Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
4:2
  • De werkloosheid is in juni voor de tweede maand op rij licht toegenomen en kwam uit op 3,4 procent.
  • Ondanks de lichte stijging van de werkloosheid, is er nog altijd sprake van een zeer lage werkloosheid met een krappe arbeidsmarkt.
  • De situatie op de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat werknemers meer kansen hebben om te wisselen van baan.
  • Lees ook: Hoge werkdruk en stress op de werkvloer bij krapte op de arbeidsmarkt

De werkloosheid in Nederland is voor de tweede maand op rij licht toegenomen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook met deze toename blijft de werkloosheid nog altijd op een uitermate laag niveau. Daarmee weerspiegelen de cijfers nog altijd de krapte op de arbeidsmarkt en die krapte zorgt ook voor meer bewegingen op de arbeidsmarkt.

Nu meer werkgevers hard op zoek zijn naar personeel is er ook meer gelegenheid om over te stappen naar een nieuwe baan. In het eerste kwartaal telde het CBS zo 1,9 miljoen werkenden die nog geen twaalf maanden met hun huidige baan bezig waren. Dat waren er 400.000 meer dan een jaar eerder.

Volgens de CBS-cijfers stond in juni stond 3,4 procent van de beroepsbevolking aan de kant. Een maand eerder ging het om 3,3 procent, terwijl in april nog sprake van het laagste percentage sinds het begin van de maandelijkse metingen in 2003. Het werkloosheidspercentage bereikte toen een dieptepunt van 3,2 procent.

Ondanks de lichte stijging van de werkloosheid in de afgelopen drie maanden waren er in juni van dit jaar bijna 300.000 meer mensen aan het werk dan in juni 2021. Er zijn daarmee ook meer nieuwkomers op de werkvloer. Ten opzichte van andere EU-landen was het aantal starters in Nederland volgens het CBS relatief hoog.

In juni hadden 3,7 miljoen mensen van 15 tot 75 jaar geen betaald werk. Naast werklozen ging het om 3,3 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct beschikbaar zijn voor werk. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend.

Het gaat voornamelijk om mensen die met pensioen zijn, of niet kunnen werken vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid. In de laatste drie maanden is deze niet-beroepsbevolking met gemiddeld 7.000 per maand afgenomen naar het laagste aantal sinds juni 2009.

Seizoenswerk zorgt voor verdere afname WW-uitkeringen

De werkloosheid onder jongeren is toegenomen. In april bedroeg de werkloosheid onder jongeren nog 6,9 procent, in juni steeg dat naar 7,5 procent. Onder 25- tot 45-jarigen steeg de werkloosheid van 2,5 naar 2,8 procent. Bij 45- tot 75-jarigen nam de werkloosheid naar verhouding het minst toe, van 2,3 naar 2,4 procent.

Het aantal WW-uitkeringen daalde in juni met 4000 tot 160.700 ten opzichte van mei. Dat betekende een afname met 2,5 procent. In vergelijking met een jaar geleden is het aantal WW-uitkeringen met bijna 33 procent gedaald. Het aantal WW-uitkeringen nam het sterkst af in de horeca, bouw, landbouw en cultuursector. Daarbij speelde het seizoen een belangrijke rol.

Jongeren profiteren van krappe arbeidsmarkt

Het CBS meldde eerder dit jaar al dat het voor werkgevers moeilijker dan ooit is om nieuw personeel te vinden. Vooral jongeren profiteerden van de grote vraag naar arbeidskrachten door van job te wisselen of te beginnen met betaald werk. In totaal waren 792.000 werkenden onder de 25 jaar nog geen jaar aan de slag bij hun werk- op opdrachtgever. Bij meer dan de helft lijkt dit om een bijbaan te gaan van minder dan 20 uur per week.

In het eerste kwartaal van 2022 waren er juist minder mensen die tussen de één en twee jaar hun huidige werk doen dan een jaar eerder. Mogelijk maakte de coronacrisis het onaantrekkelijk of onmogelijk om in die tijd aan een nieuwe baan te beginnen. Het aantal werkenden dat al langer dan twee jaar op dezelfde plek zit, bleef min of meer gelijk.

Ook in andere landen van de Europese Unie steeg het aantal 'nieuwkomers' op de werkvloer. Van alle lidstaten was hun aandeel op de totale werkzame beroepsbevolking alleen in Finland groter dan in Nederland. Bij de Europese vergelijking, opgesteld door het Europese statistiekbureau Eurostat, ging het om mensen die korter dan drie maanden hun huidige baan hebben.

LEES OOK: Bijna een derde meer ziekteverzuim dan voor corona – personeelstekorten leggen extra druk op personeel