“We have lift off! The coin is: KOBO.”

Zondag 28 januari om 20.00 uur precies krijgen de ruim 1.500 leden van de Telegram-groep Swiss Premium Pump&Dump dit bericht binnen.

De bedoeling? Om op de ruilbeurs Cryptopia op grote schaal de digitale munt KOBO te kopen om zo de prijs kunstmatig op te drijven. Vervolgens tippen de clubleden de cryptomunt op sociale media, online fora en in chatboxen om een hype te creëren en nieuwe kopers aan te trekken.

En dat lukt. In een kwartier tijd stijgt de koers met bijna 300 procent. Daarna verkopen de leden de munt massaal.

In de financiële wereld staat deze strategie bekend als pump and dump. En het is een vorm van oplichting.

De beurshandelaar op wie de film The Wolf of Wall Street is gebaseerdJordan Belfort, moest hiervoor bijna twee jaar de cel in. Hij bracht waardeloze aandelen aan de man met valse informatie – en troggelde beleggers zo 200 miljoen euro af.

Lees ook op Business Insider

De Amerikaanse beurswaakhond SEC rook al snel onraad bij Belforts praktijken en schakelde de FBI in. Maar in de cryptowereld houdt niemand toezicht.

“Goed dat je erbij bent gekomen! Ons doel is om de winst voor onze leden te maximaliseren”, luidt de onbeschaamde welkomsttekst dan ook van Swiss Premium Pump&Dump. En zo zijn er tientallen groepjes op Telegram die gecoördineerd de koers van kleine cryptomunten de hoogte in stuwen.

Roep om regulering

Het zijn dubieuze praktijken die Nederlandse politici, ondernemers en toezichthouders De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten een doorn in het oog zijn. De roep om regulering klink steeds luider – tot in de Tweede Kamer, die vorige week een hoorzitting hield over cryptovaluta.

“We moeten wildwesttaferelen voorkomen”, zegt Jan Kees de Jager, financieel directeur van KPN en oud-minister van Financiën, maandag tijdens de Dag van de Crypto in de Amsterdamse RAI. “Het zou gek zijn als we voor andere sectoren bepaalde regels hebben, om dat dan niet voor crypto te doen.”

Hetzelfde geluid is te horen bij Mirèl ter Braak (AFM) en Petra Hielkema (DNB). Zij spreken op de tweedaagse conferentie die is georganiseerd door trendwatcher Vincent Everts. Op het evenement zijn ruim 700 mensen afgekomen – ervaren beleggers, durfkapitalisten, toezichthouders, maar ook velen die hun eerste stappen zetten in de cryptowereld.

Witwaspraktijken tegengaan

Hielkema van DNB, verantwoordelijk voor betalingsverkeer en marktinfrastructuur, waarschuwt voor de risico’s van handelen in cryptomunten. “Het valt niet onder het depositogarantiestelsel. U kunt niet bij de overheid terecht als u uw geld kwijtraakt.”

Maar ze geeft tegelijkertijd aan dat de cryptohandel an sich geen prioriteit heeft voor de toezichthouder. “Op het moment dat cryptomunten worden omgezet in bijvoorbeeld euro’s of dollars, dan vinden wij het belangrijk om mee te kijken. Waar komt het geld vandaan?”

Hielkema is dan ook blij dat de EU heeft besloten om instellingen die cryptovaluta omwisselen in reguliere valuta voortaan onder de antiwitwasrichtlijn vallen. Ruilbeurzen moeten weten wie hun klanten zijn. Dit moet onder meer criminaliteit en de financiering van terrorisme tegengaan.

AFM klopt aan bij CombiCoin

Toezichthouders zijn ook streng op fondsen die voor anderen in digitale munten beleggen. “In dat geval zou ik zeggen: klop even bij ons aan”, zegt Ter Braak van de AFM. “Want je hebt liever niet dat wij aankloppen bij u.”

Dat was precies wat er begin dit jaar gebeurde bij Don Molenaar, oprichter van de Nederlandse startup Triaconta die de cryptomunt CombiCoin uitgeeft. De CombiCoin is een soort tracker die de koersen van de dertig grootste cryptomunten van het moment volgt. Dit moet risico’s spreiden en ‘beleggen’ in digitale munten veiliger maken.

Volgens de AFM is Triaconta daarmee een beleggingsinstelling en moet het bedrijf dus voldoen aan de regels van de toezichthouder. Molenaar is het daar niet mee eens, maar hij heeft de verkoop van de CombiCoin wel tijdelijk opgeschort “om de toezichthouder niet tegen de haren in te strijken”, zo zegt hij op het podium.

Opvallend is dat Molenaar voor de lancering van de CombiCoin in oktober al met de AFM heeft gesproken. “Ze wisten niet goed wat ze met ons aan moesten”, aldus de ondernemer. Een paar maanden later – na de cryptoboom in december – weet de financiële waakhond dat blijkbaar wel.

Regels voor initial coin offerings

De AFM kijkt ook kritisch naar initial coin offerings (ICO), een soort digitale beursgang waarmee bedrijven de afgelopen jaren meer dan 4 miljard dollar hebben opgehaald. In tegenstelling tot een reguliere beursgang (initial public offering) is een ICO in veel landen nauwelijks of niet aan regels gebonden.

Fraude ligt op de loer. Zelfs Wolf of Wall Street Jordan Belfort moet niks van ICO’s hebben. Trendwatcher Vincent Everts schat dat 15 procent van de ICO’s “compleet frauduleus” is. “Die bedrijfjes gaan er met je geld vandoor.”

Twee derde van de startups die een cryptomunt uitgeven zijn volgens hem gedoemd om te mislukken. Toch weten die ondernemers vele miljoenen op te halen, vaak zonder werkend product of bewijs dat er een markt is voor het idee.

Ter Braak van de AFM wil dat de regels rond ICO’s transparanter en eenduidiger worden. Zo is er een verschil tussen het uitgeven van een coin en een token. Een coin is een munt zoals de bitcoin, een token kan ook een soort aandeel in een bedrijf zijn.

“Bij ICO’s lopen die zaken door elkaar heen”, aldus Ter Braak. “Als een token te veel kenmerken van een aandeel heeft, kun je ook onder ons toezicht vallen.”

Innovatie niet in de kiem smoren

Ook de 22-jarige Michael Eerhart erkent dat de meeste ICO’s weinig om het lijf hebben. Van alle plannen die hij voorbij ziet komen investeert hij in slechts 1 procent, zegt hij op de Dag van de Crypto. “En alleen als ik contact hebt gehad met het team achter een startup.”

Eerhart verdiende tonnen door vroeg in cryptomunten te investeren en heeft nu een eigen bedrijf waarmee hij ondernemingen adviseert over het toepassen van blockchain, de technologie achter de bitcoin en andere digitale munten.

Richtlijnen voor ICO’s zijn volgens hem niet verkeerd, maar hij pleit voor zelfregulering vanuit de sector. “We moeten voorzichtig zijn met overregulering, anders lopen we als Nederland straks achteraan qua innovatie”, aldus Eerhart.

Daar is Jan Kees de Jager, die vooral potentie ziet in de toepassingen van programmeerbaar geld, het mee eens. Nederland moet niet op eigen houtje strenge regels invoeren en zo de ontwikkeling van blockchaintechnologie in de kiem smoren. Regulering moet internationaal worden opgepakt.

“We moeten niet alles dichttimmeren vanwege een bepaald risico”, aldus de oud-minister. “De consument heeft het recht om beschermd te worden, maar er moet ook ruimte zijn voor innovatie. Duizend bloemen moeten kunnen bloeien.”

Want anders bestaat de kans dat startups ervoor kiezen om zich te vestigen buiten Nederland. Wat als de AFM bijvoorbeeld de CombiCoin verbiedt? “Dan ga ik naar de Kaaimaneilanden”, zegt bedenker Don Molenaar lachend. “Lekker warm.”

LEES OOK: Limburgs gezin dat alles verkocht voor bitcoin: ‘Ze zien onze stap als heldendaad’

MIS OOK NIET: Cryptokoorts heerst bij Investment Summit in Ede: ‘Eind 2018 is de bitcoin $40.000 waard’