• De inflatie is in Nederland op het hoogste niveau in bijna 20 jaar beland.
  • De sterke stijging van de prijzen van goederen en diensten is slecht nieuws voor de koopkracht van spaargeld, aangezien de spaarrentes rond 0 procent blijven schommelen.
  • Business Insider laat zien hoe snel de reële waarde van €50.000 en €100.000 op een spaarrekening daalt, als het gat tussen de inflatie en spaarrentes niet kleiner wordt.
  • LEES OOK: Bom onder spaartaks in box 3

Het gaat hard met stijging van prijzen van goederen en diensten. In Nederland kwam de inflatie, zoals gemeten door een mandje van goederen diensten dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) volgt, in oktober uit op 3,4 procent vergeleken met een jaar eerder. Dit is het snelste tempo van prijsstijgingen in bijna 20 jaar tijd.

Centrale banken houden vooralsnog vol dat de hoge inflatie een tijdelijk fenomeen is. Zo neemt de Europese Centrale bank voorlopig geen extra stappen om de snelle prijstijging van goederen en dienste af te remmen. President Christine Lagarde van de ECB verwacht dat de inflatie in de loop van 2022 afvlakt.

Of de hoge inflatie inderdaad ‘tijdelijk’ is, moet nog blijken. Het schrikbeeld vormen wat dit betreft de jaren ’70 van de vorige eeuw, toen hoge inflatie gedurende langere tijd optrad.

Kloof tussen inflatie en spaarrente is al lang niet zo groot geweest

Problematisch voor spaarders is vooral dat het gat tussen de inflatie en spaarrente levensgroot is. Dit betekent dat de koopkracht van spaargeld hard afneemt. De grafiek hieronder laat zien hoe ver de Nederlandse inflatie en de hoogste variabele spaarrente uit elkaar liggen:

Als dit de komende jaren zo blijft, kan het hard gaan met de geldontwaarding en worden spaarders slapend armer.

Om een indruk te geven over het tempo waarin je spaargeld op de bank zijn reële waarde verliest, werken we twee voorbeelden uit.

Het huidige verschil tussen inflatie en de hoogste variabele spaarrente is 3,25 procentpunt. Wij nemen aan dat dit de komende tijd iets verbetert, maar toch hoog blijft met een verschil van 2,5 procentpunt.

Vervolgens nemen we twee spaarders die respectievelijk 50.000 euro en 100.000 euro op op de bank hebben staan. We bekijken hieronder hoe de reële waarde van het spaargeld verandert in vijf jaar tijd, waarbij we corrigeren voor het verschil tussen inflatie en spaarrente.

In eerste instantie kijken we alleen naar het effect van de inflatie op de koopkracht van spaargeld en daarna voegen we de invloed van de vermogensbelasting in box 3 toe.

Lees ook: Dit betaal je in 2022 in box 3 aan belasting als je €50.000 hebt, of meer dan een €1 miljoen aan vermogen

Dit kan inflatie doen met de waarde van €50.000 euro en €100.000 spaargeld

De eerste 50.000 euro aan spaargeld wordt momenteel uitgezonderd van de vermogensbelasting in box 3, dus onze eerste spaarder heeft alleen te maken met inflatie die voor geldontwaarding zorgt.

Als onze spaarder zijn geld vijf jaar lang onaangeroerd op de bankrekening laat staan en het koopkrachtverlies jaarlijks 2,5 procent bedraagt (verschil tussen de inflatie en de variabele spaarrente), dan is de zogenoemde ‘reële waarde’ van de spaarpot over vijf jaar 44.192 euro. Anders gezegd: je kunt door de gestegen prijzen met 50.000 euro over vijf jaar voor bijna 6.000 euro minder aan spullen kopen in dit scenario.

Nu kijken we naar onze tweede spaarder, die dubbel zo veel geld op de spaarrekening heeft staan: 100.000 euro. Een belangrijk verschil tussen onze twee voorbeelden is dat deze spaarder ook nog een vermogensbelasting moet afdragen, waardoor het spaargeld sneller aan koopkracht inboet.

Als je 100.000 euro aan spaargeld hebt, is daarvan 50.000 euro vrijgesteld van belasting. De overige 50.000 euro valt in de laagste schijf van box 3. Hierbij rekent de fiscus in 2021 met een fictief rendement van gemiddeld 1,89 procent, waarover 31 procent belasting moet worden betaald. In het eerste jaar moet er dus 294 euro afgedragen worden aan de fiscus.

Als de vermogensbelasting ook in de komende jaren een vergelijkbare hap uit het vermogen neemt en we de fiscale kosten bij het negatieve effect van inflatie voegen, kom je over vijf jaar uit op een reële waarde van het spaargeld van 86.915 euro. Anders gezegd: met een ton spaargeld kun je dan over vijf jaar voor ruim 13.000 euro minder aan spullen kopen.

De bovenstaande voorbeelden laten zien dat een blijvend hoge inflatie op sluipende wijze veel schade kan aanrichten.

Hiermee is meteen ook duidelijk wat het probleem is voor de Europese Centrale Bank: als die niet ingrijpt door rentes te laten stijgen, op het moment dat de inflatie voor langere tijd hoog blijft, komt de geloofwaardigheid van de centrale bank als hoeder van waardevaste euro’s in het geding.

Lees meer over inflatie: