Lage spaarrente en hoge inflatie. Die combinatie doet spaarders al sinds eind 2016 pijn. En dat wordt in 2019 nog een graadje erger.

De gemiddelde prijsstijging van een mandje van consumentenproducten dat het Centraal Bureau voor de Statistiek bijhoudt, lag op 2 procent in december. Voor heel 2018 is de inflatie uitgekomen op 1,7 procent.

Het CBS merkt overigens op dat andere prijsindicatoren, zoals bijvoorbeeld huurprijzen, prijzen van koopwoningen en aandelenprijzen hierin niet zijn meegenomen.

Het jaarcijfer voor de inflatie wordt vooral sterk beïnvloed door hogere prijzen voor energie: prijzen voor stroom en gas zijn in 2018 met respectievelijk 15,7 procent en 7 procent gestegen.

Spaarrente helpt niet mee

Terwijl de inflatie al maanden rond de 2 procent schommelt, zien spaarders rentes niet meebewegen. De hoogste variabele spaarrente is al jaren gestaag aan het dalen en bleef december steken op 0,35 procent, volgens gegevens van de site Spaarinformatie.nl.

Veel spaarrentes liggen nog een stuk lager. Voor basisrekeningen op internet zitten grootbanken ING, ABN Amro en Rabobank bijvoorbeeld allemaal op een variabele spaarrente van 0,03 procent. Triodos biedt zelfs helemaal geen rente op de internetspaarrekening van de bank.

Onderstaande grafiek laat zien dat de kloof tussen de inflatie en de hoogste variabele spaarrente fors is toegenomen in 2018.

Lees ook op Business Insider

Spaargeld dat op vrij opneembare spaarrekeningen staat, wordt door de inflatie minder waard, omdat de zogenoemde reële rente (de spaarrente minus de inflatie) negatief is.

De situatie voor spaarders is behoorlijk dramatisch, omdat ook de spaarrentes voor deposito’s waarbij het spaargeld langer vaststaat, laag zijn.

Als je spaargeld minimaal 20 jaar vastzet, krijg je maximaal 1,9 procent per jaar. Ook dat is niet genoeg om de gemiddelde prijsstijging van inmiddels zo’n 2 procent te compenseren.

De kloof tussen de gemiddelde prijsstijging en de spaarrente wordt bij de start van dit jaar waarschijnlijk nog een stukje groter. Sinds in januari 2019 is het lage btw-tarief immers met 3 procentpunt verhoogd naar 9 procent.

Dit zal z’n doorwerking hebben in het inflatiecijfer: het Centraal Planbureau verwacht dat de inflatie in 2019 bijna een procentpunt hoger zal liggen vergeleken met 2018, mede door de verhoging van het btw-tarief.

Belasting op vermogen

Naast de inflatie moet je als spaarder ook rekening houden met de belasting op vermogen in box 3. Het startpunt voor spaargeld en beleggingen die in box 3 worden belast, is een vrijstelling van 30.360 euro per persoon in 2019.

Vervolgens betaal je over het vermogen tot iets meer dan 100.000 euro (een bedrag van ruim 70.000 euro dat boven de vrijstelling van 30.650 euro uitkomt) effectief 0,58 procent belasting; over het bedrag tussen de ruim 100.000 euro en ruim 1 miljoen euro is de effectieve heffing 1,34 procent; boven de (ruim) 1 miljoen euro wordt de heffing 1,68 procent.

Om vermogen dat onder de heffing in box 3 valt waardevast te houden, is bij een spaarvermogen tot ruim een ton een rendement van minimaal 2,58 procent nodig (optelsom van de inflatie van 2 procent in december 2018 en de vermogensbelasting). Dat is voor spaarders momenteel niet haalbaar.

LEES OOK: 5 redenen waarom je beter niet in een vakantiepark of ander vastgoedproject kan beleggen