Volgens recente berekeningen van het CPB hebben de meeste mensen komend jaar iets meer te besteden, maar dit heeft niet veel om het lijf.

Belangrijker is de verandering van het huwelijksrecht. Het traditionele huwelijk maakt plaats voor een beperkte gemeenschap van goederen en dit kan grote gevolgen hebben als je komend jaar gaat trouwen.

Gaat jouw kind naar de peuterspeelzaal, dan kom je mogelijk in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Op fiscaal gebied valt vooral de aanpassing van de tarieven in box 3 op. Deze sluiten wat beter aan bij de huidige lage spaarrente.

Ook gaat de vrijstelling voor deze belasting gaat met 5.000 euro omhoog. Business Insider zet de belangrijkste veranderingen op het gebied van familiezaken en fiscale zaken voor je op een rij.

Traditionele huwelijk op de schop

Het traditionele huwelijk waarbij alle bezittingen en schulden automatisch gemeenschappelijk worden, gaat komend jaar op de schop. Voor iedereen die vanaf 1 januari in het huwelijksbootje stapt geldt een ‘beperkte gemeenschap van goederen’. Dit betekent dat al jouw privébezittingen en -schulden die je vóór je huwelijk had, buiten de gemeenschap vallen. Wat de gevolgen hiervan zijn, lees je in dit artikel.

Koopkracht stijgt licht

Op de beloofde lastenverlichting moeten we nog een jaar wachten. Toch stijgt de koopkracht in 2018 voor het vijfde jaar op rij, al is dat wel minder sterk dan de afgelopen twee jaren. Ook blijft de toename achter bij de economische groei. Terwijl het Centraal Planbureau de raming voor de economische groei voor komend jaar onlangs heeft verhoogd naar 3,1 procent, gaan werkenden met een modaal tot twee keer modaal inkomen (37.000 tot 74.000 euro) er op hun loonstrookje slechts 0,4 procent op vooruit.

Voor mensen met een inkomen van drie keer modaal stijgt de koopkracht met 0,5 procent. Verdien je het minimumloon, dan daalt de koopkracht aanvankelijk met 0,2 procent, omdat een deel van de arbeidskorting waarop je recht hebt pas later verzilverd kan worden. Maar dit wordt later bij de belastingaangifte hersteld.

Voor bijstandsgerechtigden stijgt de koopkracht met 0,5 procent, terwijl mensen met een WW-uitkering er 0,8 procent op vooruit gaan.

AOW'ers hebben 0,7 procent meer te besteden. Maar van het aanvullend pensioen blijft netto meestal wat minder over, omdat veel pensioenfondsen niet indexeren en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet stijgt (zie verderop).

In deze cijfers is geen rekening gehouden met eventuele loonstijgingen. Ook is de stijging van de toeslagen niet meegenomen. Zo stijgen de zorgtoeslag en het kindgebonden budget harder dan de inflatie en neemt ook de kinderopvangtoeslag toe. Het kan dus zijn dat jij er komend jaar netto wat meer op vooruit gaat.

Het Nibud heeft voor 100 verschillende soorten huishoudens berekend in hoeverre zij er komend jaar naar verwachting op vooruitgaan. Hier kun je kijken hoe het plaatje er bij jou globaal komt uit te zien. Volgens het Nibud zijn de koopkrachtstijgingen komend jaar zo klein dat de meeste mensen daar nauwelijks iets van zullen merken.

Heffingskortingen

Een van de redenen dat de koopkracht iets toeneemt, is de indexering van de heffingskortingen. Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die je bent verschuldigd. Hoe hoger de korting, hoe minder belasting je hoeft te betalen en hoe meer je dus netto overhoudt.

De algemene inkomensafhankelijke heffingskorting wordt komend jaar iets aangepast. Voor mensen met een inkomen tot 20.142 euro gaat deze omhoog naar 2.265 euro (of 1.157 voor AOW'ers). Verdien je meer, dan wordt deze heffingskorting steeds lager. Bij inkomens van 68.507 euro is deze teruggebracht tot nul.

De maximale arbeidskorting voor lagere inkomens gaat fractioneel omhoog naar 3.249 euro. Hierdoor wordt werken voor lagere inkomens meer lonend. Voor inkomens vanaf 33.112 euro gaat de korting steeds verder omlaag. Dat is wat later dan nu: de afbouw begint nu vanaf 32.444 euro.

Woon je samen met een kind dat jonger is dan twaalf jaar en verdien je meer dan 4.934 euro, dan maak je aanspraak op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Ook deze bedragen worden komend jaar iets aangepast. De nieuwe tarieven vind je hier.

Meer kinderopvangtoeslag

Een andere reden voor de toegenomen koopkracht is de stijging van de toeslagen. Zo neemt de zorgtoeslag komend jaar sterker toe dan de zorgpremie. Maar ook de kinderopvangtoeslag zit in de lift.

De maximum uurprijs (het door de overheid bepaalde uurtarief waarover de Belastingdienst kinderopvangtoeslag uitkeert) stijgt naar 7,45 euro voor opvang op een kinderdagverblijf (nu is dat nog 7,18 euro). Voor buitenschoolse opvang wordt het maximale uurtarief 6,95 euro (tegen 6,69 euro nu). En voor gastouderopvang komt het bedrag uit op 5,91 euro voor zowel dagopvang als buitenschoolse opvang.

Betaal je meer dan het maximum uurtarief, dan moet je het extra bedrag uit eigen zak betalen. Vergeet met het oog op de verhoging niet de actuele uurtarieven tijdig door te geven aan de Belastingdienst.

Je hebt per kind in totaal recht op maximaal 230 uur kinderopvangtoeslag per maand. Heb je meer kinderen die kinderopvang genieten, dan krijg je voor het kind met de meeste opvanguren de laagste vergoeding.

Ook toeslag voor peuterspeelzaal

Na de jaarwisseling krijgen peuterspeelzalen dezelfde status als kinderdagverblijven. Dat betekent niet alleen dat ze aan dezelfde eisen moeten voldoen als kinderdagverblijven en dus bijvoorbeeld niet meer alleen met vrijwilligers mogen werken. Maar ook dat werkende ouders kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen als hun kind naar een peuterspeelzaal gaat.

Kindgebonden budget

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. Deze tegemoetkoming stijgt komend jaar met 79 euro voor het tweede kind, naar 977 euro.

Kinderbijslag

De kinderbijslag gaat fractioneel omhoog. Vanaf 1 januari ontvang je voor elk kind van 0 tot en met 5 jaar 201,05 euro per kwartaal. Voor een kind tussen de 6 en 12 jaar gaat het bedrag omhoog naar 244,13 euro en voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar naar 287,21 euro.

Alimentatie

Ieder jaar worden de alimentatiebedragen voor kinderalimentatie en partneralimentatie aangepast aan de inflatie. In 2018 wordt dit bedrag geïndexeerd met 1,5 procent.

Aanpassing belastingschijven

De derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt met 995 euro verlengd. Hierdoor val je pas later in het toptarief. Ook de eerste schijf wordt verlengd, naar 20.142 euro (tegen 19.982 euro nu).

Verder wijzigen de tarieven. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat licht omhoog naar 40,85 procent (tegen 40,8 nu). Het tarief in de vierde schijf daarentegen gaat iets omlaag, van 52 procent naar 51,95 procent.

Tarieven box 3 aangepast

Het is spaarders al jaren een doorn in het oog: het fictieve rendement waarover je vermogensbelasting betaalt in box 3 ligt veel hoger dan de werkelijke spaarrente. Afgelopen jaar is de vermogensbelasting al grondig op de schop gegaan en heeft het uniforme tarief plaatsgemaakt voor een onderverdeling in drie schijven, met elk een ander forfaitair rendement.

Komend jaar zal de heffing nog iets beter aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement. De Belastingdienst gaat dan uit van de gemiddelde spaarrente van juli 2016 tot en met juni 2017.

Een ander goed nieuwtje is dat de vrijstelling omhoog gaat. Over de eerste 30.000 euro (of het dubbele bij fiscaal partners) aan vermogen hoef je geen belasting te betalen. Nu is dat nog 25.000 euro.

Voor de eerste 70.800 aan vermogen boven deze vrijstelling betaal je straks per saldo 0,61 procent belasting (30 procent over een forfaitair rendement van 2,02 procent). Over het vermogen hierboven (tot 978.000 euro) moet je 1,30 procent afrekenen. Het vermogen daarboven wordt belast met 1,62 procent.

Groene beleggingen en contant geld

Groene beleggingen zijn vrijgesteld tot in totaal maximaal 57.845 euro, of het dubbele voor fiscaal partners.

De vrijstelling voor een uitvaartverzekering of andere overlijdensrisicoverzekering in box 3 stijgt naar 7.033 euro. Ook de vrijstelling voor contant geld en cadeaubonnen neemt een beetje toe, naar 527 euro.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat komend jaar nog verder omhoog. Na de jaarwisseling stijgt deze wederom met drie maanden naar 66 jaar. Dit betekent dat je nog langer AOW-premies moet betalen en je AOW-uitkering ook later zult ontvangen. Verder neemt de AOW-uitkering komend jaar iets toe.

Pensioenen

Nederlanders met een aanvullend pensioen of een lijfrente-uitkering tot 2.750 euro gaan er komend jaar netto wat op vooruit, zo becijferde salarisdienstverlener ADP onlangs. Dit varieert van 1,25 euro per maand voor ouderen met een aanvullend pensioen van 500 euro tot 6,88 euro per maand voor ouderen met een aanvullend pensioen van 2.750 euro per maand.

Dit is vooral te wijten aan de verhoging van de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, van 5,40 procent naar 5,65 procent. Daar staat wel een hogere ouderenkorting tegenover. Deze belastingkorting stijgt komend jaar met 126 euro. De totale ouderenkorting komt daarmee uit op 1.418 euro per jaar voor inkomens tot 36.346 euro. Bij een hoger inkomen bedraagt de ouderenkorting nog maar 72 euro.

Schenken

Wie grote bedragen schenkt, moet daarover belasting betalen. Maar een deel van het bedrag is vrijgesteld. Deze vrijstellingen gaan elk jaar wat omhoog en dus ook in 2018. Ouders mogen komend jaar 5.363 euro belastingvrij schenken aan hun kind. Voor overige schenkingen geldt een vrijstelling van 2.147 euro.

Daarnaast mogen ouders aan hun kind tussen de 18 en 40 jaar eenmalig een hoger bedrag belastingvrij schenken. Dit is komend jaar 25.731 euro.

Wordt het bedrag aangewend voor een dure studie, dan kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een hogere eenmalige vrijstelling van 53.602 euro.

Vloeit de schenking naar een eigen woning, dan geldt een nóg hogere eenmalige vrijstelling van 100.800 euro: 800 euro meer dan nu. Van die laatste vrijstelling kunnen ook niet-kinderen gebruik maken, mits zij in de bovengenoemde leeftijdscategorie vallen.

Erven

Ook de vrijstelling voor de erfbelasting wordt naar boven bijgesteld. De hoogte van deze vrijstelling hangt af van de relatie die jij met de overledene had. Voor partners stijgt deze vrijstelling in januari naar 643.194 euro. Voor kinderen en kleinkinderen bedraagt de vrijstelling straks 20.371 euro, voor ouders is dat 48.242 euro en voor overige erfgenamen 2.147 euro.

Ontvang je een erfenis of een schenking, dan ben je voor het bedrag boven de vrijstelling belasting verschuldigd. Er gelden voor iedereen twee schijven: voor de eerste 123.248 euro boven de vrijstelling betaal je een lager percentage dan voor het bedrag dat hierboven komt.

Voor partners en kinderen bedragen deze tarieven respectievelijk 10 procent en 20 procent. Voor kleinkinderen is dit 18 en 36 procent en voor overige ontvangers 30 en 40 procent. Deze percentages blijven ongewijzigd.

Giften

Wie geld doneert aan een goed doel, kan een deel van dit bedrag aftrekken, mits het totale bedrag aan giften hoger is dan 1 procent van het verzamelinkomen (de totale inkomsten van jou en je partner, min eventuele aftrekposten), met een minimum van 60 euro.

Elke euro boven deze grens is aftrekbaar. De bovengenoemde drempel geldt niet voor periodieke giften die minimaal vijf jaar worden gedaan. Deze bedragen zijn al jaren hetzelfde.

LEES OOK: Medische zorg: dit verandert er per 1 januari 2018

MIS OOK NIET: Trouwen vanaf 2018: Niet meer automatisch alles delen, maar pas wel op