Er zijn een paar grote brouwerijen die de markt domineren met pilsen die allemaal op elkaar lijken. Maar daar komt in hoog tempo verandering in. Het Nederlandse speciaalbier bruist weer.

In een oude fabriek van Honig is sinds januari Oersoep gevestigd, een kleine brouwerij. In de grote witbetegelde ruimte in Nijmegen waar eerst ketels met bouillon stonden, staan nu de ketels van Oersoep.

Door de pallets met fusten en zakken hop ziet het eruit als een flinke onderneming, maar de flesjes vullen en etiketten plakken gebeurt nog met de hand. “Dat is nog een bottleneck,” zegt brouwer Sander Kobes. “We kunnen nu maximaal 1.750 flessen per dag etiketteren. Daar zijn wel machines voor, maar ja, dan moeten we ook meer investeren.”

Microbrouwers zoals Oersoep zijn maar heel klein vergeleken bij de grote brouwerijen met hun productie van miljoenen hectoliters. Heineken, Bavaria, Grolsch en Inbev, en daaronder een paar kleinere brouwers zoals Alfa en Gulpener, domineren de biermarkt al heel lang.

Vroeger had elk dorp zijn eigen brouwer, maar die werden allemaal opgekocht, totdat er in 1980 minder dan twintig brouwers over waren. Bier brouwen veranderde van een ambachtelijk in een industrieel proces. Het diverse aanbod verschraalde tot één industrieel product.

Explosie van brouwers

Maar dat is de laatste tijd enorm aan het veranderen. Bierwebsite Cambrinus.nl telt nu maar liefst 208 Nederlandse brouwers – veertien daarvan zijn dit jaar gestart. Hoeveel nieuwe bieren dat oplevert, merkt ondernemer Luc Vandewall. Zijn Bierapp is een gratis app die je helpt bij het ontdekken van je biersmaak. Als je een biertje met vier of vijf sterren beoordeelt, komt de app met suggesties voor bier dat je waarschijnlijk ook lekker vindt.

Vandewall: “We hebben nu bijna dertig cafés in de Bierapp staan. Zij hebben bij elkaar al 1.100 verschillende bieren in huis. De grote influx van nieuwe bieren is amper bij te houden. Behalve Oersoep zijn er alleen al in Nijmegen in drie jaar tijd drie brouwerijen bijgekomen.”

Zurig bier voor de liefhebber

Brouwerijen als Rooie Dop (sinds 2012) in Utrecht, De Molen (sinds 2004) in Bodegraven en Van Moll in Eindhoven (sinds vorig jaar) bloeien op. Zulke Nederlandse microbrouwerijen maken bier voor de liefhebber.

Sander Kobes: “We maken geen middle-of-the-road-bier. Onze bieren zijn bijvoorbeeld wat zurig. Je moet het leren drinken, net als koffie of whisky. Maar het genot is ook een stuk groter. Als je het leert waarderen, dan beleef je meer plezier aan een speciaalbier dan aan pils.”

Export is erg belangrijk voor de kleine brouwers. “Er zijn heel veel liefhebbers van speciaalbier. Helaas niet allemaal op één plekje,” zegt Kobes glimlachend. “In Amerika is 'craft beer' heel groot. Het speciaalbier neemt daar tien tot vijftien procent van de markt in; dat is hier nog niet eens één procent.”

Oersoep-bier gaat dus naar Italië, Scandinavië en de Verenigde Staten. De verhouding binnenland-buitenland is nu 60/40, wat naar verwachting zal omdraaien.

Cafébaas niet langer in wurggreep grote brouwers

Hoe komt het eigenlijk dat microbrouwerijen nu zo in opkomst zijn? Ambachtelijke, regionale producten zijn hip, en dus is er ook meer vraag naar ambachtelijk gebrouwen bier.

Wat ook helpt, is dat het de grote brouwers niet langer is toegestaan cafés strenge contracten op te leggen. Cafébazen hebben meer vrijheid zelf te bepalen wat ze op tap hebben en welke prijzen ze rekenen. De prijs van pils is dichterbij die van speciaalbier komen te liggen. Allemaal goed nieuws voor de kleine brouwer.

Dankzij crowdfunding kunnen startende brouwers gemakkelijk aan de gang. Brouwerij Oedipus in Amsterdam kon beginnen nadat ze het dubbele ophaalden van hun streefbedrag, en ook Oersoep is helemaal gefinancierd met crowdfunding. Sander Kobes en zijn compagnon Kick van Hout haalden zo twee ton aan leningen binnen.

Drie tanks bijbesteld

Oersoep is pas twee jaar bezig, maar is nu al uitgegroeid tot iets dat je bijna niet meer micro kunt noemen. Er staan vier imposante tanks voor vergisting, met elk vierduizend liter bier. Maar de handel gaat te goed, zegt Kobes. “Dus we hebben alweer drie tanks bijbesteld.” Naast de fabriekshal zit een bier-winkeltje, geopend van twee tot vijf. Deze zomer komt er een heuse brewpub, met een terras waar bezoekers kunnen genieten van bier en het uitzicht op de Waal.

De toekomst ziet er rooskleurig uit voor de microbrouwer. “In januari zijn we gestart met brouwen op deze schaal. Er zit net achtduizend liter in de tanks. Ik verwacht dat we snel winst gaan maken, dit jaar nog.”

Kobes' doel is zeker niet om uit te groeien tot een Heineken of Gulpener: “Ik wil zelf bij de ketels blijven staan, lekker experimenteren met nieuwe smaken, nieuwe bieren uitproberen. Zolang mensen een lekker biertje van ons kunnen drinken, ben ik blij.”