COLUMN – Iedere dag om 7.00 uur opstaan? Ik hoor je denken: “Lieve verwende millennial, wat is je probleem? Er zijn genoeg mensen die nog veel eerder op moeten staan en nooit klagen.”

Wacht met je mening geven. Luister eerst even naar mijn verhaal.

Ik ben een zorgvuldige slaapplanner. ‘s Avonds reken ik uit wanneer ik naar bed moet om er zeker van te zijn dat ik acht uur slaap – negen is nog beter. Ik doe vrijwel geen dutjes tussendoor en slaap in het weekend zelden uit. Ook niet als ik de avond ervoor tot in de late uurtjes door ben gegaan.

Ik ben een mens met gewoontes. Ik sta iedere dag op hetzelfde tijdstip op. Dat is om acht uur.

Als mijn wekker om 8 uur gaat, spring ik meteen uit bed. Ik snooze nooit en sta meestal binnen een half uur buiten de deur. Toen ik op mijn 23ste begon met werken, paste mijn slaapritme perfect bij mijn werkdag. Ik moest tussen 9.00 en 9.30 uur op kantoor zijn en was er altijd stipt om 9.00 uur.

Het sloot allemaal perfect op elkaar aan en ik nam dit voor lief. Ik wist niet dat ik eigenlijk in mijn handjes mocht knijpen. Na drie jaar besloot ik van baan te wisselen. Mijn nieuwe werkgever vertelde me tijdens de sollicitatieprocedure dat iedereen om 8.00 uur begon aan zijn werkdag. Ik had mijn leven ‘s morgens zo goed op de rit, dat ik dacht dat om 7.00 uur opstaan geen probleem zou zijn.

Een jaar van jetlags

Dat was het dus wel. Toen de wekker om 7.00 uur ging, voelde het alsof ik die nacht had deelgenomen aan een potje worstelen. De snoozeknop werd mijn beste vriend. Hoewel ik iedere avond mijn best deed om voor 11 uur naar bed te gaan, was ik toch iedere dag moe. In het weekend sliep ik ineens tot het middaguur om het slaaptekort van die week op te vangen.

Lees ook op Business Insider

Op sommige dagen speelde de dagelijks gang van zaken op werk voor mijn ogen af als een wazige film. Het voelde alsof ik een jetlag had. Maar ik had iedere dag dat gevoel. Ik was in een permanente jetlag verzeild geraakt.

Ik dacht dat het na een paar maanden wel beter zou worden, maar dat was niet het geval.

In maart, na minder dan drie maanden, moest ik drie ziektedagen opnemen. Ik was verkouden. Op zich niets geks, maar die drie dagen sliep ik bijna aan één stuk. In april was ik nog een week ziek, net als in mei, in juni weer en in juli en ga zo maar verder. In oktober werd het zó erg dat ik een paar dagen thuis moest blijven gedurende een aantal weken.

Ik was sinds maart continu verkouden en had telkens hoofdpijn. Ik had in een jaar tijd meer ziektedagen opgenomen dan in mijn hele carrière daarvoor.

Het kleine, subtiele verschil van een uur

Op een gegeven moment realiseerde ik me dat dit patroon niets nieuws was. Toen ik op schooldagen ook om 7.00 uur op moest staan, was dat een ramp. Mijn moeder moest me vaak drie keer wakker maken om me uit bed te halen. Als mijn ouders niet thuis waren, dan bleef ik in bed liggen.

Ik vond school leuk en was een goede leerling, maar zelfs vandaag de dag voel ik me er nog steeds slecht over.

Feit is: ik ben niet gemaakt om om 7.00 uur op te staan. Het verschil tussen 7.00 en 8.00 uur is maar een uurtje, maar voor mij betekent dat het verschil tussen welzijn en ziekte. Niemand kan zeggen dat ik het niet heb geprobeerd.

Dit werd me pas duidelijk toen ik een rol kreeg waarin ik op de meeste dagen weer om 8.00 uur kon opstaan. Het is een privilege dat ik kan kiezen, veel werknemers kunnen dat niet.

Ik ben een beer

Onderzoek toont aan dat mensen verschillende biologische klokken hebben. Eén onderzoek maakt onderscheid tussen leeuweriken (vroege vogels) en nachtuilen. En psycholoog Michael Breus heeft het over vier zogenaamde chronotypes: leeuwen (die vroeg opstaan), beren (klassiek dag- en nachtritme met ongeveer acht uur slaap – ik waarschijnlijk), dolfijnen (lichte slapers) en wolven (uitslapers).

De Duitse onderzoeker Till Roennberger, die onderzoek doet naar chronobiologie in München, gelooft dat mensen hun dagelijkse routine beter kunnen afstellen op hun interne klok. “Als de door de samenleving opgelegde schema’s niet overeenkomen met individuele slaapvoorkeuren, kan dit leiden tot ‘sociale jetlag'”, zegt Roennberger.

Wanneer je wekker gaat, komt nog steeds het slaaphormoon melatonine vrij in je lichaam. Dit kan in de loop van de tijd verstrekkende gevolgen hebben. Volgens een studie uit 2012, gepubliceerd in Current Biology (waar Roennberger ook aan werkte), heeft meer dan twee derde van de westerse populatie in meer of mindere mate last van ‘social jetlag’.

Een recent onderzoek van de Universiteit van Arizona stelt dat social jetlag de kans op hartkwalen aanzienlijk verhoogt.

Moeten we echt om 8.00 uur op kantoor zijn?

De oplossing voor dit probleem is redelijk simpel in sommige bedrijfstakken: verander de starttijd. Voor andere sectoren ligt dat wat ingewikkelder. Een arts moet beschikbaar zijn als er een gewond iemand binnen wordt gebracht, ook al is het 7.00 uur.

In veel kantoren is er eigenlijk geen reden waarom iedereen om 8.00 uur present moet zijn.

In 2015 zorgde een speech van Oxford-onderzoeker Paul Kelley voor nogal wat ophef, omdat hij voorstelde om tieners om 10.00 of 11.00 uur te laten starten. Hierdoor zouden veel tieners minder last hebben van vermoeidheid, angsten en gewichtstoename.

“We kunnen het leven van een hele generatie verbeteren”, zei Kelley. Helaas is het nog niet duidelijk hoe je een verandering als deze zou kunnen doorvoeren. Veel werkgevers houden vast aan het 9-tot-5-model. Ouders moeten hun kind dus om 8.30 uur op school af kunnen zetten om op tijd op kantoor te zijn.

Je kunt de sociale jetlag niet verslaan

Heb je het gevoel dat je in een positie werkt die niet bij je interne klok past? Dat je er ziek door wordt? Denk dan eens na over dingen die je zelf kunt doen om de zaken te veranderen. Of dit nu een gesprek met je werkgever is, van baan veranderen of misschien zelfs van sector.

De Amerikaanse onderzoeker Kenneth P. Wright kwam er dankzij zijn onderzoek achter dat sociale jetlag gerepareerd kan worden. Wright liet deelnemers een heel weekend in de natuur slapen, zonder wekker. De deelnemers voelden zich niet alleen beter, maar het lichaam maakte ook eerder op de avond en in de ochtend meer melatonine aan. Hierdoor vielen ze eerder in slaap en voelden ze zich energieker.

Ik kan niet wetenschappelijk bewijzen dat het beter met me gaat nu ik niet om 8.00 uur op hoef te staan, maar de cijfers spreken voor zich.

Het afgelopen jaar nam ik slechts één ziektedag op.

De oorspronkelijke versie van dit artikel kun je lezen op Business Insider Deutschland.

LEES OOK: Ga lekker zélf in je kracht staan: Waarom het barst van de kantoorclichés om je heen