Afgelopen najaar  was er veel te doen over het salaris van leraren op de basisschool. Zij vinden dat zij in vergelijking met hun collega’s in het voortgezet onderwijs te weinig verdienen, terwijl zij hun werk net zo belangrijk vinden.

Coalitiepartijen D66 en CDA willen proberen om extra geld uit te trekken voor een salarisverhoging van leraren in het basisonderwijs. Maar dat komt op z’n vroegst in 2020 beschikbaar.

Interessant in dit verband is ook om te kijken naar het salaris van leraren in verhouding tot de beloning van docenten in omringende landen.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van 36 overwegend ontwikkelde landen, houdt per lidstaat allerlei sociaal-economische statistieken bij. Ook statistieken over het inkomen van leerkrachten.

In de figuur hieronder vergelijken we het start- en maximumsalaris van basisschoolleerkrachten in Nederland met 11 vergelijkbare landen in Europa. De cijfers zijn uit 2017, dus van voor de salarisverhoging die de leerkrachten in 2018 kregen. De oorspronkelijke bedragen in dollars hebben we omgerekend naar euro’s.

Nederland is in vergelijking met de landen om ons heen een middenmoter. Het startsalaris in Nederland van rond de 34 duizend euro is vergelijkbaar met landen als Zweden, Oostenrijk, Noorwegen en Spanje.

Maar in Duitsland, Zwitserland en Luxemburg ligt het aanvangssalaris beduidend hoger: tussen de 50 duizend en 60 duizend euro.

Lees ook op Business Insider

In Finland, een land dat bekend staat om zijn uitstekende onderwijs, ligt het startsalaris van rond de 30 duizend euro duidelijk lager dan in Nederland. Dit geldt ook voor Italië en Frankrijk.

Het maximumsalaris van leerkrachten is in Nederland in internationaal perspectief best hoog. Weliswaar niet zo hoog als de eerder genoemde drie en Oostenrijk, maar een leerkracht met ruime ervaring verdient beduidend meer dan zijn collega’s in de Scandinavische landen.

Salaris van leraren toont forse verschillen

De grieven van de basisschoolleerkrachten richten zich niet op een salarisvergelijking met het buitenland, maar op de vergelijking met het salaris van leerkrachten in het voortgezet onderwijs. Daarom hebben we ook dit verschil in internationaal perspectief geplaatst.

De figuur hieronder toont het verschil tussen start- en maximumsalarissen in het basisonderwijs en de eerste jaren van het voortgezet onderwijs.

In de meeste landen verdienen leerkrachten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs meer dan hun collega’s in het basisonderwijs. Alleen in Noorwegen verdienen leerkrachten in de brugklas niet meer. Ook in Denemarken en Oostenrijk is het aanvangssalaris vergelijkbaar.

Maar voor ervaren leerkrachten loopt het verschil in alle landen (uitgezonderd Noorwegen) steeds verder op.

Nederland spant hier de kroon. Het verschil in ons land bij het aanvangssalarissen is nog enigszins vergelijkbaar met andere landen (leraren in de onderbouw van de middelbare school verdienen per jaar zo’n 2.000 euro bruto meer dan juffen en meesters op de basisschool) Maar het verschil tussen ervaren leerkrachten in het primair en secundair onderwijs loopt met de jaren steeds verder op, tot wel 20.000 euro per jaar. Dit verschil is het grootst van alle landen die we hier bekijken.

Na de protesten van afgelopen zomer verhoogde Minister Arie Slob van Onderwijs de salarissen van leraren in het primair onderwijs met 5 tot 10 procent per 1 september 2018. Ook kregen de leerkrachten eenmalig een bruto bedrag uitgekeerd van tussen de 1.750 euro en 2.750 euro.

Het startsalaris voor leerkrachten in het basisonderwijs is na deze aanpassing bijna gelijk aan het modale inkomen, ofwel een bruto beloning van 3.125 euro per maand. Dat loopt op bijna anderhalf keer modaal in de loop der jaren.

Overigens is er in Nederland niet alleen discussie over de hoogte van het salaris. Ook de werkdruk is een groot punt van zorg. Dat geldt zowel voor het basisonderwijs als de middelbare school. “Wij staan meer uren voor de klas dan in landen die beter presteren in de ranglijsten. En die klassen zitten steeds voller. Meer dan 30 leerlingen in een klas is geen uitzondering”, aldus docent Frans Kim van Strien afgelopen maand tegen RTLZ.

LEES OOK: Slimme aftrekposten voor je belastingaangifte 2018: welke studiekosten mag ik aftrekken en hoe zit het met studieschulden?