenen tot drie cijfers achter de komma, maak je van politici boekhouders en bonentellers. Dat zou je niet moeten willen. Het is prima om te kijken wat iets kost, daar zijn al cijfers genoeg van. Maar een partijprogramma biedt meer dan dat.”

“Zo’n doorrekening heeft bovendien maar een beperkte waarde. Geen enkel partijprogramma wordt volledig doorgevoerd. Daarnaast heeft Coen Teulings, de oud-directeur van het CPB, gezegd de voorspellingen zoveel waard zijn als de weersverwachtingen van volgende week. Ze hebben nu een berekening voor 2060 gemaakt, hoe realistisch is dat?!”

“Ik ben het ermee eens dat de uitvoerders goed moeten realiseren wat plannen kosten. Maar politici moeten zich bezighouden met het uitzetten van de lijnen.”

Een van de hoofdstukken in jullie programma heet “Je geld of je leven”. Daar lijken jullie mee te zeggen dat we te veel werken.

“We leven nu in een economisch systeem waarbij mensen wordt wijsgemaakt dat er een crisis is ontstaan door tekorten, en dat we dus meer moeten produceren en consumeren. Daar is niets van waar. We kunnen alles produceren wat we willen, en nog meer dan we nodig hebben.”

“Om mensen aan het werk te houden wordt ons wijsgemaakt dat we nog meer moeten produceren, terwijl we steeds meer kunnen automatiseren. Het is onrealistisch om te denken dat we al die mensen aan het werk kunnen houden.”

Slecht nieuws?

“Het is juist goed nieuws. Wij leven niet om te werken, maar we werken om te leven. Als wij alles op een hele efficiënte manier kunnen organiseren en automatiseren, dan biedt dat kans om ook andere dingen te gaan doen.”

“Het is zo beperkt om alleen te denken in termen van betaalde arbeid, meer produceren en meer consumeren. Zeker als je je bedenkt dat we leven op een planeet die niet kan meegroeien met die economische groei. Onze samenleving gaat gebukt onder de economische groei, op zowel ecologisch als sociaal vlak. Het leven zou zoveel meer ontspanning kunnen bieden.”