Je hebt herinnering na herinnering verstuurd en een incassobedrijf ingehuurd, maar het heeft allemaal niet mogen baten. Onherroepelijk dient zich dan de vraag op: stap ik naar de rechter of niet?

Als je niet kiest voor een faillissementsaanvraag, of althans het dreigen daarmee (lees hier meer over hoe dat in zijn werk gaat), kun je een dagvaardingsprocedure opstarten. Maar wanneer doe je dat en hoe?

Volgens Rob de Haan van verkoopjevordering.nl moet je gewoon een businesscase maken voor de rechtszaak, waarbij twee dingen centraal staan: hoe sterk sta je juridisch en valt er nog wel iets te halen? “Maak echt een businesscase met een worst case, een most likely en een best case scenario“, zegt De Haan.

“Veel ondernemers zitten er vaak emotioneel in. Het is een principekwestie, want je voelt je bedonderd. ‘Die gozer moet bloeden’, denk je dan. Maar dat moet je nooit doen. Een rechtszaak kan heel duur worden en je kunt eraan onderdoor gaan. Als je zelf de ratio niet kan opbrengen, vraag een vriend of een collega-ondernemer om ernaar te kijken”, adviseert De Haan.

Bewijs moet op orde zijn

“Bedenk altijd: wie eist, bewijst. Dus je moet eerst heel goed kijken naar de juridische onderbouwing van je vordering. Je moet bewijsstukken hebben of anders verklaringen van getuigen, anders is de kans groot dat het oordeel van de rechter niet jouw kant op valt”, zegt De Haan.

Vervolgens is het zaak goed te onderzoeken of er nog wat te halen valt. “De verhaalsmogelijkheden checken. Zoek alle gegevens op bij de Kamer van Koophandel, het Kadaster”.

De kans dat je dankzij de procedure een deurwaarder met gerechtelijk bevel langs kunt sturen, is volgens onderzoek uit 2009 74 procent. Ben je bereid te schikken, dan loopt het succespercentage op tot 85 procent.

Komt de wederpartij niet opdagen en wordt jouw schuldenaar bij verstek veroordeelt, dan is de kans klein dat je nog wat van je geld ziet. “Na drie jaar is maar een derde van die vonnissen uitgevoerd, de rest is oud papier.”

Kosten dagvaardingsprocedure

Een rechtszaak is niet goedkoop. Zelfs zaken over vorderingen onder de 25 duizend euro, die door de kantonrechter worden afgedaan, kunnen behoorlijk in de papieren lopen.

“Als het je lukt voor 2.500 ben je spekkoper”. zegt De Haan. “En in dat geval ga je ervan uit dat de tegenpartij zich niet uitgebreid verweert of je van repliek dient. Doet hij dat wel, dan ben je zo een jaar en duizenden euro’s verder. Heel duur wordt het helemaal als die rechter dan ook nog besluit de hulp van een deskundige in te roepen.”

Wees ook bedacht op het feit dat zelfs als je wint, je lang niet alle kosten die je maakt krijgt vergoed. “De griffiekosten vaak wel, maar de advocatenkosten worden vergoed via een soort puntensysteem. De vergoedingen die daar uitrollen, zijn bijna altijd lager dan de werkelijke kosten.”