• Elke derde vrijdag van de maand is de optie-expiratie op de beurs. Er kunnen dan wat rimpelingen rond beurskoersen ontstaan.
  • Maar de beurzen reageren ook op andere gebeurtenissen, waardoor het effect lastig meetbaar is.
  • Dat lijkt ook het geval bij de laatste vijf optie-expiraties.

Elke derde vrijdag van de maand is het zover: de optie-expiratie op de beurs. Soms zie je dit voorbij komen in de beursberichten. Maar wat merk je hier als belegger nu concreet van?

Call- en putopties

Elk optiecontract heeft een uitoefenprijs en expiratiedatum. Bij een calloptie heb je het recht om bijvoorbeeld 100 aandelen binnen een vastgestelde periode te kopen voor een vooraf vastgestelde prijs. Een putoptie geeft je het recht om de stukken tegen een vooraf vastgestelde prijs te verkopen.

In het eerste geval speculeer je op een koersstijging en in het tweede geval op een koersdaling.

Op de expiratiedatum eindigt de looptijd van optiecontracten en wikkelen marktpartijen hun optieposities af.

Heb je op dat moment nog een calloptie in bezit en ligt de koers van het aandeel onder de afgesproken uitoefenprijs, dan loopt de optie waardeloos af en ben je je inleg kwijt. Je kunt het onderliggende aandeel immers goedkoper kopen dan voor de afgesproken prijs.

In the money: drie keuzes

Interessanter is wat er gebeurt met de opties die ‘in the money’ zijn, ofwel die nog een waarde hebben. Hiervoor heeft de optiebelegger drie keuzes:

  • de onderliggende aandelen kopen (dit heet ‘de optie uitoefenen’)
  • de optie met winst van de hand doen
  • de optie ‘doorrollen’ (de opties verkopen en nieuwe terugkopen)

“De meeste beleggers kiezen ervoor om de onderliggende stukken niet te kopen”, vertelt beleggingsexpert Nico Inberg van DeAandeelhouder, die acht jaar als optiehandelaar op de beurs heeft gestaan. “Stel dat je een optie hebt om het aandeel ASML voor 500 euro te kopen, dan zou je 50.000 euro op tafel moeten leggen: 100 aandelen van 500 euro per stuk. Dat is veel geld.”

De meeste particuliere beleggers kiezen volgens Inberg juist voor opties vanwege de hefboom. Zij kunnen met een kleine premie handelen in grotere aantallen aandelen en hierdoor voor een laag bedrag een hogere winst behalen (maar als het tegenzit ook een groter verlies lijden).

Deze beleggers zullen hun opties daarom willen verkopen en dat zet druk op de markt, meent Inberg. “In een goede beursmaand, waarbij alle calls in the money zijn, merk je wel een effect. De beleggers verkopen hun opties aan de optiehandelaren, die vervolgens als hedge de onderliggende aandelen verkopen. Omdat er dan veel aanbod van aandelen is, zal de beurskoers onder druk komen te staan.”

Na enkele dagen beginnen beleggers weer posities op te bouwen. “Dan komt er juist een opwaartse druk op de beurskoers, door de aankoop van callopties en omdat optiehandelaren dan weer aandelen kópen als hedge.”

Rond zo’n optie-expiratie kunnen er dus wat rimpelingen rond de beurskoersen ontstaan. Voor beleggers die kort op de bal zitten, is het interessant om de ontwikkelingen goed te volgen. Maar voor langetermijnbeleggers zijn tussentijdse koersschommelingen minder relevant.

Indexopties

Er worden op de expiratiedag ook indexopties op de AEX-index afgewikkeld. Deze worden afgerekend in cash. “Op die dag wordt tussen half vier en vier uur ’s middags elke minuut de stand van de AEX-index vastgelegd”, legt Inberg uit. “Hieruit wordt dan het gemiddelde berekend.”

Voor professionele beleggers die in de indexopties short zitten, dus hebben vérkocht, is het op die dag van belang dat de index bij expiratie op of net onder de uitoefenprijs (strike) van de optie noteert. Dan loopt de optie namelijk waardeloos af.

Als de AEX in de buurt van de uitoefenprijs schommelt (lees: in de buurt van ronde getallen, zoals 700 punten), zullen handelaren proberen om de index een paar punten hoger of lager te zetten. Dit kan immers het verschil tussen winst en verlies betekenen. In dat geval kan de invloed van de expiratie dus groter zijn dan wanneer de index ver afzit van de uitoefenprijs.

Marktmanipulatie

Vroeger probeerden optiehandelaren de markt naar hun hand te zetten, door elke minuut een grote partij te kopen of te verkopen, vertelt Inberg. “Enkele grote Nederlandse partijen maakten toen de dienst uit. Op vrijdagochtend was al bekend wie wilde kopen of verkopen. We overlegden dan met elkaar. Soms konden we gelijk oversteken, als de ene partij wilde kopen en de andere verkopen. Maar op momenten dat iedereen hetzelfde wilde, zag je de beurs vaak om half vier ’s middags omhoog of omlaag gaan.”

Maar anno 2021 zijn de beurzen volgens Inberg zo sterk met elkaar verweven, dat de AEX nauwelijks meer te manipuleren is. Bovendien vindt de optiehandel inmiddels plaats via schermen, in plaats van via schreeuwende mannen op de beursvloer. Dat maakt het voor optiehandelaren ook lastig om de positie van andere marktpartijen in te schatten.

Daar komt nog bij dat veel meer marktpartijen actief zijn, waardoor het voor individuele deelnemers lastiger is om de markt naar hun hand te zetten.

‘Impact lastig te meten

Volgens Inberg is het lastig om te meten hoe groot de impact van de optie-expiratie op de beurs in de praktijk is. “Dit hangt ook af van de handelsvolumes en andere gebeurtenissen die invloed hebben op de beurs. Bij een slechte beursdag met weinig handel kunnen de koersen een extra tik krijgen. Maar als bijvoorbeeld die dag Wall Street fors hoger opent, wordt het effect geabsorbeerd.”

Als we kijken naar het verloop van de AEX op alle expiratiedagen van dit jaar, dan valt op dat de beurs vooral heeft gereageerd op externe gebeurtenissen.

In januari werd de markt vooral gestuurd door het omvangrijke coronasteunpakket in de VS dat boven de markt hing. Een maand later trok de markt zich op aan een goed gemutst Wall Street. In maart zetten vooral de oplopende tienjaarsrentes in de VS de markt onder druk. In april was de stemming opperbest door enkele positieve macro-economische cijfers uit vooral China. En afgelopen week werd een stijging van de beurs vooral toegeschreven aan positieve inkoopdata uit Europa en de VS.

Hier valt dus geen duidelijk patroon uit te destilleren. Als belegger is het dus lastig om in te spelen op de optie-expiratie. Behalve natuurlijk als je put- of callopties hebt.

Lees meer over beleggen: