Britse kiezers gaan op 12 december naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. De vervroegde verkiezingen moeten een einde maken aan de jarenlange patstelling rond de Brexit.

De Britse premier Boris Johnson wil uiterlijk 31 januari 2020 uit de Europese Unie vertrekken. Als hij de verkiezingen wint, wil hij nog voor de kerst een Brexit-deal door het parlement krijgen.

Maar dan moet hij niet zoals zijn voorganger Theresa May de verkiezingen verliezen. Tegenstanders van Johnson zien kansen om de premier een nederlaag te bezorgen.

Wie zijn de hoofdrolspelers en wat zijn hun plannen voor het Verenigd Koninkrijk? Een overzicht.


Conservatieve Partij

Boris Johnson

De Conservatieven van Boris Johnson (55) hebben vol ingezet op één centrale verkiezingsbelofte: de Brexit regelen en wel zo snel mogelijk. Ze proberen kiezers die voor een vertrek uit de EU zijn weg te lokken bij de linkse aartsrivaal Labour. Die strategie lijkt succes te hebben. De partij van Johnson gaat in de peilingen ruim aan kop.

Johnson wil in januari 2020 de EU uit. Ook stelt hij kiezers 50.000 extra verpleegkundigen, 20.000 nieuwe politiemensen en hogere straffen voor criminelen in het vooruitzicht. De premier belooft verder dat de inkomstenbelasting en btw niet worden verhoogd en dat er voor migranten een puntensysteem komt dat vergelijkbaar is met het Australische model.

Lees ook op Business Insider


Labour

Jeremy Corbyn

Waar de Conservatieven zich profileren als pro-Brexit-partij, probeert Labour zowel voor- als tegenstanders van de Britse uittreding uit de EU voor zich te winnen. Partijleider Jeremy Corbyn (70) wil een nieuwe Brexitdeal sluiten met de EU en daarover een referendum uitschrijven.

Labour domineerde jarenlang de Britse politiek onder Tony Blair, die zijn partij richting het politieke midden stuurde. Onder leiding van Corbyn slaat Labour weer linksaf. Opeenvolgende Conservatieve regeringen hebben de broekriem flink aangehaald. De Labourleider belooft het roer om te gooien en weer flink te gaan investeren.

Corbyn wil de privatisering van staatsbedrijven terugdraaien en het minimumloon verhogen. Hij belooft veel geld te steken in sociale huisvesting en gezondheidszorg. Dat moet onder meer worden gefinancierd door de belastingen voor de rijken en bedrijven te verhogen.


Schotse Nationale Partij

De Schotse Nationalistische Partij wil volgend jaar nogmaals een referendum houden over de toekomst van Schotland in het Verenigd Koninkrijk.

De SNP van de Schotse premier Nicola Sturgeon (49) is uitgegroeid tot de derde partij van het land. De SNP is anti-Brexit en wil nieuwe referenda over het Britse vertrek uit de EU en de Schotse onafhankelijkheid.

De SNP zou een sleutelrol kunnen spelen als geen partij een meerderheid haalt bij de verkiezingen. Sturgeon heeft duidelijk gemaakt onder voorwaarden een Labourregering te kunnen steunen. Daar zou dan onder meer een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid tegenover moeten staan.


Brexit Party

 Nigel Farage.

De Brexit Party boekte dit jaar een monsterzege bij de Europese verkiezingen, maar staat nu grotendeels buitenspel. De pro-Brexit-partij van Nigel Farage (55) doet niet mee in de 317 van de 650 kiesdistricten die bij de vorige landelijke verkiezing in handen vielen van de Conservatieven.

Bondgenoten van Farage hebben hem onder druk gezet Johnson niet al te veel in de weg te lopen. Ze vrezen dat de Brexit in gevaar komt als de Brexit Party stemmen afsnoept van de Conservatieven. Farage zegt dat hij “het land boven de partij plaatst” door het niet op te nemen tegen de premier. Wel hoopt hij zetels in het parlement te veroveren om te zorgen dat Johnson “zijn beloftes nakomt”.


Liberaal Democraten

Jo Swinson

Op het partijprogramma van de LibDems staat met grote letters “stop Brexit”. De pro-Europese partij van Jo Swinson (39) wil het Britse vertrek uit de EU terugdraaien, bij voorkeur zonder een tweede referendum uit te schrijven. Ook heeft de partij ambitieuze klimaatplannen: in 2030 moet 80 procent van de energie in het Verenigd Koninkrijk duurzaam zijn.


Zo werkt het Britse kiesstelsel

De 46 miljoen Britse stemgerechtigden die op 12 december naar de stembus mogen, kunnen niet allemaal op dezelfde kandidaten stemmen. Ze hebben alleen de keuze uit politici die in hun kiesdistrict meedoen. Hoe werkt dat?

Het Verenigd Koninkrijk is opgedeeld in 650 kiesdistricten. Inwoners kiezen de kandidaat die hun gebied gaat vertegenwoordigen in het Lagerhuis (‘House of Commons’) van het parlement in Londen. In elk district wint de kandidaat die de meeste stemmen krijgt. Dat betekent feitelijk dat de parlementsverkiezing bestaat uit 650 miniverkiezingen op lokaal niveau. Premier Boris Johnson staat op de kieslijst in het Londense district Uxbridge and South Ruislip. Dat is de enige plek waar kiezers rechtstreeks op hem kunnen stemmen.

De meeste kiesdistricten (533) bevinden zich in Engeland, gevolgd door Schotland (59), Wales (40) en Noord-Ierland (18). Het gemiddelde aantal stemgerechtigden per district loopt uiteen. Het gaat gemiddeld om ruim 72.000 personen in Engeland, 68.000 in Noord-Ierland, 67.000 in Schotland en 56.000 in Wales. De omvang van districten varieert van ruim 7 vierkante kilometer tot 12.000 vierkante kilometer.

Omdat per district maar één kandidaat kan winnen, kunnen partijen met vergelijkbare standpunten elkaar flink voor de voeten lopen. Daarom hebben drie relatief kleine partijen die tegen de Brexit zijn de handen ineengeslagen. De Liberaal Democraten, Groenen en Plaid Cymru uit Wales maken afspraken over welke kandidaten waar meedoen.

De drie partijen werkten eerder dit jaar al samen bij een tussentijdse verkiezing in het district Brecon and Radnorshire. Plaid Cymru en de Groenen besloten daar niet mee te doen. De kandidate van de Liberaal Democraten won vervolgens van een partijgenoot van premier Johnson.

Ook voorstanders van de Brexit proberen kiezers te dwingen om strategisch te stemmen. De Brexit Party doet niet mee in 317 kiesdistricten waar de Conservatieve Partij in 2017 won. Kiezers die daar op de pro-Brexit-partij van Nigel Farage hadden willen stemmen, hebben dus pech.

Niet alle 650 parlementsleden in het Lagerhuis doen mee aan stemmingen. Zo houden de parlementsvoorzitter en zijn drie vicevoorzitters zich afzijdig. Daarnaast willen de zeven parlementariërs van het Noord-Ierse Sinn Féin niet in het Britse parlement. Dat betekent dat de afgelopen tijd 320 stemmen nodig waren om daar aan een simpele meerderheid te komen.


Lees meer: