• Mini-LED is een nieuwe ontwikkeling op het gebied van LED-schermen die beter presteert en tegelijk de kosten beperkt houdt.
  • De technologie werkt met tienduizenden kleine LED’s die in groepen aangestuurd worden.
  • De prestaties van een mini-LED-scherm zijn in sommige gevallen beter dan die van een OLED-scherm.

Mini-LED is het nieuwste speeltje van tech- en tv-fabrikanten. De relatief nieuwe beeldtechnologie is niet helemaal nieuw, maar eerder een doorontwikkeling van de bekende LED-technologie. Het is dan ook niet zo goed als OLED-schermen, maar daar tegenover staat wel een lager kostenplaatje. Kortom, een verbetering, maar niet het beste. Waarom dan toch al die heisa?

Die heisa komt vooral omdat Apple op de mini-LED-wagen springt. De nieuwe iPad Pro heeft een mini-LED-scherm. En zoals dat wel vaker gebeurt als Apple iets oppakt, doet het het beter dan de rest. Maar voordat we daar verder op ingaan, leggen we eerst uit wat mini-LED precies is en waarom het een goede ontwikkeling is.

Mini-LED is simpel gezegd een verbetering van gewone LED-schermen. Deze maken gebruik van één groot LED-paneel om de kleuren die het bovenliggende LCD-paneel projecteert, op beeld te krijgen. In het geval van edge-LED, wordt het LCD-paneel niet van achter, maar vanaf de zijkant verlicht. Die verlichting staat eigenlijk altijd aan en wordt selectief tegengehouden door het LCD-paneel, die daar helaas niet heel goed in is.

In de loop der jaren is deze techniek verbeterd met de komst van zogenoemde dimming zones. Hiermee werd het grote LED-paneel onderverdeeld in kleinere zones die apart van elkaar aangestuurd konden worden. Dat zorgde ervoor dat bepaalde delen van het scherm minder oplichten dan andere, en het LCD-paneel dus minder hard hoefde te werken om licht te blokkeren. Hierdoor kwamen zwarttinten en kleuren beter tot hun recht. Het aantal dimming zones liep in de tientallen per scherm.

Mini-LED borduurt verder op dit idee door het LED-paneel op te bouwen uit tienduizenden mini-LEDjes. Meer kleine lichtbronnen betekent niet alleen dat de dimming zones kleiner kunnen worden, maar ook dat er veel meer van op het paneel passen. In plaats van tientallen zones, heeft een mini-LED-scherm er tot wel duizenden.

Neem de iPad Pro 12.9″ als voorbeeld. Apple claimt dat dit kleine scherm van 12,9 inch meer dan 10.000 LED’jes en 2.500 van die zones heeft. Op een 74-inch televisie kan dat dus nog verder oplopen. Maar het kan ook de andere kant op gaan: er zijn grote mini-LED-tv’s die het doen met ongeveer 800 dimming zones. Dat is ook direct de manier waarop Apple laat zien dat het de technologie beter onder de knie heeft dan de concurrentie.

Mini-LED. Afbeelding: Samsung
Mini-LED. Afbeelding: Samsung

Maar merk ik van het verschil tussen Mini-LED en gewone LED-verlichting?

Het grootste verschil kan je zien in de diepe(re) zwarttinten en de accuraatheid in kleuropbrengst. Dit komt voornamelijk omdat de lokale dimming zones perfect synchroniseren met wat er gebeurt op het bovenliggende LCD-paneel. Als een dimming zone bijna helemaal uitstaat, dan zie je diepe zwarttinten, iets wat niet mogelijk is bij een conventioneel LED-scherm, omdat dan het hele scherm mee zou moeten dimmen.

Ook lijkt het alsof kleuren meer van het scherm spatten. Dit komt doordat elke kleur een eigen lichtsterkte nodig heeft om optimaal op het scherm te verschijnen. Dat is veel beter te controleren met kleinere dimming zones. 

Daarnaast heeft een mini-LED-scherm ook minder last van ‘bloeding’ in de donkere tinten. Bloeding is het overvloeien van licht van bepaalde pixels naar omliggende pixels die niet verlicht hoeven te worden. Voorbeeld hiervan is de aftiteling bij films. Op een LED-TV zie je om de letters vaak een witte gloed verschijnen.

Bloeding komt voornamelijk door technische beperkingen van het LCD-paneel, maar kan voor een groot gedeelte opgelost worden door de kleinere dimming zones van een mini-LED-paneel. Simpel gezegd kan het licht gerichter gestuurd worden naar de plaatsen waar het gewenst is, waardoor het dus niet overvloeit naar plekken waar het niet nodig is.

Bij dit verhaal moet nog wel een kanttekening gezet worden. De optimale werking van mini-LED is enorm afhankelijk van de software die het aanstuurt en de synchronisatie tussen de verlichting en het LCD-paneel. Als deze twee niet perfect met elkaar werken, dan zit je nog steeds met grijze zwarttinten en een fletse kleurweergave.

Maar OLED is toch beter dan mini-LED?

Dat is een goede vraag die we niet heel makkelijk kunnen beantwoorden. Beide schermtypes zijn aan elkaar gewaagd. Simpel gezegd is een OLED-scherm accurater, maar levert mini-LED is sommige gevallen een betere kijkervaring.

Dit komt doordat we hier te maken hebben met twee compleet verschillende technologieën. OLED maakt namelijk geen gebruik van een LCD-scherm om kleuren op het beeld te toveren, het doet dit zelf met gekleurde LED’s. Hierdoor kan het tot op de pixel nauwkeurig kleur (of zwart) projecteren. Met andere woorden: een OLED-scherm heeft miljoenen lokale dimming zones, waar mini-LED er ‘maar’ honderden of duizenden heeft. 

Om het nog specifieker te maken: Op een OLED-scherm kan je één losse pixel verlichten zonder dat deze bloedt naar omliggende pixels. Dat is fysiek onmogelijk op een mini-LED-scherm.

De precisie van een OLED-scherm is iets wat een mini-LED-scherm dus nooit kan evenaren. Daarmee is ook de contrastratio ver buiten bereik. Maar OLED heeft ook een nadeel: het is namelijk gevoelig voor inbranden. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld het RTL4-logo in de hoek voor altijd zichtbaar blijft als er lang genoeg naar RTL4 gekeken is. Dit omdat het logo urenlang niet van locatie of kleur verandert. De OLED’s branden in en houden die kleuren vast. Een m ini-LED heeft daar geen last van.

Een ander voordeel van mini-LED is dat deze technologie een hogere lichtopbrengst heeft. Dat is vooral handig in goed verlichte omgevingen en zorgt ervoor dat kleuren voller lijken.

The Wall. Afbeelding: Samsung
The Wall. Afbeelding: Samsung

Maar wat is MicroLED dan?

MicroLED is niet te vergelijken met mini-LED. Het is een compleet andere technologie die nog niet klaar is voor schermen die we in de huiskamer of in een iPad terugvinden. Samsung werkt er nog hard aan en gebruikt het nu eigenlijk alleen in ‘The Wall’, een tv van enkele meters breed die het merk inzet om te laten zien hoe geweldig MicroLED is. 

Er zijn vooralsnog een paar problemen waar Samsung tegenaan loopt. Zo hebben de Zuid-Koreanen niet alleen moeite om MicroLED te schalen naar een formaat van een reguliere tv, ook is de prijs van de technologie ietwat aan de hoge kant. Op dit moment is er één MicroLED-televisie beschikbaar voor consumenten. Deze meet 110 inches en kost net geen 130.000 euro. Een echt consumentenproduct is het eigenlijk niet te noemen.

Meer tech? Lees ook deze stukken eens: