De onderhandelingen tussen Griekenland en zijn internationale schuldeisers zijn omgeven met mist. Heikel punt is dat niemand precies weet wanneer het geld op is in Athene. De komende drie maanden zijn er in ieder geval 17 momenten waarop Griekenland officieel wanbetaler kan worden.

De Griekse premier Alexis Tsipras schaakt momenteel op verschillende borden: in het binnenland probeert de regering in Athene bij pensioenfondsen, sociale-zekerheidsfondsen en lokale overheden geld op te eisen om acute financieringsproblemen op te lossen. Tegelijk wil de Griekse regering in de onderhandelingen met zijn Europese schuldeisers zo veel mogelijk vasthouden aan de eigen politiek agenda: dus geen harde bezuinigingen.

Intussen tikt de tijd weg, waarbij de kans toeneemt dat Griekenland aflossingen op zijn torenhoge staatsschuld plots niet kan voldoen, omdat er geen akkoord is over de uitkering van nieuwe Europese noodleningen aan Athene.

Zo’n wanbetaling kan de opmaat zijn voor een crisis die leidt tot het vertrek van Griekenland uit de eurozone. Zie ook dit artikel van Han de Jong: wat als Griekenland toch uit de euro valt?

Schuldaflossing: de Griekse agenda

Economen van ING hebben in een rapport een inventarisatie gemaakt van de aflossingen en rentebetalingen die Griekenland de komende maanden moet doen. Daaruit blijkt dat in de periode tot en met eind juli zeventien keer een aflossing gedaan moet worden. Zie voor het overzicht de tabel hieronder.

Van belang zijn drie soorten schuldeisers: het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de andere eurolanden/Europese Centrale bank (Eurosystem) en kortlopende staatsleningen in het bezit van diverse beleggers (T-Bills).

(klik voor uitvergroting)

Lees ook op Business Insider

griekse schuldbetalingen

In mei en juni komen de grootste aflossingsbedragen voor rekening van kortlopende schulden. De kans dat Griekenland daarop in gebreke blijft achten de economen van ING relatief klein. Het gaat vaak om leningen met een looptijd van enkele maanden tot een jaar die relatief makkelijk ‘doorgerold’ kunnen worden, door nieuwe leningen af te sluiten om oude schulden mee af te betalen.

Schuld aan IMF en ECB

Verder komt Griekenland in mei en juni vooral het Internationaal Monetair Fonds tegen, bijvoorbeeld met een aflossing van 773 miljoen euro op 12 mei. Als het IMF niet op tijd wordt terugbetaald, voegt Griekenland zich bij een dubieus gezelschap van landen als Soedan, Somalië en Zimbabwe. Tegelijk is er wel enige speelruimte, omdat het IMF bij niet-tijdige betaling eerst een overgangsperiode inlast van dertig dagen, voordat sancties tegen wanbetalers in werking treden (zoals opschorting van het stemrecht van een land bij het IMF).

De ultieme test volgt volgens de economen van ING op 20 juli aanstaande, als Griekenland ongeveer 3,5 miljard euro moet terugbetalen aan de Europese Centrale Bank. Bij wanbetaling is er een grote kans dat de financiële crisis in Griekenland escaleert.

De ECB kan bij wanbetaling van de Griekse staat weinig anders doen dan zijn handen aftrekken van het Griekse bancaire systeem. Dit heeft te maken met het feit dat Griekse banken fors hebben belegd in Griekse staatsleningen.

Als de Griekse staat als wanbetaler moet worden gekwalificeerd, verdampt ook de waarde van Grieks staatspapier dat Griekse banken bezitten. Gevolg is dat er grote gaten ontstaan in de financiële buffers van Griekse banken en dat deze als  ‘invsolvabel’ worden gekwalificeerd. Op dat moment mag de ECB geen steun meer verlenen en dreigen Griekse banken om te vallen. Een vertrek uit de eurozone komt dan akelig dichtbij voor Griekenland.

Tenzij de Griekse regering en de andere eurolanden het om vijf over twaalf toch op een akkoordje gooien.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl