• Amazon-oprichter Jeff Bezos, CEO Mark Zuckerberg van Facebook, Google-topman Sundar Pichai en Apple-baas Tim Cook verdedigden zich afgelopen woensdag tegenover het Amerikaanse Congres.
  • Dat legde hen het vuur aan de schenen over hun vermeende misbruik van marktmacht om kleinere concurrenten te benadelen of uit te schakelen.
  • Anders dan andere techhoorzittingen was deze minder groots opgezet en waren de politici beter voorbereid.
  • De techbazen leken daar niet op berekend. Ze bekenden zelfs dat een aantal van hun zaakjes niet in de haak waren.

ANALYSE – Sinds Jeff Bezos de stap maakte van Amazon-oprichter naar rijkste mens op aarde zagen we hem vooral lachen. Dit is de man die de strijd met roddelbladen aangaat als ze dreigen hem naakt op de cover te zetten. Als het moet, doet hij dat met de hulp van een privédetective.

Maar woensdag lachte Bezos even niet. Hij keek zelfs behoorlijk bezorgd.

Bezos moest verschijnen voor een speciale commissie van het Huis van Afgevaardigden die zich bezighoudt met handhaving van de antitrustwet.

Bezos en zijn collega-techbazen Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Tim Cook (Apple) waren opgeroepen om vragen te beantwoorden over hun macht. Dit zijn de mannen die bepalen wat je online ziet en hoe dat tot jou komt. Dat geldt voor je apps, je berichten, je advertenties, je nieuws, je vragen en antwoorden en wat je koopt.

Het afgelopen jaar heeft de commissie onderzocht of de dominantie van deze techreuzen de oorzaak is van het lage aantal kleine bedrijven dat is opgericht in de afgelopen decennia. Ook gingen ze na of Facebook, Google, Apple en Amazon hun marktmacht misbruiken om mogelijke concurrentie de kop in te drukken.

Gegeven het historische karakter en de intense mediafocus op de hoorzitting was het voornaamste doel van de Congresleden om hun bevindingen zodanig te formuleren dat de immense macht van de techbazen begrijpelijk werd voor doorsnee Amerikanen.

En Bezos zag er bezorgd uit, omdat de Congresleden – op een enkeling na – daar goed in slaagden.

Lees ook op Business Insider

De commissie “toonde aan dat deze bedrijven een poortwachtersfunctie hebben, dat hun praktijken concurrentie saboteren en dat hun dominantie voortvloeit uit marktmacht en niet uit innovatie”, aldus econoom en antitrust-onderzoeker Matt Stoller, auteur van het boek Goliath: The 100-Year War Between Monopoly Power and Democracy.

Het was voor het eerst dat mensen als Bezos – ‘masters of the universe’, zoals Stoller ze noemt – vragen moesten beantwoorden van goed geïnformeerde, machtige mensen. En onder druk gaven ze het giftige gedrag toe waar hun critici hen al jaren van beschuldigen.

De nitwits waren in de minderheid

Wanneer Silicon Valley naar Washington komt, levert dat meestal gênante situaties op voor Amerikaanse politici. Bejaarde senatoren stellen basale vragen over technologie en krijgen paternalistische antwoorden van de CEO’s in de beklaagdenbank.

Van die onwetendheid zagen we woensdag wel wat terug, vooral bij de al wat oudere Jim Sensenbrenner, een Republikeinse afgevaardigde uit Wisconsin. Er was ook wat gedoe over rechtse meningen die gecensureerd worden door Facebook (wat niet het geval is) en Google (ook niet). Maar dit soort zwakke aanvallen waren in de minderheid.

De meeste leden van de commissie stelden goed doordachte en onderbouwde vragen. Het leek alsof de CEO’s daar niet op voorbereid waren. Zoals Stoller al zei, moesten ze tal van onfrisse en dubieuze businesstactieken toegeven:

  • Zowel Democraten als Republikeinen gaven Facebook ervan langs vanwege het opkopen, kopiëren of bedreigen van concurrenten. Ze zetten hun aanval kracht bij door belastende interne e-mails voor te lezen over de overname van Instagram.
  • Bezos was met stomheid geslagen toen hem werd gevraagd waarom Amazon geld verdiende aan namaakartikelen. Ook kon hij geen vragen beantwoorden over Amazons protocollen om geen gestolen goederen te verkopen.
  • Bezos liep forse blikschade op toen hij vragen moest beantwoorden van Pramila Jayapal. De afgevaardigde vroeg Amazon of het verkoopdata gebruikt om te concurreren met winkeliers die Amazon gebruiken om hun producten te verkopen. Bezos kwam niet verder dan de mededeling dat hij die vraag “niet met ja of nee kan beantwoorden”.
  • Voorzitter David Cicilline merkte op dat deze “derden” naar buiten toe “partners” genoemd worden, maar binnen het bedrijf als “interne concurrenten” worden aangemerkt.
  • Mark Zuckerberg zat op ongeveer eenzelfde manier te zweten toen hij zich door een trits vragen moest worstelen over het bespioneren van Facebooks concurrenten.
  • Zuckerberg kon niet ontkennen dat zijn platform winst maakt met desinformatie en nepnieuws. Voorzitter Cicilline wreef onder zijn neus dat Facebook pas na vijf uur en 20 miljoen views een video blokkeerde met daarin onzin over het coronavirus. Ondanks dat het bedrijf had aangekondigd zich in te zetten voor verspreiding van correcte informatie over het virus. Cicilline noemt het versterken van die misinformatie wanneer het eenmaal online staat een “zakelijke beslissing”.
  • De Democratische afgevaardigde Joe Neguse uit Colorado zette de CEO’s van Apple en Google onder druk en liet hen beloven dat ze de informatie die ze via hun app-winkels vergaren, niet misbruiken om te concurreren.
  • De Democratische afgevaardigde Val Demings uit Florida viel over Sundar Pichai heen. Ze hekelde de wijze waarop Google zijn gebruikers volgt en data uit al zijn producten (zoals Gmail en Maps) bundelt om de klant vervolgens te bestoken met gerichte advertenties.

De politici stuitten op zwaar mediagetrainde CEO’s. Ze wisten hoe ze met langdradige antwoorden tijd konden rekken, ze wisten hoe ze moesten duiken en ze wisten holle antwoorden te geven.

Het was ironisch dat Bezos op een zeker moment zei: “Ik weet het niet.” Antitrust is complex en toch weten deze bedrijven zich te verschansen achter slotgrachten. Dat is zo briljant en meedogenloos dat het moeilijk is om te geloven dat iemand als Bezos de draad kwijtraakt.

Toch zagen de vier CEO’s er tijdens deze hoorzitting uit alsof ze het spoor bijster waren.

Het meest tenenkrommende moment van de hoorzitting was toen de Democraat Lucy McBath uit Georgia een opname liet horen van een kleine boekenverkoper die door Amazon werd verpletterd toen hij groot genoeg werd om serieus te concurreren.

“We kregen nooit een reden”, vertelde verkoper. “Amazon gaf ons niet eens een seintje dat we werden beperkt. Er was geen enkele waarschuwing. Er was geen enkel plan.”

Bezos zat met zijn mond vol tanden.

Wat moeten we zonder deze grote bedrijven?

Wat deze bedrijven doen wanneer ze hun concurrenten verpletteren – hen ondermijnen, ze kopiëren, hun technologie na een overname de nek omdraaien – is zich ingraven, zich verschansen. En dat smoort elke innovatie in de kiem.

Als Facebook bijvoorbeeld een concurrent zou hebben gehad met een nieuwsdienst die geen nepnieuws verspreidt, zouden we de keuze hebben om daar gebruik van te maken. Maar die keuze is er niet. Facebook kocht Instagram en WhatsApp. Zuckerberg noemde dat zelf “digitale landjepik”.

De Amerikaanse economie is geen plek waar een paar rijke en machtige mensen landjepik kunnen spelen. De Amerikaanse economie moet een gelijk speelveld zijn, waar mensen met talent en toewijding succes kunnen boeken.

Belangrijker nog is dat de VS te maken heeft met krachten die hun weerga niet kennen. Toen de Amerikaanse mededingingswetten in 1890 werden geschreven en in 1930 werden herschreven, wisten de politieke leiders dat wanneer bedrijven echt groot zouden worden, ze zich meester kunnen maken van de politiek en het land kunnen runnen.

“We tolereren geen onderdrukkende overheid of industriële oligarchie in de vorm van monopolies en kartels”, schreef Roosevelts vicepresident Henry Wallace in 1944 over de gevaren van fascisme.

“Zolang wetenschappelijk onderzoek en inventief vernuft ons vermogen overstijgen om sociale mechanismen te bedenken die de levensstandaard van mensen verhogen, mogen we verwachten dat het liberale potentieel van de Verenigde Staten zal toenemen. Als dit liberale potentieel goed wordt gekanaliseerd, kunnen we verwachten dat de vrijheid van de Verenigde Staten zal toenemen.”

Het gevoel is dat de vrijheid in de VS afneemt, dat macht zich in de handen van enkelen concentreert en dat hun stem er meer toe doet dan de stemmen van velen. Zelfs Jim Sensenbrenner, die tijdens de hoorzitting vaak overrompeld overkwam, riep de overheid op om fusies te herzien die deze techbedrijven zo groot maakten. Hij zei dat iedereen fouten maakt en dat de autoriteiten waarschijnlijk ook steken hebben laten vallen.

De verwachting is dat het rapport van de commissie belastende e-mails bevat en andere informatie over hoe deze machtige mensen macht verzamelden en die misbruikten om het anderen onmogelijk te maken te concurreren.

Het wordt tijd dat het Amerikaanse volk bevestigd wordt in haar gevoel dat er iets heel erg scheef zit en dat duidelijk wordt waar dat vandaan komt, zodat er iets kan veranderen.

Lees meer: