“Bunqers get shit done.” Op de muren en deuren van Bunqs kantoor is het motto van de jonge internetbank voor de werknemers dagelijks te lezen. De boodschap duidelijk: alleen resultaten tellen.

Dat klinkt misschien koud en cru, maar volgens oprichter Ali Niknam (1981) is het een voorwaarde voor een gezonde werkomgeving. Eentje waarin politieke spelletjes niet bestaan en mensen uit verschillende culturen probleemloos met elkaar samenwerken.

Bunq is het derde geesteskind van Niknam die in Canada is geboren, opgroeide in Iran en de middelbare school doorliep in Gouda. Op 21-jarige leeftijd richtte hij zijn eerste techbedrijf TransIP op, vier jaar later volgde The Datacenter Group. Maar Bunq is ongetwijfeld zijn meest ambitieuze project.

De kredietcrisis, toen falende banken de wereldeconomie in een diepe recessie stortten, was voor Niknam de drijfveer om Bunq te starten. De Nederlandse bankensector kreeg er zo in 2015 voor het eerst in tien jaar een nieuwe concurrent bij. Maar een bank wil Niknam zijn idee niet noemen: Bunq is een IT-bedrijf met een bankvergunning.

Dat blijkt al uit de locatie van het kantoor: geen flitsende plek op de Amsterdamse Zuidas, maar een sober onderkomen bij station Sloterdijk. In de ontvangstruimte staan donkerrode bioscoopstoelen voor de gasten rondom een industriële tafel van metalen buizen en hout, met op de betonnen vloer een Perzisch tapijt.

Dit is de plek waar zo’n honderd werknemers elke dag sleutelen aan de app van Bunq, klanten te woord staan en deals sluiten met nieuwe partners. Voor hen ligt de lat hoog. Niknam eist veel van zijn personeel, geeft hij zelf ook toe. Hij zoekt jonge mensen die net van de universiteit komen en barsten van de ambitie. Alleen de beste van de besten komen door de strenge sollicitatieprocedure.

Lees ook op Business Insider

“Wees een maatstaf voor kwaliteit”, staat er in het handboek voor nieuwe medewerkers. “Sommige mensen zijn niet gewend aan een omgeving waar uitmuntendheid de standaard is. Wij wel.”

Journalist Siebe Huizinga schrijft in zijn boek over het ontstaan van Bunq dat er zelfs pientere koppen zijn vertrokken, omdat ze zich niet op hun plek voelden. Overal waren ze altijd de slimste, maar bij Bunq vielen ze niet op.

Eenmaal aangenomen is het presteren geblazen. “Alles bij Bunq is erop gericht om output driven te zijn”, zegt Niknam in het glazen vergaderhok naast de keuken. Maar dat heeft ook een keerzijde. Op banensite Glassdoor noemen zowel positieve als negatieve recensies de lange werkdagen en hoge verwachtingen.

Is de werkdruk bij Bunq inderdaad zo hoog?
Niknam: “Ik denk dat wat we hier een groep hebben die het lekker vindt om hard te gaan. Afhankelijk van aan welke zijde van het spectrum je zit, vind je dat heel fijn of overweldigend.”

Op die manier maak je de vijver van potentiële werknemers wel kleiner. En goede IT’ers zijn al schaars. Loop je zo geen goede kandidaten mis?
“Dat vind ik zo’n Nederlandse instelling, altijd de boel bij elkaar houden. In de VS is het echt heel anders om bij Apple te werken dan bij Microsoft. Daar is men meer gewend om te zeggen: dit is wat we zijn. Datzelfde doen wij hier. Wij durven te kiezen voor een bepaalde cultuur.”

Wat win je daarmee?
“Bunq opereert op wereldwijde schaal. Dat kan als klein bedrijf alleen als je duidelijke keuzes maakt. Wij zijn een thuis voor mensen die exceptioneel zijn. Ik ken veel goede mensen bij andere bedrijven die gek worden van hoe traag het daar gaat. Als je een goed idee hebt, moet er nog door zes lagen een handtekening worden gezet. Voor de mensen die dat gevoel hebben, is Bunq hemel op aarde.”

Hoelang blijft de gemiddelde werknemer bij Bunq?
“Die cijfers weet ik oprecht niet. Waar ik op let, is hoe vaak iemand weggaat zonder zijn opdracht te volbrengen, dus midden in een project. Ik kan me de laatste keer dat dat gebeurde niet herinneren, ziekte daargelaten.”

Is het verloop hoog?
“Als je dat afzet tegen de demografie die we hebben, jonge mensen in Amsterdam, is het verloop denk ik beneden gemiddeld. Maar doorstroming is ook onderdeel van wat we hier doen. Na twee à drie jaar merken we dat mensen ergens anders aan toe zijn. Dat is ook logisch, want je komt binnen als je ongeveer 24 bent. Dan ga je een andere levensfase in. Er is geen man overboord als je je taak hebt gedaan, het stokje overdraagt en uitkijkt naar de volgende stap in je carrière.”

Dus Bunq is een soort Ajax?
“Ja, jong Ajax. Die vergelijking kun je wel maken.”

Maar Ajax verkoopt de beste spelers en moet dan bouwen aan een nieuw elftal. Hoe houd je het kennisniveau op peil bij Bunq?
“Deels door de rituele dingen die bij de bedrijfscultuur horen. We sluiten elke vrijdag de week met elkaar af in de kantine en hebben bijvoorbeeld een handboek voor nieuwe werknemers. Maar het belangrijkste is dat we alle kennis in het product stoppen. Bij een traditioneel bedrijf schiet men vaak in paniek als er iemand weggaat, omdat er kennis verloren gaat. Hier is dat minder. Iedereen bouwt op elkaars werk voort. Daarom is een bepaalde mate van verloop ook prettig, omdat je dan steeds nieuwe inzichten krijgt.”

Worden mensen dan geen robots door zo te sturen op output?
“Nee, juist niet.”

Hoe zorg je dan dat werknemers zich gewaardeerd voelen?
“Dat wat je bijdraagt, is je vak. Er zijn nog steeds veel programmeurs die zeggen: dat knopje heb ik gebouwd. En die zijn er trots op.”

Binnenkomen bij Bunq is geen sinecure. Sollicitanten krijgen twee tests voor de kiezen. De eerste is de Myers-Briggs Type Indicator, de oudste en wereldwijd meest gebruikte persoonlijkheidstest, gebaseerd op de theorieën van psychiater Carl Jung. “Die doe ik al sinds mijn achttiende, ook bij mijn vrienden en mezelf”, zegt Niknam. De test helpt volgens hem om de samenstelling van teams meer in balans te brengen.

Daarnaast krijgen kandidaten een abstractietest voorgeschoteld. “Iets met figuurtjes en getallenreeksen”, aldus Niknam die benadrukt dat het niet om een IQ-test gaat. “Het gaat er met name om hoe abstract je kunt denken.” Blijf je foutloos, dan treed je toe tot de exclusieve 0-club van Bunqers die dat ook lukte.

Afhankelijk van de functie volgt er een thuisopdracht van ongeveer een half uur. Programmeurs schrijven een stukje code, medewerkers van de klantenservice beantwoorden een potentiële vraag van een Bunq-gebruiker.

Ali Niknam

Na die tests kom je op een eerste gesprek bij recruitment. Omdat Bunq al veel van de kandidaten weet, duurt dat slechts dertig minuten. Er wordt vooral gekeken of er een persoonlijke match is en of je ambities passen bij de functie. Het tweede gesprek is met de teamleider die kijkt of de kandidaat geschikt is voor de functie.

Zo ja, dan is een meewerkdag de volgende stap. Je krijgt een laptop, ontmoet je nieuwe collega’s en ontvangt een opdracht die dezelfde dag af moet zijn. “We merken dat mensen hier superenthousiast over zijn, want het geeft een beeld van hoe het is om hier te werken”, aldus Niknam. “En het geeft ons een beeld van hoe het is als jij er bent.”

De meewerkdag werkt zo goed dat Bunq, in tegenstelling tot veel andere bedrijven, geen proefperiode heeft. Nieuwe werknemers krijgen meteen een contract voor vier maanden. “We merkten dat we na een kwartaal vaak echt wel wisten of iemand ook kon doorgroeien”, zegt Niknam over de ietwat gekke contractduur.

Zo’n 70 procent komt die vier maanden door. Dan volgt een overeenkomst voor acht maanden, een jaarcontract en uiteindelijk een vaste aanstelling.

Jullie hebben een handboek voor nieuwe werknemers. Waarom?
“Zo gek is dat niet. Dat had ik bij TransIP al. Als je bij de HEMA gaat werken is er ook een handboek. Ik denk dat het mensen helpt om kaders te geven waar de prioriteiten liggen. Zeker ook omdat we 33 nationaliteiten op 100 werknemers hebben.”

Wat maakt de bedrijfscultuur van Bunq uniek?
“Ik denk dat onze cultuur echt apolitiek is. En daar ben ik heel trots op.”

Hoe krijg je dat voor elkaar?
“De enige manier om kantoorpolitiek te voorkomen is door duidelijk te maken dat het om de output gaat. Daarvan kan objectief vastgesteld worden of het goed is of niet. Als je daarop stuurt, krijg je een organisatie die heel plat is.”

Voelen Nederlandse werknemers zich thuis bij Bunq?
“Dat denk ik wel. We zijn natuurlijk een internationaal georiënteerd volk. Maar de Nederlandse manier van communiceren wordt in internationale context vaak gezien als onbeschoft. Dat proberen we ook duidelijk te maken als je bij ons begint. Tegen Nederlanders zeggen we: je werkt hier met andere culturen, dus let een beetje op wat je zegt. Omgekeerd zeggen we tegen een Fransman: je zit hier bij superdirecte Nederlanders. Ze willen je niet beledigen, maar dat is hoe mensen hier communiceren.”

Je bent zelf ook vrij direct.
“Ik ben heel direct.”

Botst dat dan niet soms?
“Nee, dat valt erg mee. Ik ben zelf heel internationaal. Om effectief te kunnen communiceren moet ik op een manier praten waarop jij begrijpt wat ik bedoel in plaats van dat ik dingen zeg zoals ik ze wil zeggen. Tegen een Nederlander ben ik redelijk direct, bij een Engelsman ben ik wat voorzichtiger.”

Op Glassdoor schrijft een vermoedelijk oud-werknemer dat Bunq “gerund wordt door een clown die denkt dat-ie God is”. Waarom zou iemand dat over jou zeggen?
“Ik weet het niet. Dat is precies de politiek die ik buiten de deur wil houden. Als dit echt een oud-medewerker is, want dat is bij Glassdoor nog maar de vraag, dan zou me dat teleurstellen. Het past niet in onze cultuur. Wij zijn redelijk open en transparant. Iedereen kan altijd bij mij binnenlopen. Als deze gevoelens leven, dan heb ik liever dat diegene naar mij toekomt en dat uitspreekt. Want ik ben ook niet feilloos.”

In het boek over de beginjaren van Bunq schrijft Siebe Huizinga dat je een hekel hebt aan roken, omdat je het een onzinnige besteding van tijd vindt.
“Ja, ik kan daar heel slecht tegen.”

Roken er nog veel mensen bij Bunq?
“Helaas wel. Het gaat een beetje in golven. Italianen, Grieken en Russen roken bijvoorbeeld wat meer, Zweden weer wat minder. Waar ik trots op ben, is hoeveel mensen er hier gestopt zijn met roken.”

Help je ze daar ook bij?
“Ja, gewoon net zolang aan iemands kop zeuren totdat-ie ermee stopt.”

Als werknemers een fout maken, moeten ze taart meenemen, de zogenoemde failcake. Wat is het idee daarachter?
“Het is bedoeld om fouten bespreekbaar te maken en er niet mee te blijven zitten.”

Is er iemand die dat bijhoudt?
“Nee, mensen voelen dat zelf aan. Ze weten: ik ben te laat, heb een deadline niet gehaald of ben een afspraak niet nagekomen. Hop, er is taart, vergeven, vergeten en weer door. Zo wordt het geen last op je schouders en voorkom je ook weer kantoorpolitiek. Overigens is de taart tegenwoordig in veel gevallen vervangen door koekjes.”

Neem je zelf ook iets lekkers mee als je een fout maakt?
“Zeker! Twee maanden geleden was ik zelf een keer te laat. Toen heb ik gin-tonics meegenomen voor iedereen bij de vrijdagborrel. Leuk toch?”

Lees meer: