De meest acute kwestie na het donderende ‘nee’ van het Griekse volk betreft de werking van Griekse pinautomaten. De kans is aanzienlijk dat die de komende dagen leeg raken en niet meer worden bijgevuld. Wat dan?

Op de euforie over de overwinning van het nee-kamp bij het Griekse referendum volgt de komende dagen harde ontnuchtering. Twee zaken zijn daarbij cruciaal: op het politieke vlak wil de Griekse premier Alexis Tsipras weer om de tafel met de schuldeisers. Maar vooral het Duitse vertrouwen in de betrouwbaarheid van de Syriza-regering is zo diep gezonken, dat een spoedig akkoord een wonder zou zijn.

Zie ook: Na winst ‘nee’ bij Grieks referendum: hier moet je op letten

Intussen verslechtert de situatie van Griekse banken met de dag. De kapitaalcontroles en pinlimieten die sinds een week van kracht zijn, hebben een verlammende werking op het Griekse financiële systeem. Grote vraag is wat de Europese Centrale Bank (ECB) doet met de goedkeuring van noodsteun voor Griekse banken.

Steun ECB voor Griekse banken bevroren

Onder meer persbureau Reuters meldde zondagavond dat de meest waarschijnlijk uitkomst is dat de ECB het plafond van het noodloket handhaaft op het huidige niveau van ongeveer 90 miljard euro, maar dat dit niet verder wordt verhoogd. Griekse bankiers gaven de afgelopen dagen al aan dat zonder extra noodsteun hun voorraden contant geld begin deze week op zijn, mogelijk al dinsdag.

Als de stroom euro’s uit pinautomaten deze week opdroogt, raakt het Griekse financiële systeem verder verstikt. Daarmee is nog geen sprake van een echt vertrek van Griekenland uit de eurozone, maar wel van een voorstadium. Hoofdeconoom Wilem Buiter van de bank Citigroup heeft hiervoor het begrip ‘Grimbo’  bedacht: een valutair niemandsland (een samentrekking van Griekenland en het Engelse woord limbo, oftwel het voorgeborchte van de hel).

Grimbo: voorportaal van de Grexit

In een reactie op de uitslag van het Griekse referendum stelt Buiter dat “Grimbo een bijna-zekerheid is en het risico van een Grexit is toegenomen.” Omdat Griekenland juridisch niet uit de eurozone kan worden gezet, zou een formeel vertrek uit de eurozone nog maanden op zich kunnen laten wachten.

De Grimbo-status impliceert het volgende. Griekse burgers worden vanaf deze week gedwongen om voor contante betalingen een beroep te doen op euro’s die ze onder onder het matras hebben verstopt of die op buitenlandse rekeningen staan. In het laatste geval moeten euro’s dus in het buitenland gepind worden en vervolgens ingevoerd worden, want elke euro die giraal naar een Griekse rekening wordt overgemaakt zit onherroepelijk vast bij Griekse banken.

Contante euro’s worden in deze situatie meer waard in Griekenland dan girale euro’s. Maar dat is niet het enige.

Belofte-op-toekomstige-euro of iets anders

Te verwachten valt dat het girale geldverkeer verder vastloopt. Grieken zullen bijvoorbeeld de betaling van openstaande belastingaanslagen uitstellen. Ook de overheid kan hierdoor een acuut probleem krijgen met het betalen van leveranciers.

Zolang een nieuw akkoord met de schuldeisers uitblijft, kan het noodzakelijk worden om speciale schuldpapieren uit te geven. Zakenkrant The Wall Street Journal spreekt in dit verband van het Panama-scenario.

Toen de Verenigde Staten in 1989 probeerde Panama’s toenmalige leider Manuel Noriega opzij te zetten, werd de toegang van Panama  tot de Federal Reserve Bank van New York afgesloten. Panama had zijn munt aan de dollar gekoppeld en moest tijdelijk schuldbewijzen uitgeven die gelijk stonden aan een belofte op toekomstige uitbetaling in dollars. Uiteindelijk bleef Panama een dollarland en werden deze ‘dollarbeloften’ ingewisseld voor echte dollars.

In het geval van Griekenland is een dergelijke afloop een stuk minder zeker. Om leveranciers te betalen en mogelijk ook salarissen en pensioenen, moet de Griekse overheid binnenkort ook beloften-op-euro’s uitgeven – als de geldkraan dichtgaat.

Buiter wijst erop dat de schuldbewijzen ook in de vorm van een belofte-op-iets-anders-dan-euro’s kunnen worden uitgegeven. Dat is feitelijk het begin van de Grexit.

Pseudo-drachmes

De waarde van pseudo-drachme’s zal uiteindelijk gaan afwijken van die van de euro, ook als er nog geen formele herintroductie van de drachme is. Bestaande contracten en schulden zouden nog in euro’s luiden, maar de Griekse overheid zou bij uitgifte van pseudo-drachmes ook betalingen van bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen met deze schuldbewijzen moeten accepteren.

Dit proces kan in een stroomversnelling komen vanaf 20 juli. Op die dag moet Griekenland een terugbetaling doen van ongeveer 3,5 miljard euro aan de Europese Centrale Bank.

Als de Griekse overheid wanbetaler wordt bij de ECB, kan die beslissen om Grieks staatspapier niet meer als onderpand te accepteren. Griekse banken die veel in Griekse staatsleningen hebben belegd zouden in dat geval als ‘insolvabel’ moeten worden bestempeld. De consequentie hiervan is dat het noodloket voor steun aan Griekse banken gesloten moet worden. Het introduceren van een alternatieve vorm van geld om Griekse banken te ondersteunen wordt dan onvermijdelijk.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl