Luister hieronder naar de audioversie van dit artikel


0:00
5:27

Bij i-did draait alles om tweede kansen. Bij de sociale onderneming maken mensen die langdurig werkloos zijn vilten producten van textielafval. Dat doen zij inmiddels al een paar jaar met succes – de organisatie heeft twee ateliers waar tachtig mensen werken – maar nu zijn ze klaar voor de volgende stap: in mei is de officiële opening van de i-did Factory: een eigen fabriek waar gebruikt textiel wordt gerecycled tot vilt. 

Aan Business Insider vertellen oprichter Mireille Geijsen en mede-eigenaar Michiel Dekkers over hun bedrijf, de sociale en duurzame impact die zij hiermee maken en over het hoe en waarom van een eigen fabriek.

Wat doen jullie bij i-did?

Dekkers: “Wij verwerken oud textiel – zoals bedrijfskleding of consumentenkleding – tot vilt. Dit materiaal wordt vervolgens in onze ateliers in Den Haag en Utrecht verwerkt tot tassen, accessoires en interieurproducten zoals desk dividers. Maar we maken ook akoestische oplossingen op maat voor bijvoorbeeld scholen of horecagelegenheden.”

“Door in de ateliers te werken met mensen die lang niet of nog nooit gewerkt hebben, heeft wat wij doen niet alleen een duurzaam maar ook een sociaal aspect.”

Geijsen: “Dat sociale aspect is de reden dat ik meer dan tien jaar geleden met i-did begonnen ben. Ik werkte in die tijd met veel plezier als zelfstandig grafisch ontwerper. Bij een Koerdische vriendin die naar ons land was gevlucht, zag ik hoeveel moeite het kostte om een baan te vinden en wat dat met haar deed. Werken gaat om zo veel meer dan geld verdienen: het gaat ook over plezier, sociaal contact, inspiratie en eigenwaarde. Ik besloot daarom een duurzaam modelabel op te zetten met een sociale insteek, zodat ook een groep die doorgaans werd uitgesloten, daar kon komen werken.”

“De sociale kant bleek een succes te zijn, maar de modewereld bleek lastiger dan ik dacht. Na flink wat omzwervingen besloten Michiel en ik en paar jaar geleden om ons te focussen op gerecycled vilt. En dat bleek de goede weg.”

Michiel Dekkers en Mireille Geijsen. Foto: i-did
Michiel Dekkers en Mireille Geijsen. Foto: i-did

Jullie hebben de succesformule nu dus gevonden?

Dekkers: “Het veelbelovende aan het vilt dat we ontwikkeld hebben is dat er allerlei textielafval voor gebruikt kan worden. We zijn dus niet beperkt tot bijvoorbeeld ongebruikte kleding die op de afvalberg terecht komt, maar kunnen ook textiel verwerken dat gedragen is en ook allerlei materialen door elkaar. Hierdoor kunnen we daadwerkelijk bijdragen aan het oplossing van de textielafvalberg, zonder al te veel restricties.”

Geijsen:  “Vilt is ook makkelijk te verwerken, het rafelt niet en is vergeeflijk: als je het verkeerd gestikt hebt, dan kun je het makkelijk weer uithalen en opnieuw beginnen. Dat geeft ons de ruimte om ook mensen aan het werk te helpen die niet heel veel ervaring hebben met een naaimachine. En daar is het ons uiteindelijk om te doen: zoveel mogelijk mensen klaarstomen voor een volwaardige plek in de maatschappij.”

Hoe ziet dat werktraject er precies uit?

Geijsen: “De mensen die bij ons aan de slag gaan hebben langdurig in de bijstand gezeten. Zij komen doorgaans op ons pad via de gemeenten Utrecht en Den Haag, waar onze ateliers zitten. In principe gaan ze een jaar bij ons aan de slag en stromen ze daarna uit naar een reguliere baan.” 

“Tijdens hun traject bij ons krijgen de deelnemers gewoon een salaris. Alleen sommige deelnemers die vanwege omstandigheden nog niet in staat zijn om 32 uur te werken, stromen eerst in met 20 uur en behouden deels hun uitkering. Maar uiteindelijk is het de bedoeling dat iedereen hier minimaal een 32-urige werkweek draait en uit de bijstand gaat. Dat ze weer hun eigen geld gaan verdienen is een belangrijk onderdeel van het proces.”

“Vaak komen ze met hangende schouders binnen en al gaande het traject bloeien ze op. Veel mensen hebben al heel lang niet – en soms zelfs nog nooit – gewerkt waardoor ze meestal ook niet weten wat ze willen of waar ze goed in zijn. Onze coaches helpen hen dat weer te ontdekken, niet alleen tijdens hun werk bij ons maar juist ook bij de uitstroom naar een andere werkgever. We werken ook samen met de volgende werkgevers om te zorgen dat onze mensen goed te terechtkomen. 70 procent van onze deelnemers blijft uit de bijstand na dit traject.”

Een tas gemaakt van gerecycled vilt. Foto: i-did
Een tas gemaakt van gerecycled vilt. Foto: i-did

En binnenkort hebben jullie dus ook een eigen fabriek?

Dekkers: “Tot nu toe werkten we voor de productie van ons vilt samen met partners. Dat ging in principe prima alleen zaten daar wel haken en ogen aan. Onze Duitse viltproducent bijvoorbeeld werkt voornamelijk in de automotive industrie en werkt daarom alleen met grote oplages. Wij moesten daardoor heel vaak ‘nee’ verkopen aan bedrijven die met ons wilden samenwerken. Terwijl het stimuleren van die circulaire economie juist is, waar wij voor staan.”

“Door nu zelf een viltfabriek te openen – in samenwerking met Ikea, Stichting Doen en de Rabobank Foundation – zijn we van die afhankelijkheid af en kunnen we opschalen en groeien naar wat we voor ogen hebben voor de toekomst. Door onze eigen fabriek kunnen we nu dus ook kleinschalige samenwerkingen aangaan, met bedrijven die nieuwe producten willen laten maken van hun oude bedrijfskleding bijvoorbeeld. En we hebben ook meer ruimte om te experimenteren met nieuwe materialen en zo de mogelijkheden te vergroten.”

Waar groeit dit naartoe?

Dekkers: “Bij alles wat we doen, proberen we de beste en meest simpele manier te vinden. Alles wat we doen moet te kopiëren zijn, zodat anderen dit uiteindelijk ook kunnen gaan doen. Blauwdruk is dan ook een populaire term hier de laatste tijd.”

“We zijn nog niet zo ver dat we dit concept echt uit gaan rollen, maar we werken er wel naar toe. En dan denken we niet alleen aan Nederland. We zijn ook al in gesprek met partijen, ook in andere werelddelen. Overal ter wereld is te veel textiel en zijn er mensen die niet werken maar dat wel willen. En wij geloven daar verschil in te kunnen maken.”

Lees meer sociaal ondernemen: