• Vijftig alumni van de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam gaan jaarlijks twintig nieuwe startups financieel steunen.
  • Ze richten een nieuw fonds op waar 3 miljoen euro in zit.
  • In het najaar moet een groter fonds waar ook commerciële durfinvesteerders aan mee kunnen doen, de startups helpen doorgroeien.

Hoe krijgt Nederland meer Picnics, Adyen en Takeaways? Om van Nederland een Europese techhub te maken, is het cruciaal dat succesvolle ondernemers investeerder worden.

Dat stelde Erik Stam, hoogleraar Strategie, Organisatie en Ondernemerschap aan de Utrecht University School of Economics, vorig jaar in gesprek met Business Insider.

“De rol van serie-ondernemers is buitengewoon belangrijk, dat zie je bijvoorbeeld in Silicon Valley, Londen en Singapore”, aldus Stam. “Wij hikken daar tegenaan. Het vliegwiel dreigt nu te gaan draaien.”

Dat vliegwiel lijkt nu in beweging. Er zijn duidelijke signalen dat er in Nederland een ecosysteem van superondernemers is ontstaan die zich ontpoppen tot investeerder, rolmodel en mentor.

Kijk naar Jitse Groen, die actief geld steekt in snelle groeiers als Crisp en Mosa Meat. Ook bundelen steeds meer investeerders en ondernemers de krachten in collectieven als Operator Exchange en het Dutch Founders Fund.

Delftse en Rotterdamse startups gesteund

Daar komt nu een nieuw initiatief bij. Zo’n vijftig rijke oud-studenten van de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam willen nieuwe startups aan de twee universiteiten financieren, schrijft het Financieele Dagblad.

Daaronder Philips-topman Frans van Houten en Picnic-baas Michiel Muller, die beiden economie studeerden aan de Erasmus Universiteit.

Lees ook op Business Insider

De vijftig alumni lanceren een fonds van 3 miljoen euro. De bedoeling is om daarmee jaarlijks twintig startende bedrijven financieel te steunen met gemiddeld 75.000 euro. Dat moet een sterk netwerk van nieuwe techbedrijven opleveren.

“In de VS breekt ruim de helft van de startups door”, zegt Gert Jan van der Hoeven, een van de initiatiefnemers, tegen het FD. “In Nederland maar 16 procent. Dat is natuurlijk veel te laag.” Hij wijt dat aan een gebrek aan startkapitaal en onvoldoende hulp en advies.

Daar moet het initiatief van de afgestudeerden verandering in brengen. Via het Graduate Entrepreneur-programma krijgen jonge studentondernemers financiering, coaching en een twaalfweekse cursus om de fijne kneepjes van het ondernemen te leren.

Groter fonds in het najaar

In het najaar willen de initiatiefnemers een groter fonds lanceren om de startups te helpen bij het doorgroeien. Daarvoor worden ook commerciële investeerders benaderd.

Dat zogeheten seed fund heeft in eerste instantie een omvang van 10 miljoen euro en steekt maximaal 1 miljoen euro in jonge bedrijven. Op termijn kan het fonds doorgroeien naar 25 miljoen euro of meer.

En als een startup verkocht wordt? Dan lopen de vijftig alumni niet binnen. De opbrengsten gaan terug in het fonds om nieuwe starters te financieren.

Lees meer over succesvolle Nederlandse ondernemers: