ANALYSE – Een gespreide beleggingsportefeuille die bestaat uit aantrekkelijk gewaardeerde kwaliteitsbedrijven, bereikt na een daling doorgaans redelijk snel – meestal binnen een paar jaar – nieuwe records.

Maar hoe zit het dan met de AEX?

De Amsterdamse beursindex bereikte rond de eeuwwisseling een stand van iets meer dan 700 punten. In de achttien jaar daarna sloot de AEX nooit boven de 600 punten, tot afgelopen vrijdag.

Er is vrijwel geen slechtere beursindex denkbaar dan onze eigen AEX-index. Daarvoor zijn twee belangrijke redenen.

Eerste reden is dat de klassieke AEX-index, anders dan bijvoorbeeld de Duitse beursgraadmeter DAX, geen herbeleggingsindex is.

Op het moment dat een AEX-bedrijf dividend uitkeert daalt de index. Keert een bedrijf uit de DAX-index dividend uit dan heeft dat geen invloed op de stand van de DAX.

Zou het dividend ook bij de AEX meegerekend worden (zoals bij veel andere beursindices gangbaar is) dan heeft ook de AEX de recordstanden van weleer inmiddels alweer ruimschoots overtroffen. Dit gebeurt overigens wel bij een afgeleide variant van AEX, die herbelegging van dividend wel meerekent.

Samenstelling van de AEX-index

Het tweede belangrijke punt van aandacht is de wijze van samenstelling van de AEX. Dikwijls belanden juist de populairste - vaak dure - aandelen in de AEX. En die aandelen krijgen dan ook nog eens een relatief zware weging.

Voor de keuze om een bepaald aandeel in de AEX op te nemen wordt gekeken naar de handelsomzet. Dit is het aantal verhandelde aandelen van een bedrijf vermenigvuldigd met de koers. Voor de weging in de AEX wordt vervolgens vooral afgegaan op de beurswaarde (het aantal uitstaande aandelen van een bedrijf vermenigvuldigd met de koers).

Zowel de handelsomzet als de beurswaarde hangen sterk samen met de heersende collectieve emoties van beleggers: in aandelen waarover beleggers enthousiast zijn wordt veel gehandeld en dergelijke bedrijven hebben doorgaans een stevige waardering, en daarmee dus een relatief hoge beurswaarde.

Gevolg van bovenstaande is dat met name de lievelingsaandelen van het moment in de AEX-index belanden. En dan krijgen die bovendien ook nog eens een relatief zware weging.

Van vol in tech naar vol in banken

De samenstellingswijze maakt dat de AEX rond de eeuwwisseling gevuld kon zijn met een groot aantal overgewaardeerde techbedrijven: UPC, WorldOnline, KPN, KPNQwest, Versatel en Getronics. Telkens met een forse weging vanwege de op dat moment torenhoge beurswaardes.

Een aantal jaar later zijn juist banken en verzekeraars als ING, ABN AMRO, Fortis en Aegon zwaar vertegenwoordigd in de AEX. In 2007 bestond de AEX als de enige effectenbeurs ter wereld voor ongeveer de helft uit banken en verzekeraars. Juist, toen de kredietcrisis op uitbarsten stond.

Op dit moment is het niet zo dat de AEX opnieuw voor de helft uit een bepaalde sector bestaat. Maar opgemerkt is wel dat vier bedrijven – ASML, Unilever, Shell en uitgever RELX – samen goed zijn voor meer dan de helft van het gewicht van de AEX. De andere 21 bedrijven in de AEX - waaronder ING, Philips, Ahold en Heineken - zijn tezamen goed minder dan de helft van het gewicht.


 
Omdat de AEX geen herbeleggingsindex én vanwege de wijze van samenstellen zal het nog wel even duren voordat de recordstanden van weleer gepasseerd worden. Daar als belegger al te zeer op focussen is weinig zinvol. Veel beter is het om je eigen plan te trekken bij het samenstellen van een beleggingsportefeuille.

Hendrik Oude Nijhuis heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen.